Shakespearetheater / Oprechte amateurs

Tussen de banken loopt een oudere heer met een schuier. Hij veegt zorgvuldig alle zandkorreltjes van de zitplaatsen, die straks tot de laatste plek gevuld zullen worden. Andere oudere heren, gestoken in hetzelfde lichtgroene jack, zijn in de weer met minder duidelijke, maar vast even perfectionistische bezigheden. Eén geeft een mevrouw een standje dat ze al binnen is. „Ja, maar ik heb zo’n last van m’n been, dus ik mocht er vast door”, protesteert ze. Hij is onverbiddelijk: „Je weet, als jij het doet, doet straks iedereen het”, en namompelend wandelt hij weg.

Je bent hier te gast bij een van de meest succesvolle amateur toneelverenigingen in het land, het Shakespearetheater in het Drentse Diever. Bij de voorstelling van ’Driekoningenavond’ is het op slag duidelijk dat het hier gaat om een hechte club van liefhebbers. Ze werken net als de volkstuinvereniging waar ik ooit lid van was, met stipte betrachting van alle plichten, met een stille hiërarchie waarbij men op zijn strepen dient te staan.

Maar bovenal dienen zij met een van heilig vuur doortrokken dienstbetoon de gemeenschappelijke zaak, de eigen kleine republiek. Van de man die zijn stramme leden buigt om de laatste korrels weg te schuieren tot de gloriërende hoofdrolspelers die met de anderen dankbaar aan het slot het applaus ontvangen.

Het wordt omlijst door het fanfareorkest van het dorp dat strak in het zwarte pak met daverend getoeter en geschetter uit de coulissen treedt, terwijl de zeepbellenmachine en manden met confetti uit de bomen hun inhoud over spelers en publiek uitblazen.

En publiciteitsman Kalle Heesen blijkt ook nog een rol te hebben, is al geschminkt voor zijn rol van Sebastiaan, de tweelingbroer van Viola die na een schipbreuk op de kust van Illyrië van elkaar denken dat de ander verdronken is. Maar beiden zijn gered en brengen met hun lieflijk voorkomen de plaatselijke hertog Orsino en de gravin Olivia het hoofd op hol in die aardigste komedie over sekse-verwarring die Shakespeare heeft geschreven.

Al snel na de eerste vragen zegt de publiciteitsmedewerker dat hij er nog enkele collega’s bij haalt: Harrie van Dijk, die de kapitein speelt die Viola in de schipbreuk het leven heeft gered, en Teun Kleyer die de losbol Sir Andrew Aguecheek tot leven mag brengen en daarvoor deze weken met een lila-paarse spoeling in het haar de lach- en twinkellust van zijn dorpsgenoten lijdzaam ondergaat.

De Shakespeare-spelers in het Dieverse openluchttheater zijn een begrip geworden, en daarbij steeds eerbiedwaardiger. Volgend jaar zal het zestig jaar geleden zijn dat de eerste productie werd uitgebracht: de ’Midzomernachtsdroom’ in de regie van de Dieverse huisarts Broekema, die jarenlang de bezielende kracht van deze traditie is geweest.

Tegenwoordig is de vaste regisseur Jack Nieborg, die het stuk ook opnieuw heeft vertaald. Uit een gesprek vorig jaar met deze krant, bleek hoezeer ’Diever’ een instituut is geworden met alle bijkomende gevoeligheden van de gemiddelde volkstuinvereniging: ,,Ik ben hier niet om vrienden te maken; ik word op de voorstelling afgerekend.”

Interviewer Arend Evenhuis schreef toen: „Hij is een buitenstaander - Nieborg woont in het Groningse Winsum. Alleen al daarom hoeft hij zich bij de audities en keus van de rolbezetting geen zorg te maken een jarenlang schisma in de bevolking van Diever te veroorzaken.”

Vorig jaar stond de tragedie ’Timon van Athene’ op het programma – een vrij ernstig vermaan, volgens de berichten, van de euro-graaierij in het moderne Europa.

Bij de Driekoningenavond van dit jaar wordt uit een heel ander vaatje getapt, waarbij het kluchtelement het randstedelijk theaterpubliek, dat misschien wat gevoeliger is voor de registers van het ware Shakespeare-idioom, wel eens tegen de borst kan stuiten. Zo is de beroemde openingszin van het stuk („If music be the food of love, play on, give me excess of it, that, surfeiting, the appetite may sicken and so die”) van Orsino die tevergeefs dingt naar de gunsten van Olivia, in Nieborgs versie meer iets geworden van Dieverse hangjongeren bij de pomp op zondagmiddag: „Als deze muziek mijn liefde voedt, speel dan net zolang door tot ik gierend over mijn nek ga, zodat de trek in sappig vrouwenvlees mij voor een tijdje met rust laat”.

Zo kan het verkeren, maar van mij zullen de Dievenaren hierover geen klacht horen - de zeurpieten die vinden dat een opvoeringstekst even heilig moet zijn voor de spelers als de eeuwen geleden geschreven tekst, zijn onlangs in Trouw door Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, met recht de oren gewassen.

Misschien kun je van deze Driekoningenavond zeggen dat het niet zozeer een Londense versie voor het gezelschap van de King’s Men zou zijn geweest als wel één voor een troep spelers die op een zomeravond in een luimige stemming Stratford upon Avon aandeed, waar misschien Shakespeare, die zichzelf met pensioen had gestuurd, met glinsteroogjes hun verrichtingen zou hebben gevolgd.

In het Dieverse geval zijn het oprechte amateurs en geen berooide acteurs die het volgende winterseizoen moeten zien te halen, en die met snaakse terzijdes tegen het publiek over het uitzetten van de mobiele telefoon en zo een sfeer van grote gemoedelijkheid oproepen.

En hier natuurlijk niet, zoals bij de professionals, reductie van het aantal personages en dubbelrollen om op de kosten te besparen: hier zie je een nog grotere bezetting dan de schrijver voorschreef om alle leden van de club een plek te geven in de voorstelling, tot en met het jongetje dat vóór de voorstelling tussen de rijen liep met zijn uitnodigende roep: „Prrrogrrrramma’s!” en later misdienaar mocht zijn bij het huwelijk dat de priester tussen Olivia en Sebastiaan sluit.

Vergeet ook de decorploeg niet, die in maanden stille arbeid een grafelijke tuin met Renaissance-beelden bedacht en uitvoerde, bruggetjes en trappen, een echte moestuin en als topstuk drie kuipen water in het grasveld waarin nu en dan een acteur tot onze gierende pret kopje- onder gaat.

En de costumiers en de costumières hebben heel wat fraai gekleurde lappen tot stemmige of juist doldwaze kostuums aaneengenaaid.

In strijd met de conventies voor de beschrijving van een amateurvoorstelling noem ik één speler die met werkelijk professionele vaardigheid zijn personage penseelde: Floris Albrecht als Malvolio, de komisch-tragische rentmeester van de gravin. En een aardige, „gay-vriendelijke” vondst van de regisseur vond ik het slotbeeld waarin Orsino stevig Sebastiaan in plaats van Olivia bij de hand pakt, en Olivia Viola.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden