Shakespeare was religieus auteur

(Trouw)Beeld ANP

’Shakespeare en het christelijk geloof’ is een combinatie die menigeen vreemd in de oren zal klinken. Ten onrechte, meent Arjan Plaisier. „Ik zie Shakespeare als iemand die een fabelachtig oeuvre heeft geschapen, dat is geïnspireerd door de Bijbel en de kernelementen van het christendom.”

De titel ’Is Shakespeare ook onder de profeten?’ bevat een vraagteken. Dat moet maar blijven staan. Zoals er afstand is tussen een apostel en een genie, zo is die er ook tussen een schrijver en een profeet. Toch naderen deze categorieën elkaar soms. Toen Saul, die nooit profeet was geweest en het later ook nooit is geworden, door Samuël tot koning was gezalfd, hoorde men hem op diezelfde dag profeteren en vroeg men zich af: ’Is Saul ook onder de profeten?’

Shakespeare moet blijven wat hij is: een toneeldichter van wereldformaat. Maar soms kunnen we ons niet onttrekken aan de indruk hem te zien lopen met de profetenmantel. We weten alleen niet helemaal zeker of het hem ernst was of spel.

Het is overbodig om een uitgebreid bewijs voor het genie en de verdiensten van William Shakespeare (1564-1616) te leveren.

Wat is er bij hem een gretige interesse voor de verhalen die er in zijn dagen in omloop zijn. Wat een aandacht voor de verwikkelingen van het menselijke lot, en wat een vakmanschap om de informatie uit zijn bronnen in een plot om te smeden en over te gieten in een drama van de gebruikelijke vijf acten. Wat een open oog voor het hele spectrum aan menselijke ervaringen: van de vreugde, huwelijk, vriendschap, feest, rust en vrede, tot het verdriet van dood, moord, scheiding, bedrog en overspel. Wat een onvoorstelbare feeling voor geestelijke houdingen, voor oppervlakkigheid en diepzinnigheid, voor wijsheid en dwaasheid, voor verhevenheid en boosaardigheid, voor vroomheid en goddeloosheid, alle voorzien van een diversiteit aan temperamenten en gevoeligheden, die alleen een groot dichter kan beschrijven of oproepen. Wat een staalkaart aan onvergetelijke typen uit alle lagen van de bevolking: van de koning tot de bedelaar, van de edele tot de hoer, van de legeraanvoerder tot de grafdelver. Maar ook: wat een morele en religieuze aandacht voor de daden van de mens, zijn motieven en gedachten, en wat een inzicht in de gevolgen ervan.

Al met al is het oeuvre van Shakespeare een studie in het menszijn van bijna ongeëvenaarde diepgang en breedte. En dit alles door iemand die de taal in toenemende mate als een magiër hanteert en tot een poëtisch genie is uitgegroeid.

Als theoloog ben ik geïnteresseerd in de religieuze relevantie van Shakespeares stukken. Voor mij is zijn oeuvre een seculiere vertolking van motieven van menselijk handelen en spreken en dimensies van het menselijk bestaan, die een christelijke inspiratie vertoont. De interactie van de personages, hun motieven en handelingen, en de loop van de gebeurtenissen zijn ondenkbaar in een niet-christelijke context.

’Shakespeare en het christelijk geloof’ is een combinatie die menigeen vreemd in de oren zal klinken. Shakespeares dramastukken lijken immers naadloos aan te sluiten bij een geseculariseerde maatschappij. En inderdaad, wie zijn stukken volgt zoals ze tegenwoordig op de toneelvloer worden gebracht, zal waarschijnlijk het licht van het christelijk geloof niet opgaan.

Toespelingen op de Bijbel of elementen van het christendom worden, als ze al worden opgevangen, over het algemeen beschouwd als toevallige vormelementen die niets te maken hebben met de inhoud en de betekenis van het stuk.

Deze opvatting wordt ook weerspiegeld in de hoofdstroom van de ’Shakespeare-exegese’. Maar ze staat op wel zeer wankele voeten, want ze maakt de schrijver op een merkwaardige manier los van zijn eigen tijd. Shakespeare is, hoe oorspronkelijk hij ook geweest mag zijn, onderdeel van de cultuur van de late zestiende en vroege zeventiende eeuw in Engeland.

Natuurlijk staat het elke tijd vrij om het drama van vroeger tijd een nieuw leven te geven en daarbij die elementen waar de eigen tijd geen affiniteit meer mee heeft naar de achtergrond te schuiven. Maar als het daarbij om wezenlijke elementen gaat, is de vraag wel of een dergelijke interpretatie het betreffende stuk niet in belangrijke mate verzwakt.

Shakespeares stukken krijgen hun diepgang en gewicht – die ze op de hedendaagse Bühne maar al te vaak missen – terug als we meer oog krijgen voor de geestelijke dimensies ervan, die hun natuurlijke plaats innemen in een christelijk referentiekader – hoezeer dat ook in transitie is en in de eeuw van Shakespeare ter discussie is gesteld, ja ook barsten vertoont.

Een blik op de religieuze landkaart van Engeland in Shakespeares tijd leert dat de eenheid van de middeleeuwse kerk in die periode is verloren gegaan. Het calvinisme heeft onder de regeringsperiode van Hendrik VIII toegang tot Engeland gekregen. Dit zal zijn beslag krijgen in een eigen vorm van protestantisme, de middenweg, later anglicanisme genoemd.

Dat protestantisme sijpelde voor een belangrijk deel Shakespeares werk binnen door de taal van de Bijbel, zoals de King James Bible vanaf 1611 en het Book of Common Prayer. De Bijbel werd door het volk opgenomen en verwerkt door prediking, uitleg en persoonlijke lezing. Shakespeare heeft deel uitgemaakt van deze wereld. We weten buiten zijn stukken om niet met zekerheid hoe hij zich heeft verhouden tot het christelijk geloof. Wel kan als objectief feit worden vastgesteld dat hij de Bijbel goed kende. En, te oordelen naar het aantal citaten en referenties, beter dan de meerderheid van zijn tijdgenoten. Dat kan te maken hebben met zijn literaire sensitiviteit. Duidelijk is echter wel dat hij de Bijbel niet alleen uit mondelinge overlevering kende, maar ook zelf heeft gelezen.

Ook blijkt uit zijn stukken dat Shakespeare een grote theologische kennis had. Hij was op de hoogte van actuele theologische debatten zoals ze niet alleen onder geleerden, maar ook onder ontwikkelde leken werden gevoerd. Tussen de regels door zijn er bovendien nogal wat verwijzingen naar kwesties die de godsdienstige gemoederen van zijn dagen hebben beziggehouden.

Hoewel er dus christelijke invloeden zijn te traceren in Shakespeares werk, is daarmee niet gezegd dat hij een vertegenwoordiger is van deze invloed. Ik zie Shakespeare eerder als iemand die in de moderne tijd, en open voor de invloeden van die tijd, in een chaotische en complexe historische setting, een fabelachtig dramatisch oeuvre heeft geschapen, dat is geïnspireerd door de Bijbel en de kernelementen van het christendom.

Hoe lees ik als theoloog Shakespeare? In het bijzonder let ik op de manier waarop de christelijke achtergrond doorwerkt in zijn stukken.

In de tragedie ’Koning Lear’ (vermoedelijk uit 1605), bijvoorbeeld, breekt bij de koning een inzicht door in de situatie van zijn onderdanen, die zich niet kunnen beschermen tegen nacht en stormgedruis. Dat inzicht is sterk verbonden met de christelijke caritas en met medelijden. ’Pity’ en ’love’ zijn de beslissende deugden waar het in het leven om gaat. Juist tegen de achtergrond van Shakespeares donkere tragedies schijnen deze deugden in al hun luister. De mens wordt pas mens wanneer hij medelijden heeft met de zwakken en wanneer hij anderen liefheeft met een onbaatzuchtige liefde.

Ook de komedie ’De koopman van Venetië’ (1596) kent christelijke elementen. Het stuk krijgt een theologisch interessante verdieping als we aandacht besteden aan de rol die het fenomeen ’vrijgevigheid’ er in speelt. Shakespeare maakt duidelijk dat vrijgevigheid kan floreren in een sfeer waarin niet alleen bezit losgelaten kan worden, maar ook zekerheden. Vrijgevigheid wordt in ’De Koopman van Venetië’ verbonden met de bereidheid om risico’s te nemen. Want wie écht geeft, doet dit zonder garanties terug te ontvangen.

Ondanks deze voorbeelden blijft Shakespeares werk ook een voorbeeld van seculiere kunst. De auteur schreef niet in dienst van een kerkelijke opdrachtgever, en evenmin heeft hij in zijn kunst expliciet religieuze ervaringen uitgebeeld.

Toch is zijn kunst wel degelijk religieus in een bredere definitie hiervan. En het is verstandig dat wij ons daarvoor openstellen. Onze eigen geestelijke wereld wordt er niet kleiner van. Natuurlijk is het nuttig en nodig de literatuur van de eigen tijd te lezen – met een open gemoed en een betrokken interesse. Maar vanwege het feit dat deze voor een groot deel gedoopt is in de tijdgeest, kan het ook geen kwaad literatuur uit andere tijden te lezen en, niet te vergeten, van andere plaatsen dan die van de westerse wereld. Deze helpen in ieder geval de beperktheid van de ’moderne’ literatuur te overstijgen.

Dat is een extra reden om me bezig te houden met Shakespeare. Grote literatuur uit het verleden heeft niet alleen haar waarde bewezen – en heeft daarom ook méér gegarandeerde kwaliteit dan de grote meerderheid van de contemporaine literatuur –, het is ook een literatuur uit een andere wereld, met een ander waardesysteem, dat niet zelden geïnspireerd is door de christelijke geest.

Helaas staat kennisname van de grote literatuur van het verleden niet hoog aangeschreven. In het hedendaagse onderwijs op middelbare scholen is dit gebied in toenemende mate terra incognita. De hulpeloosheid van de lezer wordt er alleen maar groter door.

Het zal een bijzondere inspanning vragen het onbekende gebied terug te winnen, om zo te voorkomen dat het een Altantis wordt, waarvan alleen nog maar bij gerucht vernomen wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden