Shakespeare tussen de hoosbuien door in het Amsterdamse bos

AMSTERDAM - Een zaterdagavond in het openluchttheater van het Amsterdamse Bos. Op de stenen banken zitten voornamelijk jonge mensen; de gemiddelde leeftijd is hooguit 25. Er zijn zo'n 600 bezoekers waarmee het theater voor zestig procent vol is. Of we het droog houden, is de vraag.

ANITA LOWENHARDT

De bezoekers zijn gekomen voor 'De feeks' van Shakespeare, een voorstelling van de stichting Openluchttheater Amsterdamse Bos, die voor de achtste achtereenvolgende zomer op deze plek theater maakt. De goede recensies zullen zeker hebben bijgedragen aan de gang van zoveel mensen naar het bostheater. Ondanks het gestaag overkomende vliegtuiglawaai, kwetterende vogels en een paar dreinende kinderen volgt het publiek het stuk met grote aandacht.

Frances Sanders, oprichter van en motor achter de stichting Openluchttheater, (mede)vertaler, bewerker en regisseur van het stuk kan tevreden zijn en dat is ze ook. “Dat er zoveel jongeren waren, is typisch zaterdagavond. Het leuke van onze voorstellingen in het openluchttheater is dat uit een onderzoek bleek dat zestig procent van de bezoekers daarvoor nog nooit naar het theater was geweest. En er komen zoveel mensen op af: 25 000 per zomer.

Het Nationaal Toneel en Toneelgroep Amsterdam trekken met al hun voorstellingen zo'n 80 000 bezoekers per seizoen. Dan doen wij het toch niet slecht voor een voorstelling die vijf weken lang op een plek gespeeld wordt.''

Het zijn deze feiten die Frances Sanders al acht jaar als argumenten hanteert in haar pogingen om steeds opnieuw bij de gemeente Amsterdam subsidie los te krijgen voor de volgende zomervoorstelling. Op hoorzittingen van de commissie cultuur van de gemeenteraad wist ze dat met haar pleidooien steeds weer voor elkaar te boksen. “Het is waar dat ik daar emotionele verhalen houd. Je moet wel. Je staat toch je kind te verdedigen.

Deze voorstelling kost vier ton en we krijgen twee ton subsidie. Die ontbrekende twee ton moet van het publiek komen.” En dat terwijl de voorstellingen in het openluchttheater gratis toegankelijk zijn. “We heffen geen entree omdat dat zo'n poespas is, zo lastig te organiseren is. Bovendien vind ik dat het de toegankelijkheid ten goede komt.”

Daarom roept een van de acteurs de mensen aan het eind van het stuk op per persoon een tientje bij te dragen in de kosten. “Dat is toch niet irreeel”, vindt Frances, “als je bedenkt dat een theaterkaartje gewoonlijk een veelvoud daarvan kost. Maar ja, je hebt altijd mensen die zeggen dat ze het prachtig gevonden hebben en dan met zijn vieren een gulden in de pot gooien.”

Onder meer voor de inkomsten valt te hopen dat de zomer snel beter wordt, want als het regent, gaat de voorstelling niet door. Tijdens het gesprek in haar huis wordt Frances Sanders voortdurend gebeld door acteurs en andere medewerkers die willen weten of de voorstelling die avond doorgaat. “Ik denk dat we het voor vanavond kunnen vergeten”, antwoordt ze een aantal keren.

“Dat is nu eenmaal het risico en we spelen nog tot 28 augustus”, zegt ze even later relativerend.

Oegstgeest

In haar jeugd wees niets erop dat Frances Sanders ooit iets met theater te maken zou krijgen. Ze werd in 1955 geboren in Oegstgeest als jongste van vier meisjes in een vrijzinnig gereformeerd gezin. Haar vader was hoogleraar psychologie aan de VU. “Een echt Trouw-milieu. Wij waren wel gelovig, maar mijn vader had een min of meer filosofische en hele individuele benadering van het geloof, verdiepte zich in ideeen van mensen als Martin Buber. Als we naar de kerk gingen, gingen we vaak naar min of meer 'alternatieve' kerkdiensten. Er zat ook geen dwang achter kerkbezoek, al werd het wel op prijs gesteld, maar ik hoefde niet naar catechisatie. Ik heb me nooit tegen het geloof afgezet, want ik heb het nooit als een ballast ervaren, eerder als prettig.

Mijn moeder was een veel praktischer mens dan mijn vader. Zij runde het gezin als een kapitein op een schip, bracht de vrolijkheid in huis. Ja, die eigenschappen heb ik wel van mijn moeder. Aan de andere kant houd ik erg van het debat en dat heb ik heel erg van mijn vader. Mijn tweede liefde is dan ook de politiek.

Waar het vandaan komt, weet ik echt niet, ik heb vaak gedacht: hoe kwam ik daar nou op, maar ik heb altijd geroepen dat ik actrice wilde worden. Van jongsaf aan. Na de 5jarige HBS wilde ik naar de toneelschool, maar ik was te jong. Ik heb een jaar psychologie gestudeerd en op mijn negentiende kwam ik op de Toneelschool in Amsterdam.

Ik heb het daar heel moeilijk gehad. Dat had met mijn leeftijd te maken: ik was heel erg bezig te ontdekken wie ik was en op die school ben je de hele dag met jezelf bezig. Dat is zeer confronterend. Bovendien was het een erg chaotische tijd op de Toneelschool. Het was voor mij een absolute rottijd, al waren er wel een paar docenten aan wie ik veel heb gehad. Ik begon het een beetje leuk te vinden, toen ik het tweede jaar over deed en pas tegen het einde kwam ik er een beetje achter wat ik wilde.''

Na het eindexamen richtte Frances met Dick van Duin en de van oorsprong Griekse Apostolos Panagopoulos het Protheater op. “Apostolos was een nogal omstreden figuur, een soort dictator, maar wel een van de weinigen die echt bezeten zijn van dit vak. De hartstochtelijkheid waarmee hij werkt, daar heb ik wel iets mee. Het is wel iemand die altijd met iedereen bonje krijgt, omdat hij mensen te veel op hun huid zit. Dat is zijn tragedie.”

Spanning

“Met het Protheater hebben we wel een aantal hele heftige, hele theatrale voorstellingen gemaakt waar ik nog steeds trots op ben: 'Helena' (waarin Frances de titelrol speelde - red.) en 'Mutaties'. Maar op een gegeven moment verdroeg ik de spanning niet meer. Apostolos werkte altijd onder een door hem gecreeerde crisissituatie. Dat botst erg met mij, ik kan namelijk goed werken vanuit rust.” Ze ging weg, speelde in Heijermans' 'Op hoop van zegen', een vrije produktie, en in 'Mephisto' bij het Publiekstheater, onder regie van Hans Croiset. “En ik begon zelf te regisseren: amateurprodukties.”

Ze was in die tijd behoorlijk dik, niet gebruikelijk voor een actrice. “Ik had daar zelf ook problemen mee. Een van de aardige dingen van Apostolos was dat hij mij desondanks de rol van Helena gaf, die had ik van een andere regisseur niet snel gekregen. Ik merk het trouwens nu zelf ook: een regisseur doet nu eenmaal aan 'typecasting', want theater is toch een beeld, een plaatje.

In elk geval had ik er op een gegeven moment genoeg van steeds de dienstbode te spelen. Daarbij benauwde dat hele kleine, tuttige, burgerlijke toneelwereldje, waarin het heel erg uitmaakt wie jij kent en wie jou kent, me zo erg dat ik het Amsterdamse Bos in gevlucht ben.

Mijn idee was om vanuit een amateurvoorstelling straattheater te maken.

Misschien wel allemaal onzin en flauwekul, maar dat leek me leuk en 'Driekoningenavond' van Shakespeare kon volgens mij op straat gespeeld worden. Ik kreeg 4000 gulden subsidie om dat te doen in het Oosterpark.

Helaas werden daar allerlei vetes uitgevochten en vond de politie het om veiligheidsredenen niet zo'n goed idee. Toen hoorde ik dat er een theater was in het Amsterdamse Bos dat al zeven jaar niet meer gebruikt was.

Er was geen stroom, er was eigenlijk helemaal niks, ons decor was veel te klein voor die plek, maar ik vond het zo'n prachtig theater. Als ik nu terugdenk aan de eerste drie voorstellingen . . . die waren niet goed genoeg.

Het was zo'n enorm terrein en achteraf was het absoluut gekkenwerk om dat te ontginnen. Inmiddels zijn we gehecht geraakt aan die plek, het is onze plek, ons eigen huis waar wij mensen ontvangen die op bezoek komen. En zo hoort het ook.''

Turandot

Na Driekoningenavond volgden onder meer 'Turandot' van Schiller - “Dat was ook zo'n zomer als dit.” - een bewerking van 'Het Huis van Usher' - “Was niet helemaal geslaagd, maar dat was wel het eerste jaar dat we visueel en anderszins het theater een beetje in onze vingers hadden. Het jaar daarop hadden we met Shakespeares 'Winteravondsprookje' echt macht over deze plek.

Voor mij een hele dierbare voorstelling.''

En dan nu 'De feeks'. Frances Sanders vindt het belangrijk dat het publiek begrijpt waar 'De feeks' over gaat. “Ik vraag mensen vaak: 'Snap je waarom Petruchio trouwt met Katharina en zij met hem?' Volgens mij gaat liefde over overgave en daar is niets tegen. Alleen, als dat onderwerping wordt, is het gruwelijk. Daar zijn deze twee mensen beiden voor op hun hoede. Ze vinden elkaar omdat ze zo aan elkaar gewaagd zijn. Volgens mij worden ze ruziend tachtig, maar wel samen. Daarom heb ik het ook bijna letterlijk zo geregisseerd dat Katharina en Petruchio de enigen zijn die elkaar in de ogen kijken.

Ach ja, dat zwarte gat . . . na de premiere val ik daar altijd een beetje in.

Daar komt nu bij dat ik vorig jaar een beetje te veel heb gedaan. Twee kindervoorstellingen geregisseerd, naast mijn vijftien uur les per week aan de de Akademie voor kleinkunst en naast de hele organisatie en alle subsidiegevechten voor het Openluchttheater. Ik denk dat ik het komende seizoen een beetje 'vrijaf' neem, alleen les geven en werken aan de volgende voorstelling voor het bos. Waarschijnlijk wordt dat een stuk van een van de Russen: Tsjechov of Toergenjev.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden