Sfeervol beeld van bruisend Groningen

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen, dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van conservator Egge Knol van het Groninger Museum: een schilderij van Groningen bij avond in 1910.

HENNY DE LANGE

Waar is-ie nou? Conservator Egge Knol loopt zoekend langs de rekken met schilderijen in het depot van het Groninger Museum, op een bedrijventerrein aan de rand van de stad. Het schilderij dat hij heeft uitgekozen voor Trouw, bevindt zich niet op de plek waar het zou moeten hangen. En het is ook nog niet naar het museum overgebracht, dat weet hij zeker. Een medewerkster van het depot ontdekt het even later. Het ligt op een tafel, maar je kijkt er zo overheen omdat het geen lijst heeft.

"Dat is ook iets waar je tegen oploopt bij schilderijen die zelden of nooit het depot verlaten. Blijken ze geen lijst meer te hebben. In het verleden vond een malle collega het praktischer om schilderijen en lijsten apart te bewaren in het depot. Met als gevolg dat de lijst van dit werk nergens meer is te vinden." Maar er ligt al een nieuwe lijst klaar voor het schilderij 'Het loopende diep met het lossen van de Hunzeboten bij avond' van Bernard Bueninck.

Egge Knol, conservator archeologie, geschiedenis en oude kunst - 'ik ben de enige oude spullenman van het museum' - is erg benieuwd naar de reacties op dit schilderij. Hij gaat ervan uit dat niemand het ooit nog heeft gezien. Want sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw heeft het, voor zover hij heeft kunnen nagaan, nooit meer het depot verlaten. "Maar misschien is er een oude Groninger die er herinneringen aan heeft, dan hoor ik dat graag", zegt Knol. Zelf zag hij het doek voor het eerst, toen hij zestien jaar geleden in dienst trad van het Groninger Museum. "Het viel me meteen op, omdat het zo'n sfeervol beeld geeft van de nijvere en bruisende stad die Groningen aan het begin van de negentiende eeuw was. Ik bedacht toen al dat het aardig genoeg was om er nog eens iets mee te doen, maar die gelegenheid heeft zich nooit voorgedaan."

Het is al donker, maar op de stoomboten in 'Het Loopende Diep', bij de Noorderhaven in Groningen, wordt nog hard gewerkt. Hoe langer je kijkt, hoe meer figuurtjes je ontdekt op de schepen. Op de kade liggen bergen aarde, tenminste, daar lijkt het op. Vracht die nog geladen moet worden of net is gelost. De stoomboten van deze rederij heetten destijds allemaal Hunze, vertelt Knol. Ze vervoerden lading en passagiers door heel het noordelijk deel van Nederland, tot Amsterdam toe.

Knol is vooral te spreken over de manier waarop de schilder de nachtelijke nevelachtige sfeer in het licht van de straatlantaarns heeft weten te vangen. Intrigerend vindt hij het groene lichtje op de achtergrond, al heeft hij geen idee wat dat zou kunnen zijn.

Bernard Bueninck was geen groot kunstenaar. En dat is ook de reden dat dit schilderij, dat hij na zijn overlijden zelf naliet aan het Groninger Museum, al meer dan een halve eeuw in het depot ligt. Knol vermoedt dat het de eerste jaren nog wel op zaal heeft gehangen. Maar bij een reorganisatie van de museumzalen in de jaren vijftig is het waarschijnlijk weggehaald.

Bueninck was tekenleraar op de Handels HBS in Groningen. Maar hij werd vooral bekend door de tientallen schoolplaten die hij maakte in opdracht van uitgeverij Wolters voor het aardrijkskundig onderwijs. Ook illustreerde hij schoolboeken. Zijn topografische werken geven een goed beeld van het Nederlandse landschap van honderd jaar geleden. Maar je ziet er ook aan af dat hij precies deed wat zijn opdrachtgever van hem verlangde. Aan artistieke vrijheden ging hij zich niet te buiten. "Hij was een heel dienstbare en traditionele kunstenaar, geen vernieuwer. Ook in zijn vrije werk was hij heel behoudend. Een paar jaar geleden kon ik een paar koeienschilderijen van hem kopen, maar die vond ik niet bijzonder genoeg." Knol laat de afbeeldingen ervan zien. "Ik denk dat de gegoede burgerij destijds wel hield van zijn werk. In 1918 deed hij mee aan een verkooptentoonstelling van de kunstvereniging Pictura voor Groninger kunstenaars en amateurs. Hij was toen één van de weinige schilders van wie werk werd verkocht."

Saillant detail is dat de jonge kunstenaars die zich geweerd voelden van deze tentoonstelling, uit protest een eigen kunstvereniging oprichtten: De Ploeg. Het werk van De Ploeg-kunstenaars vormt nu één van de speerpunten van het Groninger Museum. Knol: "Toen het museum in de jaren vijftig begon met het verzamelen van kunst van Groningse kunstenaars, was de keus voor het vernieuwende werk van De Ploeg snel gemaakt. Kunstenaars als Bueninck werden toen weggezet als oubollige navolgers van de Haagse school."

Maar dat wil niet zeggen dat al zijn schilderijen slecht waren. "Het beste werk van kleine meesters is vaak een stuk beter dan het slechtste werk van grote meesters." Met de keuze voor dit schilderij wil Knol onderstrepen dat ook mindere kunstenaars soms een uitschieter naar boven hebben. "En wat ik er ook zo aardig aan vind, is dat het iets vertelt over de geschiedenis van deze stad."

En nu er toch sprake is van een soort hommage aan deze kleine meester, maakt Knol er meteen maar een 'duet' van. Twee jaar geleden kreeg het Groninger Museum van de familie een schilderij van Bueninck in langdurig bruikleen, dat het niveau van zijn koeienschilderijen ruimschoots overstijgt. Knol: "Het gaat om een niet gedateerd schilderij van trams bij het stadhuis, waarschijnlijk in dezelfde periode geschilderd als de stoomboten in Het Loopende Diep. Ook dit schilderij is een sfeervol avondgezicht. In zoverre passen ze heel mooi bij elkaar. En daarom heb ik besloten ze allebei op te hangen."

Het schilderij van de trams is ook weer actueel, omdat het de plek in de stad verbeeldt waar straks het Groninger Forum zal verrijzen. En dan zijn er ook nog plannen om weer trams te laten rijden in Groningen. Egge Knol: "Op dit schilderij krijgen bezoekers een heel sfeervolle indruk van wat trams kunnen toevoegen aan het straatbeeld." Dat Groningen honderd jaar geleden een bruisende en nijvere stad was, heeft de kleine meester Bueninck heel mooi weten te verbeelden, constateert Knol.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden