Sevilla op de fiets

Door de nauwe straatjes in de binnenstad, langs de oevers van de Guadalquivir rivier of door de lanen van het María Luisa park: Sevilla ontdek je op de fiets.

In Madrid, waar ik woon, doorkruisen achtbaanswegen het stadscentrum, fietspaden ontbreken, de lucht is zo droog dat je al snel naar ademt hapt en de wegen zijn heuvelachtig. Voor een Hollandse is het dus een feest om in een platte stad vol fietspaden te komen.

Een artikel in El País had mijn aandacht getrokken. De krant sprak over 'Sevilla, het paradijs voor tweewielers' en schreef dat het met 170 kilometer fietspad na Amsterdam, Kopenhagen en Utrecht de beste stad ter wereld was voor fietsers. En dat in Spanje. Dat moest ik zien.

Verrukt over het vooruitzicht van een hele dag fietsen, huur ik de eerste de beste fiets die ik tegenkom. Dat is geen goed idee, zo blijkt. Mijn fiets, gehuurd op het station, is gammel, heeft geen versnellingen en een zadel waar ik na twee kilometer al een houten kont van krijg.

Ik krijg een kaart mee van de stad en één met alle fietspaden. "Er zijn niet echt regels voor fietsers, hoor", verzekert de dame achter de balie. "Ook waar geen fietspad ligt, kun je gewoon fietsen. Als je maar goed uitkijkt. Automobilisten moeten nog wennen aan al die fietsers."

Vanaf het station voert het groene pad mij richting centrum. Omdat er kennelijk niet genoeg ruimte was, en mogelijk uit respect voor het groen, staan soms midden op het fietspad bomen. Eromheen fietsen dan maar. Kijk alleen uit voor tegenliggers.

Mijn eerste stop is Plaza de España, gelegen in het María Luisa park aan de zuidkant van het centrum. Gebouwen met torens, trappen, blauw mozaïek, azulejos, staan in een halvemaanvorm op een plein met een grote fontein in het midden.

Het werd gebouwd ter ere van de Iberoamericana-tentoonstelling van 1929 en is een mix van art deco en de voor Sevilla zo kenmerkende Mudejar-architectuur (een mix van moslim- en christelijke kunstvormen).

De hele stad is overigens een mengelmoes van stijlen. Sevilla werd volgens de lokale legende gesticht door de Griekse held Hercules en is door de geschiedenis heen in handen geweest van de Grieken, Feniciërs, Carthagers, Romeinen, Vandalen en daarna de Visigoten.

Hoewel de stad meerdere bloeiperioden heeft gekend, werd deze pas echt welvarend nadat Columbus Amerika ontdekte in 1492. 'Puerto de Indias', de haven van Sevilla op 80 kilometer van zee, werd de belangrijkste verbindingshaven tussen Europa en Amerika. Sevilla controleerde de Nieuwe Wereld. Aan de tijd van grote rijkdom komt een einde door de grote pestepidemie die in 1649 aan naar schatting 60.000 Sevillanos het leven kostte.

Een deel van deze stadsgeschiedenis vind ik terug tijdens mijn tweede stop, ook in het María Luisa park, namelijk het Archeologisch Museum Sevilla. Hoewel de collectie niet heel indrukwekkend is, is het gebouw zelf dat wel - en wie zijn paspoort laat zien, mag gratis naar binnen.

Slingerend door het park langs monumenten en fonteinen vervolg ik mijn weg en neem de noordelijke uitgang en rijd dan de San Telmo brug over. Vanaf deze kant van de Guadalquivir rivier zie je de kerktorens en oude binnenstad van Sevilla liggen.

Aan de waterkant liggen restaurants met terrassen. Na een drankje fiets ik verder, deels over de groene fietspaden, deels over de weg, naar het Museum van de Schone Kunsten en het klooster van Santa Maria de las Cuevas.

Via de Puente de la Barqueta rijd ik langs een stuk oude stadsmuur het oude centrum in. Lunchen doen de Spanjaarden om twee uur 's middags. In taverne Casa del Volapie eet ik wat de lokale keuken biedt: gazpacho (koude groentensoep), gefrituurde vis en rijst en toe krijg ik sinaasappelsap.

Na de lunch buik en rust ik uit in de adembenemende tuinen van de Alcázar, het oudste koninklijk paleis in Europa. In Sevilla komen de temperaturen van juni tot en met september in de buurt van de 40 tot zelfs 45 graden. Nergens in Europa is het zo warm als hier. De fonteinen brengen aangename verkoeling. Hoewel de tuinen midden in de stad liggen zijn moderne geluiden ver weg.

Als de siësta voorbij is, bezoek ik de kathedraal die zich de grootste gotische kathedraal ter wereld mag noemen. De bouw begon in 1401 en tot 1928 zijn er werkzaamheden geweest met een mix van bouwstijlen als resultaat. Naast enkele koningen ligt ook Christoffel Columbus hier begraven. Zijn tombe bestaat uit vier beelden die zijn doodskist dragen.

In 2006 zijn de botten in de kist onderzocht, en het zou inderdaad gaan om de ontdekker van Amerika.

Ik laat mijn fiets bij de kathedraal staan en ik loop naar de oude Joodse wijk Santa Cruz. In de nauwe straatjes vind ik talloze restaurants, barretjes, winkels die katoenen kleding verkopen en souvenirwinkels met vooral flamencospullen.

Als de avond nadert, fiets ik terug via La Alameda, de uitgaansbuurt. Ik rijd over de gewone weg, maar geen automobilist die dat erg lijkt te vinden. Huiverig voor taxi's - de zeldzame keer dat ik in Madrid fietste, kreeg ik weinig vleiende taal naar mijn hoofd geslingerd - hoef je in Sevilla niet te zijn en zelfs buschauffeurs lijken tweewielers te hebben geaccepteerd.

Ik drink nog een caña, een biertje, op het terras en luister naar een flamenco-optreden op straat en vervolg dan mijn weg naar het station. Sevilla is adembenemend mooi en Sevilla op de fiets in mijn ogen de leukste manier om de stad te zien.

undefined

Naar Sevilla om te fietsen

Transavia vliegt rechtstreeks tusssen Amsterdam en Sevilla in 2 uur en 40 minuten. Andere maatschappijen vliegen met een tussenstop in Madrid of Barcelona. In de stad kun je bij diverse zaken fietsen huren, zoals bij Bajabikes (www.bajabikes.eu). Bajabikes biedt ook een dagtoer aan door een natuurpark ten noorden van Sevilla. In de stad zelf rijdt een deels ondergrondse tram. Taxi's zijn goedkoop. Op het menu staan veel rijstgerechten, rijst wordt lokaal verbouwd en gazpacho. Wie van zoet houdt moet de 'yemas' proberen die de nonnen van het klooster San Leandro in de stad maken. Een kaart met fietspaden is te downloaden via www.sevilla.org/sevillaenbici/

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden