Servische orthodoxie in het nauw

Het is geen godsdienstoorlog tussen oosters-christendom en islam, daar in Kosovo. Die twee religies hebben nooit met elkaar in de clinch gelegen en doen dat ook nu niet, zegt een Franse deskundige tegen het persbureau AFP, elders op deze pagina. Maar de taal van de Servisch-orthodoxe kerkvorsten klinkt zeker niet altijd vredelievend.

De Servisch-orthodoxe kerk zit in een moeilijk parket. Enerzijds kan ze zich, nu de Navo-bommen vallen, niet permitteren om Slobodan Milosevic publiekelijk af te vallen. Anderzijds ziet ze precies datgene gebeuren waarvoor ze de laatste maanden heeft gewaarschuwd: het dreigend verlies van 'het heilige kernland' Kosovo.

De eventuele afscheiding van Kosovo en de kans dat Montenegro uit de federatie met Servië stapt, vormen een nachtmerrie voor 'de hoedster van de Servische natie', zoals de orthodoxe kerk zich sinds de val van het communisme weer met historische vanzelfsprekendheid noemt. Het ideaal van een groot-Servisch rijk streeft president Milosevic eveneens na, maar in de ogen van patriarch en bisschoppen zet hij de verwezenlijking ervan op het spel door voortdurend de confrontatie met het Westen te zoeken.

Vanuit episcopale optiek deed Milosevic dat al tijdens de burgeroorlog in Bosnië, waardoor Kroatië de Krajina kon inpikken. En hij doet het nu opnieuw. Met als levensgroot gevaar dat de door de kerk bepleite autonomie voor Kosovo binnen een groot-Servisch verband illusoir wordt. Welke Kosovaar wil zich, na alles wat er is gebeurd, nog onder Servisch gezag stellen? Hoe los dat ook moge zijn.

Op welke manier de orthodoxe kerkleiding tegen de president aankijkt werd een jaar geleden nog eens onderstreept door patriarch Pavle. Tijdens een redevoering in januri zei het hoofd van de kerk dat ,,we het moeten uithouden totdat er radicale veranderingen komen, zonder welke er geen overleven mogelijk is'. Voor elke goede verstaander was duidelijk dat hij met die radicale veranderingen doelde op het gedwongen, vertrek van Milosevic.

In mei van datzelfde jaar beschuldigde bisschop Artemije van Raska-Prizren (Kosovo) de Servische president van zelfmoordtendensen, omdat deze toen al op een conflict met het Westen leek aan te sturen. Met rugdekking van het merendeel van zijn orthodoxe collega's pleitte de prelaat voor herstel van de Kosovaarse autonomie binnen het verband van klein-Joegoslavië. Drie maanden later drong hij aan op volledige gelijkberechtiging van de Albanezen in Kosovo binnen een gedemocratiseerd, federatief Servië.

Artemije sloot zich aan bij de stelling van Pavle dat ,,exclusief nationalistisch denken nog erger is dan een eenzijdige politieke ideologie'.

De monniken in het beroemde klooster Visoki Decani, aan de grens tussen Kosovo en Albanië, brachten de woorden van hun opperste chef in praktijk: toen in juni '98 de eerste etnische zuiveringen zich in Kosovo begonnen af te tekenen, schoten zij vluchtende Albanese moslims te hulp.

De maand daarop liet de Heilige Synode, het hoogste orgaan binnen de Servisch-orthodoxe kerk, weten dat de problemen in Kosovo door een dialoog zonder voorwaarden vooraf, vreedzaam en democratisch moesten worden opgelost.

Opmerkelijke uitspraken voor een kerk die jarenlang heel andere geluiden had laten horen. Neem de eerder genoemde bisschop Artemije. Die pleitte enkele jaren geleden nog openlijk voor datgene wat Milosevic nu in praktijk heeft gebracht: het verdrijven van de Albanezen uit Kosovo. En als de president nog de kans krijgt zal hij ongetwijfeld ook Artemije's tweede hartenwens van toen in vervulling doen gaan: massale Servische immigratie.

Op het ogenblik dat de bisschop zijn uitspraak deed, was er niemand in de top van de orthodoxe kerk die hem terugfloot. Dat viel ook niet te verwachten van een college waarin prominente leden Milosovic steunden toen deze in 1989 de autonomie van Kosovo ophief. Toen hij zes jaar later met de gedachte speelde dit besluit weer ongedaan te maken, viel de kerkleiding in meerderheid over hem heen.

In de Kosovaarse hoofdstad Pristina kwam zelfs een 'volksconcilie' bijeen dat plechtig een veroordeling uitsprak over de ,,communistische, anti-nationale, Servië-vijandige politiek van het huidige regime dat zijn belichaming vindt in Slobodan Milosevic'.

Patriarch Pavle ontving na de oorlog in Bosnië Zeljo Raznatovië, alias Arkan, in audiëntie. Toen men Pavle erop attent maakte dat Arkan en zijn paramilitaire 'tijgers' betrokken waren geweest bij wrede slachtingen in Bosnië, deed de kerkleider alsof hij van niets wist. Inmiddels zouden volgens vluchtelingen uit Kosovo Arkans 'tijgers' ook hebben deelgenomen aan recente moordpartijen daar.

Wat Kosovo betreft had de patriarch jarenlang veel meer aandacht voor de Servische minderheid (acht procent en orthodox) dan voor de Albanese meerderheid (negentig procent en moslim). Zo gaf hij de regering bij herhaling te verstaan dat ze onvoldoende opkwam voor de rechten van de Serviërs in het gebied. En nadat de Servische politie begin vorig jaar een demonstratie van Albanese studenten in Pristina bloedig uit elkaar had geslagen (tachtig doden) kwam er bij Pavle slechts een zuinig protest over de lippen, onmiddellijk gevolgd door kritiek op de studenten omdat ze weigerden de Servische eenheidsstaat te erkennen.

Nee, de Servisch-orthodoxe kerk blijkt nog veel minder dan Milosevic bereid om Kosovo op te geven. Jarenlang is ze bij de Servische bevolking aangekomen met leuzen als ,,wie ons moederland (Kosovo) lossnijdt van Servië doodt de ziel van de Servische natie'. En voor wie het nog niet begreep, wilde iemand als Artemije het altijd wel verduidelijken: ,,In Zuid-Servië (Kosovo) klopt al twaalf eeuwen het hart van het Servisch-orthodoxe christendom. We moeten terug naar de spirituele bloeitijd van het Servisch koninkrijk - tiende tot veertiende eeuw - toen ons heilige kernland nog niet besmet was met de pest van de islam.'

En al leek de toon die de kerk bezigt, de laatste tijd om tactische redenen wat te zijn gematigd, de kern van de boodschap blijft keihard overeind: Kosovo is Servisch en dient dat altijd te blijven. Of om bisschop Hrisostom Jevic van Bihac te citeren: 'Ne damo Kosovo - Kosovo geven we niet op'. Af en toe gaan de fluwelen handschoenen weer uit. Zoals op 23 maart, toen de Heilige Synode in een verklaring over het Navo-ultimatum met geen woord repte van de Servische terreur in Kosovo.

Nog geen twee weken geleden noemde patriarch Pavle het gebied ,,de wieg van het Servische volk waarvoor elke Servische man bereid moet zijn te sterven'. Hij speelde hiermee in op eeuwenoude sentimenten die diep verankerd liggen in de Servische volksziel. Ook al heeft een groot deel van de Serviërs de provincie nog nooit bezocht, toch staat ze model voor nationale grootsheid en religiositeit.

In Kosovo liggen immers de belangrijkste heiligdommen van de Servische natie: kloosters als die van Prizren, Gracanica en het eerdergenoemde Visoki Decani. ün de patriarchale kerk annex klooster van Pec. Sommigen binnen de Servisch-orthodoxe kerk vinden zelfs dat Pavle zijn zetel van Belgrado weer moet verplaatsen naar Pec waar in de Middeleeuwen generaties patriarchen hebben geresideerd. Pec symboliseert voor hen de politiek-spiritueel-culturele eenheid van het Servische volk die in Kosovo zijn oorsprong heeft en waarvan klein-Joegoslavië in hun ogen de nazaat is.

Het vormt ook 'de laatste buffer tegen het weer oprukkend islamitische gevaar' (Artemije). Gesymboliseerd in de, ook de afgelopen twee weken weer herhaaldelijk gememoreerde slag bij het Merelveld (1389). Daar probeerde vorst Lazar tevergeefs de Ottomanen onder sultan Murad tegen te houden en 'Europa te redden' (vice-president Draskovic). Hier ook werd in de ogen van prominente orthodoxe theologen als Atansije Christus in de collectieve persoon van het christelijke Servië als het ware opnieuw gekruisigd.

Sindsdien is Kosovo in de optiek van de kerk en van veel Serviërs synoniem voor Servisch lijden omwille van de nationale, orthodoxe identiteit. Eerst werd hun dit leed aangedaan door de Turken, later door de fascisten uit Kroatië en de nazi's uit Duitsland, vervolgens door de goddeloze communisten en nu door het 'immorele' Westen onder leiding van de Verenigde Staten. Allen probeerden dan wel proberen ze het Servische volk te vernietigen dat volgens hun wereldlijke en kerkelijke leiders slechts één ding wil: met orthodox Pasen vreedzaam ter kerke gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden