Serviërs vrij maar nog steeds arm

Vandaag een jaar geleden bracht een volksopstand de Joegoslavische president Slobodan Milosevic ten val. De vrijheid is vergroot, maar de armoede ook.

BELGRADO - De 24-jarige Vitomir Jevrenovic fladdert van het ene naar het andere meisje. De Dollar Bar, net buiten het centrum van Belgrado, is zijn tweede huis. Oliver Toskovic, ook 24, schenkt thuis in zijn dorp Ostrovo zijn vrienden nog een glas zelfgestookte rakija in. Koppig spul, waar je de volgende dag hoofdpijn van hebt. Servië, 5 oktober. Een jaar na de val van Slobodan Milosevic.

,,Eigenlijk is alles veranderd'', schreeuwt Vitomir -'Vita'- boven de hiphop-beat uit. ,,We voelen ons niet alleen vrij, we zijn het ook. Een jaar geleden wilde ik het land verlaten. Nu blijf ik, zeker weten. Nu zijn er kansen. Zo schudden we eindelijk het communisme van ons af.''

Op 5 oktober vorig jaar bestormde een bonte menigte het federale parlement en Milosevic' propagandazender RTS in Belgrado. Mijnwerkers, studenten en aanhangers van de oppositiecoalitie DOS staken beide gebouwen in brand. Milosevic kon niet langer rekenen op de onvoorwaardelijke steun van leger en politie en de volgende dag gaf hij toe de verkiezingen van 24 september te hebben verloren. Vojislav Kostunica, leider van de Democratische Oppositie van Servië, werd de nieuwe president.

Sindsdien voelen de meeste Serviërs zich vrij, maar feitelijk zijn de levensomstandigheden nog beroerder dan onder Milosevic. De vroegere president probeerde zijn volk te vriend te houden met subsidies op eerste levensbehoeften en lage belastingen. Dat kan niet meer, onder meer door eisen van de internationale instituten die Joegoslavië er financieel weer bovenop moeten helpen. Het gevolg: sterk stijgende prijzen bij op z'n best gelijkblijvende inkomsten.

,,De eerste drie maanden waren we allemaal euforisch, maar de passie is bekoeld'', zegt Oliver Toskovic nuchter. ,,De meeste mensen in Ostrovo zijn depressief en teleurgesteld'', vertelt Oliver die samen met zijn moeder, een oom en een tante en zijn grootouders een piepklein huisje bewoont. Zijn vader is dood. ,,Maar het is een passieve teleurstelling. Ze mopperen stilletjes, maar ze zullen niet zo snel in opstand komen.''

Zonder ingrepen zal het echter nooit beter gaan, vindt Oliver. ,,Pijnlijk maar noodzakelijk'', noemt hij ze. En er gebeurt wel degelijk iets in Ostrovo. Zo is het dorpshuis hersteld, wordt de haperende elektriciteitsvoorziening eindelijk gemoderniseerd, kregen jongeren een bijdrage voor het opknappen van hun basketbalterreintje en wordt er hier en daar een gat in de toegangsweg gedicht. ,,We verbouwen ons eigen voedsel'', zegt Oliver. ,,We overleven wel. Dit is een dorp. We zijn niet gewend aan theater of bioscoop. Onze behoeften zijn niet zo groot.''

Dat zijn ze in Belgrado wel. Stadsjongeren willen uit, en meer dan één glas cola drinken op een avond. Ze willen ook die nieuwe Golf GTI, ze willen marihuana en bovenal: ze willen niet meer afhankelijk zijn van het schamele salaris en de dito kost en inwoning van hun ouders.

Vita studeert archeologie, maar hij probeert tegelijk een internetbedrijfje op te zetten. ,,Dit is een moderne tijd, een kapitalistische tijd'', roept hij, terwijl hij de flipperkast op tilt duwt. ,,Dat vereist een nieuwe manier van denken. De meeste Serviërs zijn daar nog niet klaar voor.'' Vita heeft grote plannen, maar hij kan geen lening krijgen zonder het huis van zijn familie in onderpand te geven. En dat durft hij niet aan.

Geldgebrek is het grootste probleem, vindt Vita. Er zijn geen banen, er is geen business. Zijn moeder heeft een kruidenierszaak, maar haar klanten hebben nauwelijks geld te besteden. ,,Servië'', zegt Vita als de muziek wat zachter gaat, ,,kent overigens wel meer problemen dan de beroerde economische situatie.''

Kosovo bijvoorbeeld, het internationale protectoraat dat formeel nog steeds een Joegoslavische provincie is.

Servië zal die provincie verliezen, daar is Vita van overtuigd, Milosevic heeft Kosovo prijsgegeven. ,,Laten we dat maar accepteren'', zegt hij. ,,Vechten met de internationale gemeenschap is zinloos.'' En met nauwelijks ingehouden woede: ,,Maar ik zou er een muur omheen willen bouwen, zo groot dat je vanuit de ruimte twee muren kunt zien: de Chinese en de verdomde Kosovo-muur. En we moeten de Albanezen in de grondwet verbieden om ooit nog een voet in Servië te zetten.''

Zo radicaal zal de veel rustiger Oliver zich niet uitlaten. Kosovo interesseert hem ook niet zo. Hij is vooral blij dat bijltjesdag in zijn dorp is uitgebleven.

Toch heeft de periode-Milosevic ontegenzeggelijk diepe sporen nagelaten in Ostrovo. Ook in Olivers familie. Zijn grootouders waren, en zijn, fervente aanhangers van Milosevic, die zij beschouwden als natuurlijke opvolger van Tito, de communistische mastodont die Joegoslavië decennia lang met strakke hand leidde. De portretten van beide helden hangen prominent boven het houtfornuis in het keukentje.

Oliver en zijn oom steunden de oppositie door dik in dun. En moeder probeerde te schipperen. ,,Ik maak er nu maar grapjes over want de mening van mijn grootouders verander ik toch niet meer'', zegt Oliver. ,,Maar het doet wel pijn dat zij die dictator zo lang hebben vereerd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden