Serviërs Oost-Slavonië willen weg

VUKOVAR - “Wij Serviërs zijn een merkwaardig volk”, zegt Bojan grinnikend. “Eerst zetten we een handtekening onder een verdrag en dan wurmen we ons er weer onder uit.”

Op een bankje aan de Donau in het in 1991 totaal verwoeste Vukovar vertelt de 24-jarige Serviër dat nu pas echt tot de Serviërs in Oost-Slavonië begint door te dringen dat ze binnen afzienbare tijd onder Kroatisch gezag zullen komen. “En dat doen we dus niet, wij zijn in 1991 in opstand gekomen omdat we geen tweederangs burgers wilden zijn in het onafhandelijke Kroatië. Nu zullen we niet in opstand komen, maar vertrekken”, zegt de jonge Serviër, die er zelf van droomt naar Duitsland te kunnen gaan. Hij weet zeker dat de ruim 100 000 Serviërs van Oost-Slavonië zullen proberen weg te komen als het tijdelijke bestuur van de Verenigde Naties (UNTAES) wordt overgedragen aan de Kroaten, op zijn vroegst begin volgend jaar, op zijn laatst een jaar later.

Het is een warme ochtend in Vukovar, de hoofdstad van Oost-Slavonië, ruim een half jaar na het begin van het vredesproces dat werd vastgelegd in het verdrag van Erdut. Ooievaars vliegen traag over het stadscentrum dat, evenals de rest van wat ooit een dromerig Oostenrijks-Hongaars stadje was langs de rivier, volkomen in puin ligt. De ooievaars hebben bezit genomen van de hoogste punten en leren hun jongen vliegen vanuit de doorzeefde watertoren of de resten van een katholieke kerk. Mensen zie je nauwelijks. Op de markt na, waar vooral sigaretten en drank worden aangeboden, is er nauwelijks economisch leven in Vukovar. Bojan vertelt dat hij geluk heeft, hij werkt in de winkel van zijn broer en verdient een kleine 600 DM per maand. De meesten mensen in de stad hebben geen werk of verdienen niet meer dan zo'n 200 DM. De jonge Serviër heeft met zijn 24 jaar alle fasen van de oorlog in Kroatië meegemaakt. Van de strijd om de stad Vukovar in 1991, die na vijf maanden beleg door de Serviërs op de Kroaten veroverd werd, tot de grote verliezen aan diezelfde Kroaten vorig jaar. Na de spectaculaire militaire operaties van het Kroatische leger in West-Slavonië en de Krajina is Oost-Slavonië het laatste overgebleven gebied dat nog in handen is van Serviërs, die zich in 1991 niet onder Kroatisch gezag wilden stellen. “Als de Kroaten in 1991 de Serviërs als gelijken hadden behandeld, dan was het nooit zo ver gekomen, dan waren er geen doden gevallen, dan waren er geen vluchtelingen geweest, dan was er niets gebeurd”, aldus de jonge Serviër. Hij stelt gelaten vast dat de Kroaten uiteindelijk toch de sterksten zijn gebleken.

Echt in handen van de Serviërs is het gebied allang niet meer. Het gezag is sinds begin dit jaar in handen van de UNTAES (United Nations Task Force for Eastern-Slavonia). De hoogste bestuurder is (tijdelijk) de Amerikaanse generaal Jacques Klein, die net als zijn landgenoot Richard Holbrooke flink met zijn vuist op tafel kan slaan, maar die tegelijkertijd ook oor heeft voor de verschillende partijen. Hij moet uitvoering geven aan de overeenkomst die eind vorig jaar onder immense internationale druk in Erdut, een ander slaperig plaatsje langs de Donau op de grens met Servië, werd getekend door de strijdende partijen: vertegenwoordigers van de plaatselijke Serviërs en vertegenwoordigers van de Kroatische regering in Zagreb. Het verdrag moet binnen een jaar (met mogelijke verlenging met nog eens een jaar) leiden tot vreedzame reïntegratie van Oost-Slavonië in Kroatië, behoud van het multi-etnisch karakter van het gebied, en terugkeer van een kleine honderdduizend Kroatische vluchtelingen. Een internationale vredesmacht van 5000 man staat Klein bij.

In kringen van de Verenigde Naties wordt de terugkeer van de Kroaten naar het gebied vergeleken met een vierkante schuifpuzzel, waar je de verschillende vierkantjes net zo lang heen en weer moet schuiven tot het klopt. Niet alleen Kroaten naar Oost-Slavonië, maar ook Serviërs naar de Krajina en West-Slavonië. In totaal gaat het om honderduizenden mensen die weer terug moeten naar hun eigen huizen die ofwel met de grond gelijk gemaakt zijn, of bewoond door vluchtelingen van de tegenpartij.

Apsevci ligt helemaal in het zuiden van Oost-Slavonië, niet ver van de autoweg tussen Zagreb en Belgrado. Het dorp is leeg op een oude man na, die verheugd opkijkt als er bezoek komt. Meer dan vier jaar lang heeft hij in een leeg dorp gewoond omdat iedereen in 1991 gevlucht was. Het was een Kroatisch dorp en leent zich daarom bij uitstek voor het terugkeerproject dat de VN samen met het Hoge commissariaat voor de vluchtelingen en andere internationale organisaties uitvoert. Stapje voor stapje wil de VN de Kroaten in het gebied terugbrengen. De eerste stap is het mijnenvrij maken van het gebied en dat moeten de mensen zelf doen, vindt tijdelijk bestuurder Klein. In Apsevci zijn de Kroaten aan het werk. Overal wapperen rode plastic linten langs de huizen en de schuren om aan te geven dat het dorp nog levensgevaarlijk is. Er staan zelfs bordjes met 'here mine' in de grond geprikt. De mijnenruimers zijn gedemobiliseerde soldaten van het Kroatische leger, maar dan wel in burger want de Serviërs mogen op geen enkele manier de indruk krijgen dat het Kroatische leger nu al bezig is binnen te trekken. Het plaatselijke VN-personeel reageert dan ook woedend als door de burgerkleding van de naar schatting 20 mijnenruimers toch een militair uniform schemert. Het mijnenvrij maken kan nog weken of zelfs maanden duren. Voorlopig bestaat de terugkeer van de Kroaten alleen nog op papier. Maar daar gebeurt tenminste wat.

Voor de Serviërs zijn de vooruitzichten veel onduidelijker. Terugkeer van Servische vluchtelingen naar de Krajina of West-Slavonië is tot op dit moment praktisch onmogelijk gebleken. Slechts één procent van de gevluchte Serviërs is erin geslaagd om terug te komen en dat heeft veel te maken met de bureaucratische muur waar ze op stuiten als ze terugwillen. Maar een nog groter obstakel is de amnestiewet die de Kroatische regering onlangs heeft uitgevaardigd. Die is volgens de Serviërs zo onduidelijk dat er eigenlijk helemaal geen amnestie komt: iedere Serviër die de wapens heeft opgenomen tegen de Kroaten zou een arrestatie boven het hoofd hangen

In het Servische kamp is de verontwaardiging groot. Vojislav Stanimirovic is voorzitter van het plaatselijke Servische bestuur in Oost-Slavonië. Terwijl zijn secretaresse voortdurend koffie en sap aanvoert om de hitte het hoofd te bieden betoogt Stanimirovic dat de Kroaten het vredesproces op dit moment op allerlei manier blokkeren. De amnestiewet is nog niet eens de enige reden dat de Servische vluchtelingen vanuit Oost-Slavonië niet terug kunnen naar hun oorspronkelijke dorpen in Kroatië, Zagreb is volgens Stanimirovic ook stiekem bezig de Krajina te “koloniseren” met Bosnische Kroaten. En dan zijn er nog de financiën. Sinds de olievelden van Djeletovci vier maanden geleden werden overgenomen door eenheden van de UNTAES, heeft Oost-Slavonië geen enkele bron van inkomsten meer. Afgesproken was dat de Kroaten de exploitatie over zouden nemen en een deel van de opbrengst aan het Servische bestuur zouden afstaan. Maar daar is tot nog toe niets van terecht gekomen. “Wij krijgen al maanden geen cent meer, niet van de internationale gemeenschap, niet uit Belgrado en nog niet uit Zagreb. Ze hebben ons in een wurggreep genomen om ons te dwingen straks de gehate Kuna (Kroatische munt) te accepteren.”

Op het hoofdkwartier van de VN in Vukovar wijst tijdelijk bestuurder Jacques Klein de Servische verwijten resoluut van de hand. Volgens hem ligt het vredesproces goed op schema. Niet zonder trots stelt hij vast dat binnen een paar maanden heel Oost-Slavonië gedemilitariseerd is. Honderden tanks en zware wapens zijn teruggetrokken. De telefoon werkt weer, de post komt aan en wie zijn papieren in orde heeft kan een pensioen krijgen. “De Serviërs moeten beseffen dat het geen keus is tussen wit of zwart”, buldert de imposante Amerikaanse generaal. “Ze kunnen kiezen tussen donkergrijs en zwart. Natuurlijk moeten ze straks Kroatische identiteitspapieren dragen en betalen met de Kuna. Dit is Kroatië!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden