Servië worstelt nog met Srebrenica

Een herdenking van de slachtoffers van Srebrenica in Belgrado is door de politie verboden. Nationalistische groepen hadden aangekondigd de bijeenkomst te verstoren. Waarom ligt een herdenking zo gevoelig in Servië?

Dusan Masic had een simpel idee. Hij wilde op 11 juli, om 11.07 uur, 7000 mensen verzamelen voor het Servische parlement. De zevenduizend staan symbool voor de slachtoffers van Srebrenica.

Het idee was spontaan, geïnspireerd op een actie in Zagreb voor vermoorde Keniase studenten in april. "Ik zag het en ik dacht 'waarom kunnen we dit niet doen voor Srebrenica?'", zegt Masic, een Servische journalist in Londen. "Er zaten geloof ik 60 seconden tussen dat bericht en mijn eerste tweet."

De uitvoering bleek allesbehalve simpel. Ook twintig jaar na Srebrenica, na een reeks rechtszaken voor het Joegoslaviëtribunaal, na de identificatie van 6930 van de vermisten, is de controverse over wat er daar gebeurde in Servië nog volop gaande. Masic werd voor verrader uitgemaakt, sympathisanten van zijn actie werden bedreigd en nationalistische groepen kondigden tegendemonstraties en verstoringen aan.

Gistermiddag greep de minister van binnenlandse zaken naar een algeheel demonstratieverbod. Er mag vandaag helemaal niets worden georganiseerd voor het parlementgebouw.

undefined

Herdenken en politiek

#sedamhiljada, zoals de actie heet naar het Servische woord voor zevenduizend, raakte verwikkeld in de politieke discussies die de spanningen rond deze twintigste herdenking ongekend hoog lieten oplopen. Er kwam een Britse ontwerpresolutie in de VN-Veiligheidsraad die Srebrenica als genocide bestempelde. In juni verzocht Servië om de uitlevering van Naser Oric, die in oorlogstijd Bosnische troepen in Srebrenica organiseerde, wegens oorlogsmisdaden tegen Serviërs in de omgeving van de enclave. Het zorgde voor woedende reacties onder vele Bosniërs die Oric als een held beschouwen.

De controverse rond Srebrenica barstte in alle hevigheid los en #sedamhiljada werd een speelbal. "Het idee was om een breed publiek aan te spreken om empathie te tonen voor de slachtoffers van Srebrenica", zegt Masic. "Ik wist dat dit hoe dan ook moeilijk ging worden. Ik wist ook dat we het getal zevenduizend nooit zouden halen, maar de politieke ontwikkelingen verkleinden onze kansen verder."

Het debat werd verder verhit toen de Servische premier Aleksandar Vucic besloot de herdenking vandaag in Srebrenica te bezoeken, wat in eigen land veel weerstand oproept. Een groep studenten organiseerde een petitie om hem te overtuigen weg te blijven. Zij vinden dat Servië hiermee een verzoening op ongelijke voet start en dat er te weinig aandacht is voor Servische slachtoffers van de oorlog.

"Wij willen dezelfde behandeling voor Servische slachtoffers uit de regio Srebrenica", zegt organisator Neven Djenadija. "Waarom komen er geen Bosnische vertegenwoordigers naar de herdenking voor Servische slachtoffers? Waarom oefenen de Europese Unie en de Verenigde Staten geen druk op hen uit? En waarom is er geen VN-resolutie voor Servische slachtoffers?" Djenadija bood de petitie aan met 3267 handtekeningen: "Het aantal Serviërs dat is vermoord of vermist in die regio."

undefined

Getallen

De Srebrenicastraat is een klein doorgangetje in het oude centrum van Belgrado. De straat had zijn naam ruim vóór 1995, maar heeft een nieuwe lading gekregen. Wie goed kijkt, ziet wat cementresten. Woensdag werd hier door de actiegroep Vrouwen in Zwart een klein steentje op de kasseien gemetseld, erop een getal: 8372.

Het is het aantal slachtoffers volgens de telling van het Herinneringscentrum in Srebrenica, dat de begraafplaats van de slachtoffers beheert. Daar staan in stenen gebeiteld de namen van 8372 mannen en jongens die sinds de val van de enclave als vermist zijn opgegeven. Het steentje in Belgrado bleek te aanstootgevend, een dag later was het weer verwijderd.

De vraag hoeveel mensen er in Srebrenica precies zijn vermoord is overal nog open, maar in Servië liggen de schattingen stelselmatig lager dan elders. Zevenduizend doden geldt internationaal als een conservatieve schatting, maar niet hier.

"Srebrenica is hier genegeerd, gerelativeerd", zegt Bruno Vekaric, aanklager bij een speciale afdeling van het openbaar ministerie die zich bezighoudt met de vervolging van oorlogsmisdadigers. "Ook vandaag vind je nog genoeg experts die zeggen dat het misschien om 2000 mensen ging. Terwijl officiële rapporten spreken van zeker 7000 en waarschijnlijk 8000 slachtoffers." Dat is een getal waar hij mee werkt, maar het is nog niet door een Servische rechtbank bevestigd.

Neven Djenadija wijst erop dat het Joegoslaviëtribunaal onlangs in een zaak tegen verdachte Tolimir, aanvankelijk aangeklaagd voor betrokkenheid bij de moord op 5749 mensen, stelde dat van 4970 slachtoffers de specifieke omstandigheden van hun moord waren omschreven. Dat betekende dat deze verdachte in de veroordeling niet voor een groter aantal moorden verantwoordelijk kon worden gehouden. "Elke dode is er een te veel, maar er zijn hier te veel inconsistenties", vindt Djenadija.

Het is een discussie die Masic juist wilde vermijden. "Er is nu eenmaal onduidelijkheid over het precieze aantal slachtoffers. Dat is het resultaat van de manier waarop de misdaad gepleegd is, waarbij de lichamen zijn verborgen. Als we het getal 8372 hadden gekozen, hadden we het de afgelopen maanden alleen maar over nummers gehad."

undefined

'Dat moeilijke buitenlandse woord'

De tweede kwestie die Servië volop bezighoudt, is of 'Srebrenica' al of niet een genocide was. Dat het Bosnisch-Servische leger na de val van Srebrenica oorlogsmisdaden beging, wordt alleen nog door de allerradicaalste nationalisten ontkend. Baanbrekend was een optreden van de Servische president Tomislav Nikolic op de Bosnische televisie, waarin hij vergeving vroeg 'voor Servië en de misdaad in Srebrenica'. Maar hij noemde niet het woord dat Bosniërs wilde horen. Zij dachten aan een eerder interview.

"Het was geen genocide", zei Nikolic in 2012 een dag na zijn inauguratie nadrukkelijk. Hij ging daarmee in tegen vonnissen van internationale rechtbanken en een impliciete erkenning van het Servische parlement zelf. Dat besloot in 2010 een oordeel van het Internationaal Gerechtshof te accepteren, echter zonder het woord genocide zelf te gebruiken. Nikolic heeft steun in eigen land. Een meerderheid van de Serviërs zegt in opiniepeilingen de misdaden van Srebrenica te verafschuwen, maar zo'n 70 procent weigert het genocide te noemen.

Dat is al jaren een heikel thema, maar de discussie in de Veiligheidsraad maakte het urgent. 'New York' domineerde deze week het nieuws in Servië. Premier Vucic maakte duidelijk dat hij nooit naar Srebrenica zou zijn gegaan voor de herdenking als de Britse ontwerpresolutie niet was geblokkeerd door Rusland.

Desondanks houdt de kritiek op zijn bezoek aan. Voor de studenten rond Djenadija blijft het een impliciete erkenning van genocide en dat is onbespreekbaar. Dat 'demoniseert het Servische volk en maakt de Servische slachtoffers van een lagere waarde', vinden zij.

"Dat moeilijke buitenlandse woord genocide", verzucht Jasmina Lazovic, een activist van het Jeugdinitiatief voor Mensenrechten. "Ik begrijp niet waarom mensen die noodzaak voelen om het debat over het woord genocide te voeren. De creativiteit die wordt gebruikt om het te ontwijken..." Lazovic' organisatie ondersteunt het initiatief van Masic en ziet met lede ogen aan hoe de actie wordt ontvangen. "De hele discussie, vooral over de VN-resolutie, verziekt het debat. Dit gaat niet langer over de slachtoffers."

undefined

Parallel universum

De organisatoren hielden de afgelopen dagen al rekening met een verbod. Eerder werd de organisatie van een Gay Pride drie maal op rij verboden omdat, zo werd gezegd, tegendemonstraties de publieke veiligheid in het geding zouden brengen. Goran Miletic, zowel betrokken bij de Gay Pride als bij #sedamhiljada, maakt korte metten met dat argument. "Het heeft niets met technische zaken te maken. De politie kán zoiets beveiligen. De politieke wil ontbreekt alleen."

"Ik dacht dat dit een manier kon zijn om te laten zien dat er normaliteit bestaat in Servië", zegt Lazovic. "Dat we een duidelijke boodschap konden sturen dat Srebrenica niet in onze naam was. Maar de parallelle universa waarin we leven zijn er nog steeds na twintig jaar. Dat is helaas de situatie in Servië."

Lazovics organisatie nodigde die van Djenadija uit voor een debat, maar dat werd afgewezen. "Ze willen niet de waarheid horen", stelt Djenadija. "Ze luisteren alleen naar de mensen die hen betalen, zoals de Amerikaanse overheidsorganisatie Usaid."

Ook Masic is weinig optimistisch: "Ik heb geen bezwaar tegen het verbod, want dat laat tenminste zien wat de stand van zaken is in Servië in 2015. We zijn door de politieke discussie jaren teruggeworpen. Maar #sedamhiljada heeft zijn belangrijkste doel bereikt. We hebben dit jaar twee maanden gesproken over Srebrenica in plaats van twee dagen."

Masic hoopt dat de discussie op de agenda kan blijven en dat zijn initiatief navolging vindt, ook in Bosnië of Kroatië. "Ik hoopte echt dat, na twintig jaar, iemand dit op zou pikken en iets soortgelijks zou starten voor Servische slachtoffers. Als wij kunnen laten zien dat we meeleven, en andere landen nemen dat over, dan kun je langzaam toewerken naar een herdenking voor alle slachtoffers. Dat is de manier om hier uit te komen."

Dat zal weerstand blijven oproepen, denkt hij. "Zodra je besluit om de slachtoffers van 'de andere kant' te herdenken, zul je direct radicalen en uiterst rechts tegen je krijgen. Maar ik geef om Servië en ik ben bereid mijn bijdrage te leveren. We zullen die empathie moeten opbrengen. Vergelijk het met wonen in een gebouw waar alle buren hun vuilnis uit het raam smijten. Waarom zou je daar niet als eerste mee ophouden?"

undefined

Vucic in Srebrenica

Als de Servische premier Aleksandar Vucic vandaag inderdaad verschijnt in Srebrenica, zal hij met afstand de meest controversiële gast zijn. Het bezoek is in Bosnië minstens zo omstreden als in Servië. Niet alleen vanwege het Servische aanhoudingsbevel tegen Naser Oric, die voor veel Bosnische moslims als een held geldt, maar vooral om Vucic' eigen verleden. Twintig jaar geleden was hij een radicale nationalist, en bezwoer hij dat voor iedere dode Serviër er honderd moslims zouden worden gedood.

Als premier en leider van de relatief gematigde Servische Progressieve Partij klinkt hij heel anders. "We hebben de plicht om het lijden van anderen te respecteren. Alleen zo zullen zij het onze respecteren", zei hij in een toelichting op het besluit om naar de herdenking te gaan.

undefined

Is de massamoord een genocide?

De vraag of de massamoord in Srebrenica een genocide was houdt juristen al twee decennia bezig. Het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag oordeelde in de rechtszaak tegen de Bosnisch-Servische generaal Krstic van wel, en veroordeelde sindsdien meerdere mensen voor genocide in Srebrenica. Het Internationaal Gerechtshof, dat zaken tussen landen behandelt, bevestigde de genocide in een oordeel over een zaak die Bosnië tegen Servië had aangespannen.

Critici van deze oordelen baseren zich vooral op de schaal van de moorden. Zij wijzen op andere erkende genocides, zoals de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog die zes miljoen levens kostte, en de Rwandese genocide in 1994 met een miljoen slachtoffers.

De president van het Joegoslaviëtribunaal ziet geen reden voor twijfel: "Onze vonnissen maken heel duidelijk dat we de gebeurtenissen is Srebrenica beschouwen als genocide", zei hij deze week in een interview.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden