Reportage

Servië is oorlogsmoe, in de touwen geslagen

Supporters van voetbalclub Rode Ster Belgrado.Beeld EPA

Servië probeert het trauma van de oorlog achter zich te laten, maar nationalisme is altijd een factor van belang. Deel 11 van de reisserie van Jonathan Holslag langs de rafelranden van Europa. 

Ik verlaat Hongarije en reis met een trage trein tot voor de poort tot de Balkan: een hoog scherm met prikkeldraad, bewaakt door drie Hongaarse soldaten. Aan de andere kant ligt Servië. De hekken ratelen open en de trein zet zich in beweging. In grensstad Subotica is het kermis, maar er is geen volk buiten. Douanebeambten schuifelen door de trein. Het noorden van Servië blijkt een strakgetrokken laken van maisvelden, afgewisseld met pruimenbomen, ontzettend veel pruimenbomen. Dorpen zijn schaars en de wegen zijn overwegend linten rul zand.

In de restauratiewagen is de voorraad mineraalwater uitverkocht. "Je kunt bier proberen", grinnikt de kelner. Ik raak aan de praat met Vladimir Radojkovic, een jonge Serviër die in Amerika studeert. "Let op met dit land", waarschuwt hij, "De stabiliteit is bedrieglijk. De nieuwe president kun je niet vertrouwen. Hij heeft een duister verleden en tijdens de Joegoslavische burgeroorlog was hij de propaganda-tsaar van Slobodan Milosevic. Deze man heeft bloed aan zijn handen." Het bloedbad dat Milosevic in 1991 in gang zette, kostte het leven aan 140.000 mensen en joeg twee miljoen vluchtelingen naar Europa. Het was een tijd van genocide en verkrachtingskampen.

Servië is voorbestemd een leider in de Balkan te zijn. Het heeft het grootste potentieel voor landbouw, herbergt grondstoffen, telt op Griekenland na de meeste inwoners en is het raakvlak van de historische invloedssferen van de Oostenrijkers, de Russen en de Turken. In 1945 maakte Josip Tito van Servië het centrum van Joegoslavië. Broederschap en eenheid was zijn motto. Nu, decennia later, doet president Alexander Vucic een poging om het leiderschap te herstellen, niet door politieke eenwording, zoals Tito, of door haatpolitiek, zoals Milosevic, maar door samenwerking en bij voorkeur als lid van de EU. Heeft die vreedzame politiek kans op slagen, wil ik weten, of wordt Servië opnieuw het drama van de regio?

Samen groeien

De trein kruipt verder. De zonsondergang tovert het landschap amber. In de verte doemen de bergen van de Balkan op. We naderen Novi Sad, waar een imposante brug over de Donau in aanbouw is. Een oude geitenhoeder trekt langs de spoorwegberm. Na negen uur rijden, licht eindelijk de hoofdstad op: Belgrado. Buiten de stad staan lange rijen wagons met containers van de Chinese reder COSCO, geladen in de Chinese containerterminal in Griekenland. Boven de stad schijnt een gigantische lichtreclame van Huawei, nog een bedrijf gesponsord door de Chinese staat. Het is nacht als ik versuft de trein uitstap - aan de verkeerde kant, zodat ik op de rails beland. De stad riekt naar urine en riool. Gepimpte Audi's gieren door de straten.

Vroeg in de ochtend komt een adviseur van de pas ingehuldigde president me opzoeken. We ontbijten op het terras van het Moskva Hotel. Het etablissement werd door het Russische Rijk aan Servië cadeau gedaan vlak voor de Eerste Wereldoorlog. "De banden met Rusland zijn nog steeds sterk", wijs ik naar een groot reclamebord voor Russische treinen. "Sterker dan ooit", grinnikt de man, "Misschien moet de EU Unie ook een tandje bij zetten." Wat bedoelt president Vucic met groeien door te verbinden? Hij wil van Servië de aantrekkelijkste investeringsmarkt van de Balkan maken. Het wekte de indruk dat Servië net zoals Duitsland het oorlogstrauma probeert te verwerken door economische integratie. "Samen groeien", zoals Helmut Kohl verwoordde.

"Servië kan niet groeien zonder vrede", stelt mijn tafelgenoot. "We willen daarom één markt van twintig miljoen mensen worden: het oude Joegoslavië plus Albanië, maar deze keer zonder er één staat van te maken. Er komen spoorlijnen van de Griekse haven Piraeus naar Boedapest, we willen een snelweg naar Albanië, bruggen die ons beter verbinden met Slovenië en Bosnië, we willen een regionaal elektriciteitsnetwerk en deel uitmaken van de Russische aardgasnetwerken. Het plan is op die manier de brug naar Midden- en Oost-Europa te worden, voor China vooral, maar bijvoorbeeld ook naar Turkije. We zullen vrijhandelszones oprichten voor nieuwe industrie en vrijhandelsverdragen afsluiten. We zullen concurreren, vooral met Kroatië, niet met haat, maar met ondernemerschap." Vijf espresso's later nemen we afscheid en peil ik bij drie Europese diplomaten hun mening. Vucic is onze beste kans op stabiliteit, klinkt het unisono.

Dorcol

Als premier boekte Vucic positieve resultaten. Tussen 2012 en 2017 groeide de economie en kwamen er meer buitenlandse investeerders. "Maar tegen welke prijs", werpt de pas afgestudeerde stedenbouwkundige Dragana Kostica op, "Kijk naar de Fiatfabriek: mensen werken er voor 300 euro per maand. Kijk naar het megalomane bouwproject van de Golfstaten aan het station: er is sprake van corruptie. De overheid zegt dat we geduldig moeten zijn, maar we zijn zeventien jaar bestolen van binnenuit." Dragana leidt me door de wijk Dorcol. Dorcol dankt zijn naam aan het Turkse woord Dortjol dat kruispunt betekent. Ooit vertrokken hier de handelswegen naar Istanbul, Wenen, Dubrovnik en Bulgarije. Vandaag is er weinig handel of groei te zien. Stucwerk bladdert van de woonblokken en wegen zijn stuk gereden.

Een koffiebar in de wijk Dorcol.Beeld Hollandse Hoogte / Redux Pictures

In Dorcol zit de helft van de inwoners zonder werk. Bojana Bosnjacki wil daar verandering in brengen. In de wijk heeft zij met andere jongeren een garagehal omgevormd tot een plek om te ondernemen. Zelf runt ze een winkel in lokaal gemaakte kleren. Er zijn ook een koffiebranderij, een bakkerij en andere bedrijfjes. "Noem ons hipsters, maar de essentie is vooral dat we ons lot in eigen hand nemen. Ik wil jobs creëren en van Belgrado een verrassende plek maken. We kunnen de toekomst beter maken als mensen ervoor vechten." Een vriendin valt haar bij: "In de politiek heeft niemand nog vertrouwen. In 2000 gingen onze ouders de straat op om tegen Milosevic te protesteren, maar de protestleiders werden gefinancierd door Amerika en leiden nu een rijk leven. We willen geen politieke huurlingen zijn. We willen van onderuit iets in beweging zetten."

Een prachtig verhaal, maar vorig jaar trokken opnieuw 60.000 jonge mensen weg. De frustratie zit diep, zeker in wijken als Dorcol. 'No war but class war', is er op een dichtgetimmerd gebouw geklad. Op andere gevels staan extreem-rechtse Keltische kruisen. In Bar Kiki staren kaalgeschoren mannen met glazige ogen naar het voetbal.

Beterschap is niet meteen in zicht en de economische resultaten van Vucic zijn fragiel. De buitenlandse schuld is ontploft en de maakindustrie slabakt. Buitenlandse investeerders kunnen Servië uitspelen tegen een handvol andere lagelonenlanden op de Balkan. De Russen investeren amper. En de Chinezen, die zien Servië vooral als een transitland naar de Europese Unie, niet als een productieland.

Dictator

"Wat zal president Vucic doen als de groei tegenvalt?", oppert journalist Slavko Lazanski. "Vucic is een opportunist. Als hij zijn macht via een groeiproject kan realiseren, zal hij die kans grijpen. Lukt dat niet, dan zullen we opnieuw kennis maken met de politicus die ooit de propaganda van een dictator verzorgde."

Lazanski werd tweemaal opgepakt tijdens de periode van Milosevic en vreest een terugkeer naar het nationalisme. Slavisa Lekic, één van Servië's belangrijkste opiniemakers, hekelt vooral het wantrouwen dat Vucic zaait tegenover de media. "Tijdens zijn inhuldigingsplechtigheid pakte een bende de aanwezige reporters hard aan. De president repte er met geen woord over."

Straatbeeld van Belgrado.Beeld Colourbox

Is het populisme van Vucic ook een bedreiging voor de vrede op de Balkan? Ik had de indruk dat de frustratie zich vooral keert tegen de politiek in brede zin. Dat lijkt bevestigd te worden door een peiling van onderzoeksbureau Gallup begin 2017. Meer dan tachtig procent van de respondenten gaf aan dat het uiteenspatten van Joegoslavië slecht was voor hun land, maar slechts 1,5 procent stelde bereid te zijn te vechten als hun land bedreigd wordt. Of zoals Lazanski me op het hart drukt: "Frustratie heeft vooral geleid tot gelatenheid en cynisme. De meeste mensen denken dat woede gewoon geen zin heeft. De stilte van de gewone burgers zorgt er echter voor dat een kleine ultra-rechtse kern veel invloed heeft."

Die rechtse kern nam het voortouw in de strijd voor het inlijven van Kosovo. Zij beschouwen Kosovo als een afvallige Servische provincie. In januari probeerden ze een conflict uit te lokken door een trein met Groot-Servische slogans naar Kosovo te laten rijden. De Kosovaren waren woedend en de EU moest druk uitoefenen om de trein te stoppen. Met symboolacties als deze maken nationalisten het moeilijker voor de regering om de afscheuring van Kosovo te erkennen, wat een voorwaarde is om de toetredingsonderhandelingen met de EU op te starten.

Rode Ster

En laat het nou net hun bedoeling zijn dat laatste te verhinderen. Hoewel Vucic stelt dat de toekomst van Servië in Europa ligt, is het geduld van de meeste Serviërs met de EU op. Nationalisten willen dat hun land zich naar Rusland keert, een kans die Rusland op zijn beurt aangrijpt om zijn invloed in de regio te versterken. De Russische defensieminister Rogozin verwees recent opnieuw naar de Serven als "Balkanrussen". Rusland steunt Servië met de niet-erkenning van Kosovo, en levert ook tanks die Servië moeten toelaten het militaire machtsevenwicht met het sneller groeiende Kroatië in hun voordeel te houden.

De belangrijkste zet van de Russen is de steun aan voetbalclub Rode Ster Belgrado. Het logo van het Russische bedrijf Gazprom bestrijkt de halve tribune en Poetin was hier om te supporteren. Dit is de nieuwe tempel van het Servische nationalisme. Op verschillende plekken zijn mannen met geweren geportretteerd, als iconen bijna. Bij sommigen liggen verse bloemen. Dit zijn de martelaren van Belgrado, supporters die vochten in de Joegoslaviëoorlog. Ook vandaag werpen groepen breedgeschouderde supporters zich op als soldaten van Servië. "Het lijkt er wel op dat hoe slechter de club presteert, hoe meer gekke ideeën hier binnendringen", hoor ik van Kadin Sokolovic, een voetballiefhebber. "In de ochtend zitten veel mannen thuis voetbalspelletjes te spelen, 's middags helpen ze een of andere smokkelaar in drugs of wapens verder en 's nachts werken ze als uitsmijter bij een club. 's Zondags branden ze kaarsjes in de kerk. Het zijn er maximaal een paar duizenden, deze hooligans, maar ze zijn invloedrijk. Nationalisme geeft hier een alibi aan criminaliteit. In extremis worden jonge mannen gerekruteerd om te vechten in Oekraïne of in Bosnië. Dan noemen ze zich Kozakken."

Ik ga op de lege tribune zitten. Een man kalkt met een piepend wagentje de lijnen. Wat moet ik nu van dit land denken? De ambities van Vucic zijn enorm, maar de bevolking is niet overtuigd. Servië is oorlogsmoe, in de touwen geslagen. Op enkele moedige ondernemers na, is de bevolking vooral cynisch. Ze verwacht niet veel van de toekomst en trekt zich terug in groezelige buurten als Dorcol. De zwakte van de samenleving geeft vrij spel aan gangsters in voetbalshirts. Vucic is vooralsnog geen Milosevic, maar de mannen die verantwoordelijk waren voor een flink deel van het bloedvergieten in de jaren negentig, die zijn er nog steeds, klaar om een front te vormen met hun Servische broeders in Bosnië, Kroatië en Kosovo. Tijdens mijn volgende etappe trek ik naar die plekken om te onderzoeken hoe vatbaar zij zijn voor nieuw geweld.

Lees de andere afleveringen uit deze serie in ons dossier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden