Ser-advies: Gezamenlijk sparen voor scholing personeel

Fonds moet werknemer motiveren en mobiliteit bevorderen

Gezamenlijk moeten werknemers, werkgevers en overheid investeren in scholing van personeel. Alleen zo zullen mensen makkelijker naar ander werk, juist ook buiten de eigen sector, overstappen. Die cultuur, waarbij het gewoon is vaker van baan te wisselen, is nodig om werknemers fit te houden en nieuwe kennis bij bedrijven en overheid binnen te brengen. Dat staat in een advies dat de Sociaal-Economische Raad (Ser) naar verwachting binnenkort zal goedkeuren.

Het vorige kabinet had eind 2009 gevraagd om dit advies over meer 'baanmobiliteit'. Het vrijwillig wisselen van werk moet een grotere rol gaan spelen in organisaties en bedrijven, vindt de Ser-commissie die de aanbevelingen heeft opgesteld. De belangrijkste uitdaging voor de Nederlandse arbeidsmarkt wordt namelijk om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Terwijl sectoren, zoals de zorg en - nu al - de techniek, staan te springen om personeel, zullen anders te maken krijgen met krimp.

Het afbreken van schotten - 'in de hoofden van de mensen en in financieringstromen' - die mobiliteit nu hinderen, heeft allerlei positieve effecten, benadrukt Ser-kroonlid Peter Ester, voorzitter van de commissie. "Het is een vorm van empowerment. Als werknemer geeft het je nieuwe mogelijkheden en ervaringen, nieuwe contexten. Het houdt je scherp. Dat geldt ook voor bedrijven. Die kunnen profiteren van de nieuwe kennis en talenten die zo binnenkomen." De samenleving heeft er baat bij doordat er minder knelpunten ontstaan op de arbeidsmarkt en de mismatch tussen vraag en aanbod wordt weggenomen.

Dat rechtvaardigt volgens Ester ook dat de overheid hier geld in stopt. Zijn commissie pleit voor 'co-financiering' met werknemers en werkgevers om scholing en betere inzetbaarheid te stimuleren, behoud van mobilteitscentra en de inzet van reïntegratiegeld om mensen die werkloos dreigen te worden, te helpen bij omscholing. Het kabinet wil daar juist drastisch op bezuinigen. "We verwachten dat iedereen lapt om sectoroverschrijdende fondsen van de grond te krijgen. We moeten intelligente oplossingen bedenken en de middelen die er zijn beter inzetten", meent het kroonlid, wijzend op fondsen in verschillende sectoren, die nu nauwelijks samenwerken.

De Ser-commissie beveelt ook een specifiek op ouderen gericht personeelsbeleid aan. Uit de cijfers blijkt dat zij het minst van baan wisselen. Ester: "We zeggen al een jaar of tien tegen elkaar dat het anders moet, maar het komt maar niet van de grond. We laten oudere werknemers te veel aan hun lot over. Bedrijven moeten anders met hen omgaan en veel meer gericht personeelsbeleid voeren. Ouderen zelf dienen verantwoordelijkheid te nemen voor nieuwe stappen, zodat ook voor hen het wisselen van baan normaal wordt." De Ser blijft weg van het ontslagrecht, door werkgevers gezien als een belangrijk obstakel. "We hebben gezegd dat door veel eerder in die keten te gaan zitten, door personeel up-to-date te houden, je werkloosheid voorkomt. Dan hoef je het accent niet op ontslagrecht te leggen."

Nederlanders stappen niet erg vaak over
Internationaal gezien zit de Nederlandse werknemer in de middenmoot als het gaat om het aantal baanwisselingen. De Deen bijvoorbeeld stapt veel vaker over, ook van bedrijfsleven naar de publieke sector en vice versa. In Nederland staan zulke transfers nog in de kinderschoenen. Binnen de publieke sector zelf is het aantal overstappen in vergelijking met andere landen juist hoog.

Het aantal Nederlandse werknemers waarvoor een persoonlijk ontwikkelingsplan wordt opgesteld, neemt toe. Maar nog slechts een op de vijf bouwt met de werkgever een persoonlijk budget daarvoor op en dat is wel wat de Ser voorstaat in haar advies.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden