Seoul weet zich geen raad met eigen blunders

AMSTERDAM - Het hoge woord is eruit: de stakingsgolf die nu al drie weken over Zuid-Korea spoelt, is het werk van Noord-Korea. De Zuid-Koreaanse autoriteiten die dit gisteren beweerden, namen niet de moeite om de beschuldiging kracht bij te zetten met bewijzen. Maar in het Zuid-Koreaanse jargon is een dergelijke aantijging een soort banvloek, die de weg vrijmaakt voor een traditioneel-autoritaire 'oplossing' van de onrust.

“Noord-Korea stookt de arbeiders op om de regering ten val te brengen”, zo klaagde openbare aanklager Choi Byung-kook op een persconferentie. “Als de onrust voortduurt, biedt dat Noord-Korea de kans op revolutionaire strijd.” De opmerkingen moesten onder meer de geldigheid onderstrepen van het arrestatiebevel tegen zeven vakbondsleiders, die hun toevlucht hebben gezocht in de Myongdong-kathedraal. Eén vakbondsleider, die niet in de kathedraal zat, is overigens gisteren gearresteerd.

Omdat geen der partijen bereid is water bij de wijn te doen, moet de confrontatie tussen regering en vakbonden haast wel uitlopen op massaal geweld - tenzij de stakingsmoeheid het wint van de neiging van de regering om erop te meppen. De bonden hebben vooral aanhang onder arbeiders in de auto-industrie en de scheepsbouw, en zouden er volgens sommige berichten moeilijker in slagen de dienstensector en andere delen van het publiek te porren. Volgens de bonden staken er nog 750 000 arbeiders, maar de regering houdt het op 111 000.

Veel Zuid-Koreanen zijn boos over de botheid van de regering, die er wel op moest uitdraaien dat bonden en oppositie te hoop zouden lopen. Tegelijkertijd zien velen in principe wel het nut van de regeringsmaatregelen, die de 43 jaar lang ongewijzigd gebleven arbeidswetgeving op de helling zetten. Maar de stiekeme manier waarop dat geschiedde, noopte zelfs de regeringsgetrouwe vakbond (de enig toegestane) om op te roepen tot stakingen - voor het eerst in vijftig jaar.

De regeringspartij van president Kim Young-sam riep op 26 december in alle vroegte haar parlementariërs bijeen voor een parlementszitting. De leden van de (niet uitgenodigde) oppositie lagen nog op één oor, toen de regeringsgezinde parlementariërs - tezamen een krappe meerderheid - in zes minuten tijd elf wetten aannamen, die een eind maken aan de tegelijkertijd paternalistische en onderdrukkende manier waarop 's lands arbeidsrust tot nog toe werd gehandhaafd.

Vanouds liepen de officieel toegestane vakbonden in Zuid-Korea aan een strakke leiband. 'Wilde' stakingen, door een groeiend aantal onafhankelijke bonden, werd de kop ingedrukt. Aan de andere kant genoten arbeiders een verregaande bescherming: goede secundaire voorzieningen, een praktisch levenslange garantie op een baan; bovendien stegen de lonen in Zuid-Korea in de jaren '80 en '90 vaak met 10 procent of meer, zodat de salarissen nu veelal op West-Europees niveau of daarboven liggen.

Onder de nieuwe wetgeving is het gedaan met die arbeidsbescherming. Niet alleen zijn voortaan massa-ontslagen mogelijk, werkgevers hebben het recht stakend personeel te vervangen middels tijdelijke aanstellingen. Als om olie op het vuur te gooien, heeft de regering al meteen een inkrimping van de ambtenarij aangekondigd met 10 procent.

Anderzijds bieden de wetten enig perspectief op een versoepeling van de strakke regels voor vakbonden. Vanaf het jaar 2002 zijn zelfs onafhankelijke vakbonden toegestaan. Maar die concessie is wel zeer mager. De allang bestaande 'illegale' vakbonden, met volgens eigen opgaven 1,3 miljoen leden, eisen al jaren erkenning. Geen wonder dat zij hun leden opriepen tot acties tegen de nieuwe wetten. En omdat de regeringsgezinde vakbonden niet konden achterblijven, volgden zij deze week.

De regering verdedigt de maatregelen met het argument dat de economische tijger Zuid-Korea zijn klauwen en tanden verliest. De economische groei, vanouds uitgedrukt in dubbele cijfers, zakte in 1995 voor het eerst onder de 10 procent; vorig jaar bedroeg de groei 'slechts' 6,9 procent. Nederland (groeipercentage 2,5 procent) zou voor dit Zuid-Koreaanse crisis-cijfer tekenen, maar duidelijk is dat het land zichzelf door de hoge lonen uit de markt dreigt te prijzen. Buitenlandse investeerders, maar ook veel grote Zuid-Koreaanse bedrijven, wijken uit naar goedkopere landen in de regio, en vooral naar China.

De regering riep ook nog de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso) aan ter verdediging. Pleitte deze club van rijke landen, waartoe Zuid-Korea tot groot geluk van de regering onlangs is toegelaten, niet voor liberalisering?

Inmiddels hebben hoge functionarissen van de Oeso al laten weten dat ze het zó in ieder geval niet hadden bedoeld. Ronduit kwaad over de Zuid-Koreaanse handelswijze is men in internationale vakbondskringen.

De acties, georganiseerd door bonden die zich kennelijk niet laten verbieden, hebben het land al 4 miljard gulden gekost. De regering lijkt radeloos over de gevolgen van haar eigen blunders. Ze schijnt te hopen dat de stakingen verwaaien met de traangaswolken in de straten van Seoul.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden