Review

Sensaties in het luchtledige

De Amerikaanse regisseur Michael Mann heeft zich in zijn film over bokskampioen Cassius Marcellus Clay alias Muhammad Ali toegespitst op het decennium 1964-1974.

De spraakmakendste tien jaar in het leven van Ali worden ingeluid met de verovering van de wereldtitel op Sonny Liston, en uitgeluid met de herovering van dezelfde titel op regerend wereldkampioen George Foreman. Er is Mann alles aan gelegen om Ali in de tussenliggende jaren behalve als een sportief, ook als een politiek, religieus en seksueel actieve zwarte man op te voeren. Het is een nogal ambitieuze onderneming, waarvoor Mann tweeënhalf uur uittrekt, maar waarmee hij niet kan voorkomen dat de vele ingewikkelde facetten van Ali's leven louter sensaties blijven. Zijn vriendschap met r & b-zanger Sam Cooke en zijn connectie met de zwarte leider Malcolm X -die beiden in het bewuste decennium vermoord worden- worden ergens in de coulissen geschetst. Op het zijtoneel verschijnt Nation of Islam-leider Elijah Muhammad die iets te maken heeft met de moord op Malcolm X. Hoe de zaken precies in elkaar steken, hangt in het luchtledige.

Dat Ali in zijn gloriejaren opzien baarde als een charmante, zelfbewuste en mediagenieke zwarte man, wisten we al. In 'Ali' wordt dat beeld alleen bevestigd. Ali's weigering om zich in 1967 te laten rekruteren voor het Amerikaanse leger -met alle vervelende gevolgen van dien- wordt handig samengevat in zijn historische uitspraak: 'No Vietcong ever called me nigger'. Veel meer dan een perfecte 'soundbite' is het niet voor Michael Mann.

Misschien is 'Ali' ook wel gewoon bedoeld als een impressionistisch portret. Michael Mann heeft in ieder geval voldoende artistieke aspiraties. Zo is bij de bokswedstrijden vrijwel al het omgevingsgeluid weggepoetst. Met de doffe stoten op de voorgrond probeert de regisseur zelfs een soort hypnose te bewerkstelligen, maar eerlijk gezegd dwaalden de gedachten daarbij af naar de 'Gerüuschemacher' in de studio.

Vakmatig koerst Michael Mann uiteindelijk af op het hoogtepunt: de bokswedstrijd tussen Muhammad Ali en George Foreman in 1974 in Kinshasa (Zaïre) die als 'The Rumble in de Jungle' geschiedenis zou schrijven. Het betekent dat de voor een Oscar genomineerde Will Smith een laatste heroïsche act mag opvoeren. Naar het corrupte Mobutu-regime wordt slechts opnieuw gehint. Mede daarom valt de documentaire 'When we were kings' (1996) van Leon Gast zo te prefereren. In dit mooie historische portret kwamen tenminste ook alle pijnlijke aspecten van 'The Rumble in the Jungle' naar voren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden