Column

Seniorenleeftijd? Ben je mal. Ik ben in het bestaan nog maar net begonnen

Columnist Ger Groot.Beeld Trouw

De zestig ben ik al gepasseerd, maar nog steeds sta ik in de tram routinematig op voor ouderen, voor moeders met kinderen en voor wie slecht ter been is. 

Al zit er om mij heen menige kwieke veertiger of nog jongere jeugd. De dwang komt voort uit een inwendige blik. Voor mijn eigen geestesoog ben ik nog altijd minstens zo piep als zij.

Daarom corrigeer ik ook steevast iedereen die mij feliciteert met mijn pensioen. Ja, de deur van de universiteit heb ik achter mij dichtgetrokken, maar voor een pensioen was het nog te vroeg. Niet alleen vanwege de wettelijke bepalingen die de verhoopte datum der verlossing plots een stuk naar achteren trokken. Maar vooral omdat 'pensioen' bij een levensperiode hoort waar ik nog lang niet aan toe ben. Derde levensfase, seniorenleeftijd? Ben je mal, zeg. Ik ben in het bestaan nog maar nauwelijks begonnen.

Wie houdt hier wie voor de gek? 'Een mensenleven duurt zeventig jaar', dichtte Prediker in de hertaling van Huub Oosterhuis. 'Of als wij sterk zijn tachtig.' Mijn optimisme gaat graag van dat laatste uit. Dan resten me nog zo'n twintig jaar vruchtbare arbeid. De plannen die allemaal nog op stapel staan passen daar misschien net in.

Oude mannen

En ik weet dat er bij de afronding van elk project meteen weer twee, drie nieuwe voornemens bijkomen. Gerechtig zou het leven zijn wanneer het de domper van de pensioenwet met eenzelfde soort gebaar zou goedmaken. 'Uw tijd is bijna ten einde. Maar kom, we doen er op het laatste moment nog een paar jaartjes bij.'

In wat voor levensfase verkeer ik nu werkelijk? Mijn verwarring wortelt in de zegeningen van het tijdsgewricht: welvaart, goede voeding, uitstekende gezondheidszorg, veilig verkeer en oorlog, wat was dat ook alweer? Mijn beide grootvaders stierven ongeveer op de leeftijd die ik nu heb. Het waren oude mannen. Niet alleen in mijn kinderogen van toen. Op foto's zie je hoe de jaren hen hebben afgemat. Ze kleedden zich er ook naar. Hun oudemannenkostuums ontveinsden niets. Ze waren simpelweg wat ze waren.

Twee generaties later is daarvan weinig meer over. Tussen volwassenheid en ouderdom is een nieuwe levensfase geschoven: nog lang niet oud, eerder volwassen met het air van jeugdigheid waarmee ook 'de bloei van het leven' zichzelf vastklampt aan voorbije prilheid. Onze jeugd trekken we graag zo lang mogelijk door, liefst tot ver over de pensioengerechtigde leeftijd heen.

Eindeloos fief

Dat is niet alleen maar ijdelheid. We blijven wèrkelijk bijna eindeloos fief - en daardoor misschien ook wel een beetje onbezonnen. De echte grootouderwijsheid stellen we zo lang mogelijk uit, tot het niet meer kan en we de spring-in-'t-veld in onszelf node inwisselen tegen de opa die nog eens van vroeger vertelt. Tot over zo'n twintig jaar dus, in mijn geval, want Prediker loopt hopeloos achter.

Wat kon hij vermoeden van de limbus waarin de rijpere volwassene is gaan verkeren, tussen drukke bijna-overwerktheid en moede berusting in? Zoals de katholieke theologie voor schuldeloos gestorven baby's ooit het voorgeborchte bedacht, in verwachting van een uitgestelde verlossing, zo hebben economie en wetenschap voor de zestig-, zeventigjarige een tussenruimte bedacht van wachten op de ouderdom.

Maar anders dan de klassieke limbus zit die ruimte propvol met activiteit, reislust en monterheid en verzetten de oude reflexen er zich succesvol tegen de werkelijkheid. De tram stopt bij een drukke halte en als vanzelfsprekend sta ik op. Hoffelijk automatisme, een andere levensfase waardig.

Lees hier alle columns van Ger Groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden