Senaat heeft de handen vrij

'Het is een groot misverstand dat de Eerste Kamer geen politiek mag bedrijven'

SP-leider Emile Roemer wond er vorige week tijdens een debat in de Tweede Kamer geen doekjes om. Als het kabinet met hem zaken wil doen op het gebied van flexibilisering, de WW en het ontslagrecht, dan helpt hij de coalitie graag aan een meerderheid. In de Eerste Kamer, welteverstaan.

"Ik zit daar persoonlijk niet mee", reageert SP-senator Tuur Elzinga, die in diezelfde Eerste Kamer over sociale zaken gaat. Dat Roemer in de Tweede Kamer al min of meer zijn senaatszetels weggeeft, vindt hij evenmin bezwaarlijk. "Mochten het kabinet en de SP een deelakkoord bereiken op sociale zaken, dan kunnen wij in de Eerste Kamer theoretisch gezien nog tegenstemmen, bijvoorbeeld als het wetstechnisch slecht is uitgewerkt", stelt Elzinga. "Maar als de plannen politiek in lijn zijn met ons verkiezingsprogramma of onderdeel zijn van een deal die met ons is gemaakt, dan is die kans niet zo groot. Natuurlijk hebben wij als Eerste Kamer een andere focus, maar dat betekent niet dat wij onze politieke bril afzetten."

De van oorsprong terughoudende Eerste Kamer staat vandaag weer eens in het middelpunt van de belangstelling. Op de agenda staat de voorgenomen huurverhoging op grond van inkomen, die onderdeel uitmaakt van het woonakkoord. Dit akkoord sloot het kabinet onlangs in de Tweede Kamer met D66, ChristenUnie en SGP, om zich te verzekeren van voldoende steun aan de overkant van het Binnenhof.

Dat het tweede kabinet-Rutte daar geen meerderheid heeft en de Eerste Kamer daardoor politieker lijkt dan ooit, is inmiddels al breed uitgemeten. De vraag die blijft hangen is echter of de politieke rol van de senaat wel zo opvallend is. Is zij daadwerkelijk verplicht om zich verre van politieke spelletjes te houden of staat het fracties vrij om hun opstelling te bepalen? "Het is een groot misverstand dat ergens in de wet is vastgelegd dat de Eerste Kamer moet kijken naar uitvoerbaarheid, consistentie en rechtmatigheid", stelt Bert van den Braak, die zijn proefschrift over de Eerste Kamer schreef. "Er staat wel dat de Eerste Kamer wetsvoorstellen moet beoordelen die de Tweede Kamer heeft goedgekeurd, maar waarop ze die beoordeelt is aan haarzelf." De Eerste Kamer heeft dus de handen vrij om politiek te bedrijven, wil Van den Braak er maar mee zeggen.

Dat desalniettemin van verschillende kanten benadrukt wordt dat de Eerste Kamer een andere rol heeft dan 'de overkant', kan professor en D66-senator Hans Engels op twee manieren verklaren. "Of men begrijpt niet wat de positie en de rol van de Eerste Kamer is, of het is een strategie. Je kunt naar buiten benadrukken dat het een reflecterende Kamer betreft die alleen juridisch toetst om zo te verbloemen dat het een politiek orgaan is."

Hoewel de Eerste Kamer zelf mag bepalen hoe ze zich opstelt, vindt oud-senator Joop van den Berg (PvdA) 'politiek activisme een ongezond verschijnsel'. "Sinds de komst van minderheidskabinetten wordt er onmiskenbaar een machtspositie aan de Eerste Kamer toegekend die ze jaren daarvoor niet gehad heeft. De Eerste Kamer denkt dat ze zichzelf sterker kan maken door een vergelijkbaar politiek spel te spelen als de Tweede Kamer. Het gevaar nu is dat je je status ontleent aan de mate waarin je tegen de Tweede Kamer ingaat. Dat zal niet lang geaccepteerd worden."

Toch denkt zowel Engels als Van den Braak dat de samenleving zich beter neer kan leggen bij een politieke Eerste Kamer. Daar heeft de senaat tenslotte ook draagvlak voor, zegt Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verwijst naar 1983, toen de manier waarop de Eerste Kamer werd gekozen zo werd aangepast dat alle provincies tegelijkertijd de senatoren voor de Eerste Kamer kiezen. Hierdoor zou de senaat een actuelere weergave van de politieke voorkeur van het volk moeten zijn. "De Eerste Kamer heeft het volk nu achter zich."

Desalniettemin was het oud-senaatsvoorzitter Herman Tjeenk Willink die in de jaren negentig een toetsingskader voor de Eerste Kamer opstelde om het werk van senatoren een richtlijn te geven, vertelt Van den Braak. Dat kader - waar overigens nooit echt iets mee gedaan is - was vooral bedoeld voor de oppositiepartijen in de Eerste Kamer, die tot voor kort nooit zo relevant waren omdat ze toch geen meerderheid hadden.

Maar ook met een oppositie die, zoals nu, in de senaat de meerderheid vormt, ziet Van den Braak de Eerste Kamer zich niet snel conformeren aan dergelijke terughoudende regels. "Dan moeten de fracties overeenkomen wat hun taak is en daar is helemaal geen consensus over. Bovendien hangt de opstelling van een fractie af van de politieke verhoudingen."

Volgens Engels valt er enkel iets aan de politieke opstelling te veranderen als fracties daar zelf toe besluiten. Hijzelf lijkt dat wat betreft de huurverhoging vooralsnog niet van plan. "Ik weet nog niet hoe wij zullen stemmen; wij behandelen alles heel serieus", zegt hij over het kabinetsvoorstel dat deel uitmaakt van het woonakkoord, waaronder ook de D66-Tweede Kamerfractie haar handtekening heeft staan. "Maar", zo geeft hij toe: "Wij handelen niet heel anders dan de Tweede Kamerfractie." De kans dat de huurverhoging dus ook in de senaat op D66-steun kan rekenen, is groot.

Thorbecke wilde al van de Eerste Kamer af
'Zonder grond en zonder doel.' Het is een uitspraak van Thorbecke die in 1848 pleitte voor afschaffing van de Eerste Kamer. Zover is het nooit gekomen, maar het is nog altijd een veelgehoord geluid. Meerdere politieke partijen willen van de Eerste Kamer af. Te politiek, te tijdrovend. Maar hoe komen we eigenlijk aan onze senaat?

Het is het jaar 1815 en Willem Frederik I roept zichzelf uit tot Koning der Verenigde Nederlanden. Noord- en Zuid-Nederland (waaronder België) verenigen zich en een nieuwe Grondwet is nodig. De Belgische leden willen naast een Tweede Kamer waarin het volk vertegenwoordigd is, ook een Eerste Kamer waar de elite zijn staart kan roeren. De koning stemt in op voorwaarde dat hij de leden mag kiezen. In 1848 presenteert Thorbecke de nieuwe Grondwet. Om de rust onder de elite te bewaren, wordt de Eerste Kamer behouden. Wel verandert er één cruciaal aspect: senatoren worden niet langer gekozen door de koning maar door Provinciale Statenleden. Sinds 1983 zitten senatoren geen zes maar vier jaar in de Eerste Kamer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden