Senaat breekt met harde lijn tegen religie

Eerste Kamer is zichzelf niet meer, kopte het liberale avondblad deze week nadat de senatoren, anders dan de Tweede Kamer, gehakt hadden gemaakt van de initiatiefwet-Thieme, die een verbod op onverdoofd ritueel slachten beoogt. Ik draai het om. De Eerste Kamer heeft zich voorbeeldig naar haar taak en aard gedragen, als een Chambre de réflexion, een Kamer van heroverweging.

Als de koppenmaker van de NRC wilde zeggen dat de senaat een onmogelijke positie in ons bestel heeft, is dat waar, maar niets nieuws. De liberaal Oud constateerde dat honderd jaar geleden al. Als de senaat afwijkt van de Tweede Kamer, schreef hij, frustreert zij de wil van de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers; als zij haar volgt, bewijst ze haar overbodigheid. De Eerste Kamer kan het dus nooit goed doen. Maar zij is er nu eenmaal. Sinds Oud zijn alle pogingen haar op te doeken mislukt.

Niettemin, na het senaatsdebat twitterde PVV-leider Wilders: Afschaffen die club! Begin jaren negentig riep de toenmalige PvdA-fractieleider Wöltgens bijna exact hetzelfde, nadat de Eerste Kamer een hem welgevallig wetsvoorstel had verworpen: Afschaffen die handel! Maar hoe verhouden zulke kreten zich met de constatering van PvdA-senator Schrijver dat zijn fractie over geen onderwerp zoveel brieven, berichten en petities van burgers en organisaties heeft ontvangen als over dit?

De Eerste Kamer is er niet alleen, zij is ook een volwaardig politiek orgaan, net als de Tweede Kamer uitgerust met een vetorecht. Ook op dit punt zijn pogingen deze macht te verzwakken op niets uitgelopen. Het mandaat van de senatoren is zelfs wat versterkt sinds zij om de vier jaar worden gekozen in plaats van om de zes jaar, zoals tot 1983. Maar meer dan aan het formele mandaat ontleent de senaat haar democratische legitimatie aan het feit dat burgers haar op uur U weten te vinden.

In dit geval waren dat niet alleen de tegenstanders, die zich vanzelfsprekend vastklampten aan de laatste strohalm, maar ook de voorstanders, die goed aanvoelden dat over deze controversiële kwestie de strijd nog niet was beslist. De conclusie moet zijn dat het goed is dat er nog een Eerste Kamer is die alle belangen nog eens zorgvuldig weegt en een wetsvoorstel toetst aan de Grondwet en aan verdragen.

Nee, zullen de aanhangers van directe democratie tegenwerpen, een referendum zou in dat geval democratischer zijn. Als een onderwerp maatschappelijk zoveel beroering veroorzaakt, laat dan het oordeel aan de burgers zelf over. De socialist Troelstra stelde dat een eeuw geleden voor: vervang de Eerste Kamer door een beslissend referendum. De vraag is of in zo'n populistische democratie met zoveel nadruk op het besluit van de meerderheid de rechten van minderheden voldoende zijn beschermd.

In het politieke debat wordt die vraag steeds urgenter sinds de argwaan over een nieuwe religieuze minderheid, de islam, politieke stem en invloed heeft gekregen. Daardoor zijn ook de traditionele religies zich bewust geworden van hun minderheidspositie. In de jaren tachtig speelde de godsdienstvrijheid geen rol in het debat over ritueel slachten en verklaarden de kleine christelijke partijen zich voor een verbod. Nu zijn ze tegen. Dat heeft meer met het veranderende politieke klimaat te maken dan met opportunisme. Schrijver erkende dat het klimaat voor minderheden 'zo nu en dan behoorlijk guur is'.

In dat perspectief valt er een ander licht op de discussie over de inrichting van onze democratische rechtsstaat. De argeloosheid die deze discussie sinds 1966 kenmerkte, heeft plaats gemaakt voor beduchtheid en zelfs bittere ernst. Ten tijde van Wöltgens was er geen reden wakker te liggen van diens exclamatie de senaat op te heffen. Nu Wilders hetzelfde roept, nadat de Eerste Kamer zich als koene waker over de grondrechten heeft laten gelden, is wel alertheid geboden. Het geeft te denken dat hij, ondanks de grote commotie bij de joodse en islamitische minderheden, geen behoefte meer had aan een heroverweging.

Van des te meer politieke betekenis is de kanteling die zich in de Eerste Kamer voltrok. De socioloog Gabriël van den Brink constateerde deze zomer dat Nederland vrijer en harder is geworden. De vrijheid van het individu is volgens hem groter dan waar ook, tegelijk is de tolerantie tegenover afwijkende leefstijlen afgenomen. Van den Brink sprak van een 'hard soort liberalisme', dat nog maar weinig ruimte laat aan groepen die zich niet aan het moderne patroon aanpassen, zoals orthodoxe christenen en moslims. Het senaatsdebat heeft laten zien dat dit beeld ten minste moet worden genuanceerd.

De senatoren van VVD, D66 en de linkse partijen PvdA en GroenLinks, die in cultureel opzicht liberaal kunnen worden genoemd, toonden verrassend veel oog voor de geestelijke vrijheid van minderheidsgroepen. Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf. In PvdA en GroenLinks begint, eindelijk, een discussie op gang te komen over de erfenis van de jaren zestig, met name over de betekenis van het vrijheidsbegrip en van religie.

De historica en theologe Erica Meijers, stafmedewerker van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, constateerde onlangs in een rede in Utrecht dat links zich te veel laat leiden door populistische beelden van de islam en religie in het algemeen. Zo worden fundamentalisme en orthodoxie, net als alle moslims in Nederland, over één kam geschoren.

De oorzaak is de afwerende houding jegens godsdienst, die als vijand van de individuele vrijheid wordt beschouwd. Daardoor is links vatbaar voor de negatieve beeldvorming en geneigd tot onverdraagzaamheid.

De rede van Meijers (op www.bureaudehelling.nl) beschouw ik, net als het debat in de Eerste Kamer, als een lichtpuntje in het jaar 2011.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden