Sektariërs houden niet van democratie: daar tellen aantallen

Avishai Margalit, Israëlisch filosoof, hield de jaarlijke Thomas More-lezing met als onderwerp: sectarianism as a state of mind. Zijn bewerkelijke accent vouwt zich niet zonder moeite rond het gezochte Engels. Maar het allerminst vloeiende spreken vind je niet terug in de woordkeus, die geen enkele verlegenheid verraadt in de omgang met de Engelse taal.

Margalit somde het probleem waarover hij wilde spreken op in één pittige vraag die alle sektarische neigingen omvat: are we going to split our difference, or are we going to split the country? Gaan we ons verschil opdelen of ons land? Gaan we het er samen over hebben of gaan we proberen elkaar uit te schakelen? Zo bezien is een voetbalwedstrijd een fraai voorbeeld van geritualiseerd sektarisme. Maar het gaat Margalit om heel andere tegenstanders.

Hij onderscheidt twee visies op politiek, de economische en de religieuze. Economie is bij uitstek het terrein van onderhandeling, waarbij het gedeelde verschil in de vorm van een compromis als een geslaagde uitkomst wordt ervaren.

Religie onderhandelt niet. Religie kent geen compromis. Het Heilige is immers niet onderhandelbaar. Dat maakt het nou juist zo heilig. Denk aan de mensenrechten en martelen. Wij zouden ons bezoedeld voelen als we bij wijze van compromis tegen een regime zeiden: martelen jullie dan alleen maar in de maand maart, en hou er de rest van het jaar mee op. Waarmee tevens gezegd is dat ’heilig’ en ’religieus’ binnen deze context niet te nauw op de kerk moet worden betrokken.

Dat het Heilige ergens makkelijk uit te verwijderen is, zal een sektariër ontgaan. Hij ziet het niet, omdat hij het onderhandelbare als corrupt ervaart. J. B. Charles’ onvergetelijke opmerking dat in oorlogen vaak door Heilige Mannen wordt bewerkstelligd dat er met Heilige Kogels geschoten wordt, heb ik altijd ervaren als even grappig als dodelijk voor het Heilige. Maar een rechtgeaarde sektariër zal in verdubbelde devotie vaststellen dat die kogels inderdaad heilig zijn. In Irak vliegen dit soort kogels al eeuwenlang door de lucht en de laatste Amerikaanse toevoeging is een onopvallende aanvulling.

Margalit zou willen dat we stereoscopisch kijken in de politiek. Dat wil zeggen: oog hebben voor de ruimtelijke werking, zaken op afstand kunnen plaatsen, onderlinge verhoudingen kunnen aftasten. We moeten proberen zicht te houden op het ononderhandelbare en het onderhandelbare, voor het religieuze en het economische aspect van politiek. Sektarisme is een monoculair gezichtspunt. De sektariër ziet elk compromis als een fout, een vorm van corruptie, verraad zelfs.

Het sektarische gezichtspunt kan nader worden omschreven aan de hand van vier aspecten.

Eén: sektariërs hebben niks met aantallen. Zij zien zichzelf Atlasachtig, in die zin dat ze als kleine minderheid de wereld torsen. Zij beschouwen zichzelf als een kleine voorhoede, maar straks als de Waarheid zegeviert, zijn we met duizenden, miljoenen. Zij houden niet van democratie, omdat aantallen daar wél tellen. En omdat daar compromis aan de orde van de dag is. Twee: manicheïsme. Ze houden van zwart-wit. Of liever van Stralend Wit en Diep Zwart. Vooral geen grijs. Ze hebben het monopolie op alle waarden. Anderen hebben immers geen waarden. Drie: obsessie met puur, rein, schoon, zuiver, kuis, wassing, reinigingsrituelen, racistische zuiverheid, angst voor mengsels. Denk aan onze antihandenschud imam. Vier: ondoorzichtigheid van leer en organisatie. De waarheid ligt diep verscholen, slechts toegankelijk voor enkelen, na adequate zuivering. De waarheid is als een gekoesterd geheim waaromheen zich een hiërarchie ontwikkelt op grond van steeds groeiender vertrouwdheid met de Heilige Kern. Ongelijkheid is hierbij geen misstand maar een kernwaarde.

Naast sektarisme is er zoiets als sectorisme. Dat is een levensvisie waarin men zich er van bewust is binnen een sector te leven, die, het woord zegt het al, deel is van een groter geheel. Margalit beschrijft het Israël van zijn jeugd als een sectorische maatschappij, een beeld dat wij maar al te goed herkennen als een verzuilde maatschappij.

Totnogtoe ontaardde sectorisme in Israël nooit in gewelddadig sektarisme. Bij ons na de zeventiende eeuw evenmin. Kuyper en Schaepman zouden elkaar nooit met geweld tegemoet treden. Het idee alleen al is bespottelijk. De bespottelijkheid van dit idee is een wezenskenmerk van West-Europa en werkt vertroebelend op onze blik naar buiten. Wij hebben geen idee hoe sektarisch de wereld elders nog altijd is.

Margalit spreekt met deze analyse onvermijdelijk ook over de toestand in Israël en Palestina. Hamas en Fatah zijn idealiter sectorisch, maar glijden geregeld af naar sektarisch en gaan elkaar dan te lijf. In crisis wordt sector sekte. Maar ook binnen Israël speelt dit probleem. Margalit vraagt zich af of de kolonisten sectorisch zullen blijven of sektarisch worden als Israël besluit hen desnoods met geweld te verwijderen. Hij hoorde geluiden onder jonge kolonisten waar hij niet erg rustig van werd. Vooralsnog zullen kolonisten en pacifisten liever tegen de Palestijnen vechten dan dat ze elkaar te lijf zouden gaan, maar blijft dat zo? Tot mijn verbazing was Margalit daar niet gerust op. Hij vond dat een open vraag. Overigens zijn de meeste mensen secto- noch sektarisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden