Seksuele intimidatie in de zorg gaat veel verder dan een tik op de billen

Beeld Gemma Pauwels

Een op de drie verpleegkundigen krijgt te maken met seksuele intimidatie, bleek deze week. Waar lopen zij tegenaan? ‘Inge, als ik aan jou denk, moet ik er een nat washandje bij houden.’

“Wil je mij pijpen?” vraagt de oude man schalks als ­Jolanda met een washandje over zijn rimpelige huid gaat. Hij ligt naakt op het bed in een kleine kamer in een verpleeghuis in Den Haag, waar Jolanda als coördinerend verpleegkundige werkt. “Van dit soort verzoeken ben ik niet gediend”, reageert zij. Ze is alleen met de man op een kamer, haar collega’s zijn niet in de buurt.

Ongepaste voorstellen kreeg Jolanda (44) in haar loopbaan genoeg, maar dit is wel heel direct. Ze knippert een paar keer met haar ogen en zet haar werk voort. In het verpleeg­huis heeft ze te maken met mensen die dit soort ontremd gedrag vertonen vanwege hersenschade of dementie, maar deze man wéét dat dit niet kan. Dat hij het meent, geeft haar een ongemakkelijk gevoel.

Om de man goed te wassen, moet ze hem een stukje optillen. Maar het moment dat ze dat doet, trekt hij haar het bed in. Hij grijpt met zijn handen tussen haar benen. Naar haar borsten. Ze trekt zich los. “Doe dat maar even niet”, zegt ze. Ze loopt de kamer uit en roept haar mannelijke collega. Die zet de zorg voort, tot ongenoegen van de oude man, die niet door iemand van hetzelfde geslacht gewassen wil worden.

Discussie

Verpleegkundigen hebben van alle beroepen het meest te maken met ongewenste ­seksuele aandacht van patiënten in hun werk. Een op de drie verpleegkundigen heeft daar weleens last van, bleek afgelopen week uit ­cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal verpleegkundigen dat aangeeft te maken te krijgen met ongewenste aandacht is gestegen: in 2014 ging het nog om 26 procent.

Het is al twintig jaar bekend dat seksuele intimidatie in deze beroepsgroep een groot probleem is. Destijds verscheen het eerste onderzoek hiernaar, verricht door beroepsvereniging NU’91. Daar werd geschokt op gereageerd, met een maatschappelijke discussie als gevolg. Is er sindsdien eigenlijk iets veranderd? Hoe gaan verpleegkundigen met seksuele intimidatie om?

“Ik kan een heleboel hebben, maar dit deed mij echt iets”, zegt Jolanda over de aanranding die een jaar geleden plaatsvond. Na het incident deed zij een interne melding, maar ze wilde geen aangifte doen, dat vond ze toch te ver gaan: het was toch een patiënt. “In de zorg wordt vaak gezegd dat dit erbij hoort”, zegt ze. “En dat is deels zo, maar het is niet normaal. Ik ben echt een harde, maar dit raakte mij wel.”

Persoonlijke ruimte

Dat seksuele intimidatie vaker voorkomt in de zorg dan in andere beroepen, vindt Mathilde Bos niet verwonderlijk. Zij schreef twintig jaar geleden – vlak na het verschijnen van de eerste peiling – het boek ‘Seksuele intimidatie in de zorg’, geeft cursussen over dit onderwerp en werkt zelf ook nog steeds in de zorg. “Verpleegkundigen en verzorgenden komen in de persoonlijke ruimte van mensen. Al is het maar om een oogdruppel te geven; je staat dichter bij iemand dan op een verjaardagsfeestje”, zegt ze. “Zij komen mensen ­tegen die huilen, sterven, een kind krijgen, zij helpen met wassen, de toiletgang. Dan is de ­associatie met fysieke intimiteit niet zo heel vreemd. Die aardige vrouw die mij verzorgt, waar stopt de intimiteit? Een omhelzing is dichtbij.”

Bos zwijgt even en zegt dan: “Dit is eventjes gedacht vanuit het verwarde brein van iemand die zich kwetsbaar voelt. Er is óók een groep mensen die zich vanuit onmacht of verveling grensoverschrijdend gedraagt, wat heb je anders te doen om jezelf nog een beetje op te vijzelen?” In veel gevallen van seksuele intimidatie, speelt een machtsverhouding: degene die het doet, staat hoger in de rangorde. Bij verpleegkundigen is het juist andersom: zij hebben de touwtjes in handen en de patiënt is de machteloze. Bos: “Het is psychologie van de koude grond hoor, maar het zou kunnen dat patiënten die in een onmachtige positie zitten een stukje macht terug willen pakken door verpleegkundigen als seksueel object te benaderen”.

Het is voor verpleegkundigen – zowel vrouwen als mannen – vaak heel onverwacht om op hun sekse te worden aangesproken, weet Bos. Zij proberen hun werk zo goed mogelijk te doen, zich af te stemmen op de patiënt die ze verzorgen. Als iemand opeens zegt: “Jij hebt een mooi figuurtje, als ik jonger was geweest dan wist ik het wel”, is dat heel verwarrend.

Verlegenheid

De ontregeling waar Bos het over heeft, herkent verpleegkundige Nicolette van Vliet (51) heel goed. Tijdens een avonddienst in de thuiszorg kwam ze thuis bij een man met parkinson. Zijn vrouw lag in het ziekenhuis en zij hielp hem naar bed. Van Vliet: “Nadat hij zich had opgefrist, draaide hij zich om met zijn geslachtsdeel in opgewonden staat. Hij zei dat ik nog wel één ding voor hem kon doen: hem bevredigen.”

Van Vliet begon te stamelen, zich te verontschuldigen. De man zei dat andere collega’s het wel deden, hem aftrekken. Waarop zij zich weer verontschuldigde. Ze maakte de rest van haar taken af en wist niet hoe snel ze weg moest komen uit zijn appartement. “Ik voelde mij erg geïntimideerd, ernstig in verlegenheid gebracht en in het nauw. Ik heb de achterwacht opgebeld en gezegd dat ik de volgende avond niet meer naar deze meneer toe wilde.”

Begrenzen

Van Vliet vindt achteraf dat ze er gelijk iets van had moeten zeggen. Maar dat is heel lastig, aldus Bos. “Seksueel overschrijdend gedrag roept schaamte en schuldgevoel op. Het zorgt ervoor dat mensen zich bekeken en kleingemaakt voelen. Het is daardoor heel ingewikkeld om jezelf weer groot te maken en te benoemen dat je wil dat het gedrag stopt.”

Dat is al lastig in de kroeg of op straat, aldus Bos, maar nog veel lastiger voor verpleegkundigen en verzorgenden die de hele tijd het ­welzijn van de ander centraal stellen, omdat de patiënt afhankelijk is van hen en ze hem of haar vaak nog langer zorg moeten verlenen. “Ze moeten ineens ‘ik’ zeggen, hun eigen grenzen aangeven. Ik vind dat vervelend. Ik wil dat je ermee stopt”, zegt Bos.

Maar is het wel altijd de beste oplossing om er gelijk iets van te zeggen? “Als het om eenmalig contact gaat, kun je denken: ik laat het lekker lopen, die is zo weer weg. Maar als je langere tijd aan een cliënt gebonden bent, zal je er iets van moeten zeggen, anders gaat het door. Je kunt er beter vroeg bij zijn”, vindt zij. Haar advies voor verpleegkundigen die met hun mond vol tanden staan bij een ongepaste opmerking: veel oefenen met begrenzen. “Als je het een keer hebt laten lopen, krijg je altijd weer herkansing.” Maar de verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet alleen bij verpleegkundigen zelf, ook collega’s en instellingen spelen een grote rol, vindt zij.

Bescherming

Hoe reageren collega’s, bagatelliseren ze de seksuele intimidatie, of schuiven ze de schuld in de schoenen van de verpleegkundige die er last van had? Is er van bovenaf duidelijk wat wél en niet geaccepteerd wordt? Op dit terrein is nog veel te winnen, vindt Bos. “Instellingen en collega’s moeten goed luisteren naar wat een verpleegkundige nodig heeft, als zij met intimidatie te maken krijgt. Een veilige cultuur is heel belangrijk.”

In de huidige situatie worden verpleegkundigen niet goed genoeg beschermd tegen seksuele intimidatie, vindt beroepsvereniging NU’91. Sinds de eerste enquête in 2000 zijn er genoeg mooie plannen en protocollen gemaakt, maar op de werkvloer merken mensen in de zorg daar te weinig van. “Niemand voelt zich echt verantwoordelijk”, zegt woordvoerder Karin Weerts.

NU’91 wil dat opleidingen meer aandacht besteden aan omgaan met intimidatie, en dat instellingen, politie en justitie een actievere houding aannemen. Als de leden van NU’91 dan eindelijk over de drempel heen zijn om aangifte te doen tegen een patiënt, komen ze onder aan de prioriteitenlijst bij de politie en worden zaken vaak bij voorbaat al geseponeerd, zegt Weerts.

Als het gaat om intimidatie in de zorg, is er de afgelopen jaren vooral veel aandacht voor agressie, zegt Bos, en wordt seksuele intimidatie, toch ook een vorm van agressie, vaak vergeten. “Het is niet eens bewust dat ongewenst seksueel gedrag nog steeds genegeerd wordt. Precies wat het individu vaak doet bij seksuele intimidatie, doet in wezen de instelling ook.”

Kwetsbaarheid

Hoe een instelling er wél goed mee om kan gaan, blijkt uit het verhaal van psychiatrisch verpleegkundige Inge de Boer (36), die net als Van Vliet zorg verleent bij mensen thuis. Als vrouw ben je binnen de muren van iemands huis hoe dan ook in een kwetsbare positie. De Boer draagt nooit een pieper bij zich, of een ander alarmsysteem.

Ze zat op de bank bij een man thuis toen de patiënt over zijn worsteling met seksualiteit begon. “Mensen moeten over seks kunnen praten, dat hoort bij het vak, je wilt ze in hun waarde laten met hun wensen op dat vlak”, zegt ze. “Maar dan moet het niet te ver gaan.” Deze man begon over vrouwen met grote borsten. Schoof dichter naar haar toe op de bank. Toen hij bijna op haar schoot zat, vroeg hij: “Kun jij niet iets voor mij betekenen?”

Wacht, dit is niet goed, dacht De Boer. Ze voelde zich geïntimideerd, angstig. Voor haar was de maat vol, na allerlei voorvallen die ze bij eerdere werkgevers meemaakte. Van tikken op haar billen tot gestaar naar haar borsten, ongepaste zoenen en opmerkingen als: ‘Inge, als ik aan jou denk, moet ik er een nat washandje bij houden.’

Veiligheid

Van dit incident maakte ze voor het eerst een melding en volgens het protocol werd ze ­uitgenodigd voor gesprek. Zat ze daar tegenover haar leidinggevende haar schouders op te halen, dat dit er toch bij hoorde, dat ze nu ­gewoon een keer een melding had gemaakt, maar dat het niet zoveel voorstelde, tot de ­manager zei: “Nou Inge, dit was niet oké hoor, iemand maakt aanstalten om iets bij jou te doen”. De Boer: “Hij nam de situatie eigenlijk serieuzer dan ik!”

Deze ervaring geeft haar een gevoel van veiligheid als ze haar werk doet. Ze weet dat er ruimte is om seksuele intimidatie aan te kaarten en weg te lopen als een patiënt te ver gaat. Diezelfde cultuur probeert Jolanda neer te zetten in het verpleeghuis waar zij coördinerend verpleegkundige is. “Dat we hier te maken hebben met ontremd gedrag, betekent niet dat het normaal is.”

Ze leert de jongere collega’s hoe ze duidelijk moeten zeggen dat ze niet gediend zijn van intimiderende opmerkingen. Als ze weet dat een patiënt een risico vormt, houdt ze het in de gaten. “Soms luister ik aan de andere kant van het gordijn mee. Als iemand zegt: ‘O, je mag nog wel een keertje bukken hoor, met die strakke broek’, dan trek ik zo’n gordijn gewoon open.”

De aanranding die Jolanda zelf meemaakte, maakte haar nóg resoluter in haar reactie op patiënten. Vanmorgen nog, vertelt ze over de telefoon vanuit de auto terug naar huis, maakte een van de patiënten zoenende bewegingen met zijn mond, toen ze hem hielp met opstaan. Hij wees naar zijn geslachtsdeel en zei: “Jolanda, daar kan jij wel wat mee doen, toch?” Ze zei twee keer nee, maar hij hield niet op. “Ik heb meneer laten liggen. Ik dacht echt: succes ermee.”

Jolanda wilde om privacy redenen niet met haar volledige naam in dit artikel. Haar naam en gegevens zijn bij de hoofdredactie bekend.

Lees ook: 

Een op de drie verpleegkundigen krijgt te maken met seksuele intimidatie

Verpleegkundigen hebben van alle beroepen het meest te maken met ‘ongewenste seksuele aandacht’ in hun werk. 

Meer aandacht voor seks en intimiteit in het verzorgingshuis

In het verzorgingshuis wordt over seks gezwegen. Maar seksloos is de ouderdom niet. Verlangen en lust blijven vaak. Albert (80) weet die te bevredigen, met hulp van Marianne.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden