Seksuele buitenstaanders

Na 'Garp' wilde hij er niet meer over schrijven, maar John Irving vond het na bijna veertig jaar toch weer nodig een roman over seksuele intolerantie te maken.

De schrijver wacht aan het eind van de lange hotelgang, in een stille nis. Zijn leeftijd valt hem niet aan te zien. Hij blijkt stevig en compact, en in het bezit van een riante haardos. Daaronder een scherpe, afwachtende blik.

John Irving (70) bezoekt Amsterdam vanwege de verschijning van 'In een mens', zijn dertiende roman. De titel verwijst naar een citaat uit Shakespeare's 'Richard II': "Zo speel ik veel personen, in één mens en geen voldaan." Wereldwijd kennen alle vertalingen van de roman dezelfde omslag: een zwart-witfoto van een vrouw op de rug gezien, die met beide handen haar beha losmaakt. Althans, dat denk je. Totdat opvalt dat de vrouw wel erg grote handen heeft, en een wel erg robuuste schouderpartij.

Op briljante wijze verbeeldt de foto het thema van de roman. 'In een mens' vertelt in 527 bladzijden het verhaal van Billy Abbott, een schrijver van tegen de zeventig, die terugblikt op zijn jeugd in het fictieve Amerikaanse stadje First Sister. Het decor en de ingrediënten zullen kenners van Irvings werk bekend voorkomen: ook nu weer putte hij vrijelijk uit zijn eigen biografie.

Vroeg in de puberteit ontdekt Billy dat hij even ondersteboven raakt van mannen als van vrouwen. Beslissende ervaring is zijn verpletterende verliefdheid op Miss Frost - de bijdehante bibliothecaresse met de grote handen en het robuuste postuur.

Pas als ze op een dag de liefde bedrijven dringt de waarheid ('U bent een transseksueel!') tot hem door. De rest van de roman beschrijft het leven van Billy in de decennia erna: volop genietend van de seksuele vrijheid, succesvol als schrijver, maar vanwege zijn ambigue geaardheid ook tamelijk op zichzelf.

"Ik wilde", zegt Irving, "dat Billy een biseksueel zou zijn van mijn generatie, uit mijn tijd - een tijd waarin biseksuelen gewantrouwd werden door hetero's én door homo's. En ik wilde dat hij vol bewondering zou opkijken naar de enige mensen die nóg verdachter zijn: transgenders. Billy vindt ze heel dapper en aanbiddelijk."

De schrijver was naar eigen zeggen 'altijd al' hevig geïnteresseerd in seksuele buitenstaanders. "Zelf ben ik hetero, maar ik vind het helemaal niet ingewikkeld om me in hen in te leven. Ik heb ook geschreven, bijvoorbeeld in 'De wereld volgens Garp', over personages die maar één keer in hun leven seks hebben gehad. Eén keer seks in je hele leven?" Hij glimlacht. "Dat was eerlijk gezegd veel lastiger na te voelen."

'In een mens' is een uitgesproken politieke roman, beaamt Irving. "Droevig genoeg. En dan politiek in de simpelste betekenis van het woord: het boek kiest een kant. Net als 'Garp' is dit een polemische roman. Ik verdedig een standpunt. Eerlijk gezegd, toen ik tien jaar geleden over dit verhaal begon na te denken, was ik niet erg enthousiast. O nee, gaat het wéér over seksuele tolerantie. Gaap. Dat had ik in 1978 met 'Garp' al gedaan. Lang heb ik gedacht dat de weerstand tegen seksuele buitenbeentjes vanzelf zou verdwijnen. Maar dat is niet zo. Dus vond ik het nodig om er toch nog een keer over te schrijven. Minder extreem dan in 'Garp'. Deze roman gaat niet over feminisme, vrouwenhaat en moord. Hij gaat wel over onverdraagzaamheid en het gebrek aan seksuele gelijkwaardigheid." Irving vertelt dat hij pas in 2009 begon met het daadwerkelijke schrijven. "Het denken kost me veel meer tijd."

U schrijft in uw hoofd?
"Het verhaal bestaat altijd al helemaal als ik begin met het op te tikken. Waar ik op wacht zijn de laatste zinnen."

De laatste?
"Ik werk achterstevoren. Als ik de laatste zinnen heb, begin ik aan de alinea's daarboven. Enzovoort. Tot ik twee, drie pagina's heb. Ik weet dan hoe het afloopt. Vervolgens verbeeld ik me de hele weg terug die daar naartoe leidt. Dan maak ik een soort roadmap."

Het verhaal bestaat al, u moet het alleen nog opschrijven. Zoals een beeld al bestaat in het marmer?
"Nee, dat is te visueel gedacht. Ik zoek naar een slot dat het verhaal de moeite waard maakt. Dat aangrijpend genoeg is voor mij om zoveel tijd aan het schrijven te spenderen."

Met indrukwekkende dictie citeert Irving het begin van de laatste alinea van de roman, daar uitgesproken door de inmiddels bejaarde Billy tegen een homofobe puber.

"Lieve jongen, plak alsjeblieft geen etiket op me - stop me niet in een hokje als je me nog niet eens kent!" Precies dezelfde zinnen sprak Miss Frost tegen Billy toen hij als puber ontdekte dat zij een hij was.

Als Billy in deze tijd jong was geweest in een stadje als First Sister, had hij het dan makkelijker gehad?
"Het zou beter zijn gegaan", zegt Irving. "Zou Billy nog steeds andere kinderen tegenkomen die vijandig en onaardig zijn? Jazeker. Zouden die kinderen deel zijn van de mainstream? Nee, dat zouden ze niet zijn. Zou hij volwassenen treffen die begripvol tegen hem doen? Ja, meer dan in de jaren vijftig en zestig. Zou hij veiliger zijn? Ja. Maar helemaal veilig? Nee, dat niet. Zou hij nog steeds last hebben van pestkoppen op school? Ja, beslist. Zou hij nog steeds door kleingeestige dokters worden toegesproken? Ik hoop van niet, maar in die jaren was het moeilijk om ze niet tegen te komen. Zouden jonge homo's hem accepteren als biseksueel? Ja, maar niet zoveel. Nog steeds zouden zij zeggen: ach, hij heeft gewoon tijd nodig om uit de kast te komen."

Kijk, zegt Irving. "Een roman is geen sociologische studie. Je moet moet trouw zijn aan tijd en plaats, maar ik heb geen dissertatie geschreven over biseksualiteit in de Verenigde Staten. Is elke biseksueel zoals Billy? Nee. Maar de meesten zullen wel zo zijn."

Sommige recensenten betwijfelen juist de geloofwaardigheid van het verhaal. Zoveel seksuele varianten in een Amerikaans provinciestadje, in die tijd - ze vinden het verdacht.
Ineens verdonkert zijn blik. "Dat heb ik ook gelezen, ja. Weet je hoe dat heet? Dat heet: gebrek aan verbeeldingskracht. En het heet ook: gebrek aan ervaring. Ik kan met enige autoriteit zeggen dat deze critici niet weten waarover ze het hebben. Neem dat stuk in The New Yorker. Die man beweert dat mensen destijds niet zoveel afwisten van seks. Dan zeg ik: u bent tien jaar jonger dan ik. Wat weet u ervan? Was u puber in die tijd? Ik kende een heleboel jongens op mijn school die meer seks hadden dan mijn ouders. Die man suggereert ook dat ik niet over de aidsepidemie in de jaren tachtig had mogen schrijven. Daar zou ik als hetero namelijk niets vanaf weten. Hij is homo, dus hij weet het wel. Ik zou hem willen vragen: zijn mijn vrienden die in de jaren tachtig stierven aan aids minder dood dan de uwe?" Snierend: "Ook homo's kunnen benepen en behoudend zijn."

Als Irving weer enigszins is bedaard, komen we te spreken over de rol die het theater speelt in de roman. "Het is meer dan ironisch", zegt hij, "dat Shakespeare veel luchthartiger doet over seksuele diversiteit dan de meeste schrijvers in de eenentwintigste eeuw - inclusief de homoseksuele. Shakespeare was niet uptight, en ik hoop dat ik dat ook niet ben. Maar er is nog een reden voor zoveel theater in deze roman. Veel personages verstoppen hun seksuele identiteit, omdat ze tot een minderheid behoren. En dan is het theater heerlijk, omdat je daar kunt zijn wie je eigenlijk wilt zijn."

U wilt niet zeggen: seksuele identiteit is een rol die je kiest?
"Welnee, dat is ook niet zo. Je kunt de kleur van je ogen niet kiezen, je kunt niet kiezen hoe lang je vingers worden. En ook hoe je seksuele identiteit eruit zal zien heb je niet voor het zeggen. Ik heb geen idee hoe het wetenschappelijk zit, maar ik weet dit intuïtief. En geen enkele homoseksuele, lesbische of biseksuele vriend die ik heb zal het weerleggen. Het is nogal evident: wij mensen zijn zoals we geboren zijn. En natuurlijk draagt nurture veel bij tot wie we worden, maar die speelt in onze diepste seksuele verlangens geen rol."

Je hoort wel eens beweren dat eigenlijk iedereen een beetje biseksueel is.
"Zo'n generalisatie zou ik niet maken. Ik denk dat sommige mensen sommig seksueel gedrag echt smakeloos vinden. Of ze kunnen het zich beslist niet voorstellen. Ik vind dat niet zo moeilijk. Als puber had ik in mijn hoofd seks met ongeveer iederéén: meisjes, jonge vrouwen, oude vrouwen, jongens - ik kon me dat héél goed voorstellen. Ik heb het niet met allemaal gedaan, maar ik ben nooit vergeten wat ik me inbeeldde. Hoeveel van ons doen werkelijk waarover we seksueel fantaseren? Dat zijn er heel weinig, vermoed ik. En vooral de gênante fantasieën deel je niet met anderen. Als puber zeg je niet tegen je beste vriend: 'Die moeder van Thomas, weet je dat ik de hele tijd aan haar moet denken?' Zo'n herinnering schuif je terzijde of vergeet je. Maar het is mijn vak om me die dingen wel te herinneren."

Het heeft ook geholpen, zegt hij, dat hij zesenveertig jaar lang kinderen in huis heeft gehad. "Mijn oudste zoon kreeg ik toen ik tweeentwintig was, mijn jongste is twee jaar geleden naar de universiteit gegaan. En als je kinderen om je heen hebt, dwingt je dat om je in hen in te leven. Gelukkig weet ik nog heel goed hoe ik was als veertienjarige."

Waarom speelt religie geen rol in deze roman? Amerika was en is toch heel religieus?
"Hoe kom je erbij! Ik ben niet religieus opgevoed. Niemand verwachtte van mij dat ik gelovig was. Ik ging naar een school waar je gebeden moest zeggen, maar daar dacht je verder niet bij na. Soms moest je op zondag naar de kerk, maar daar zat je een beetje te suffen. Je hield je gezangenboek ondersteboven en bewoog alleen je mond. Ik kende niemand om me heen die echt gelovig was - alleen mijn grootmoeder. Maar zij sprak er nooit over."

Dus ik heb een verkeerde voorstelling.
"Nou en of. En dat hebben heel veel Europeanen. Dat komt doordat christelijk-rechts in Amerika sinds de Reagan-jaren zo handig het nieuws weet te halen. Christenen moeten heel uitgesproken zijn en een grote mond hebben, omdat religie zo weinig mensen kan schelen. Je hebt gelijk, het is waarschijnlijk onmogelijk om president te worden als je openlijk ongelovig bent. Maar verder?

Godsdienst is niet zo belangrijk in Amerika als iedereen hier denkt. Ik heb geen vrienden bij wie ik voorzichtig moet spreken over religie. Ik probeer te bedenken of ik überhaupt vrienden heb die gelovig zijn... Nee! Er is alleen een minderheid die heel veel lawaai maakt."

U hoopt dat Obama wordt herkozen?
"Jazeker. En dat gaat ook gebeuren. He is a really good guy. Wel heb je het probleem dat een groeiend aantal mensen niet in staat is om zichzelf te beschermen tegen politieke bangmakerij. De economische crisis speelt daarin een enorme rol. Deze mensen denken dat alle problemen de schuld zijn van de president. Dus mocht die oppervlakkige leugenaar Mitt Romney werkelijk een gevaar worden voor Obama, dan is dat alleen omdat de laagopgeleiden bang zijn voor de economie. Niet omdat de meerderheid van de Amerikanen sociaal conservatief is. Als de economie bloeide, dan zouden de Republikeinen geen enkele kans maken."

De schrijver verheft zijn stem. "Zij zijn in de minderheid, religie is in de minderheid, antihomogevoelens zijn in de minderheid.

Al die conservatieven die zo hard schreeuwen zijn dinosaurussen. Ze sterven uit. Alleen weten ze dat zelf nog niet."

John Irving werd als John Wallace Blunt in 1942 geboren in Exeter, New Hampshire. Zijn biologische vader, piloot in de Tweede Wereldoorlog, verdween al snel uit beeld. Zijn moeder hertrouwde, haar zoon draagt de naam van zijn stiefvader. Irving studeerde Duits aan Harvard en in Wenen, en was in zijn jonge jaren een begenadigd worstelaar; later werd hij actief als coach.

In 1968 debuteerde hij als schrijver met de roman 'De beren los'. De grote doorbraak kwam in 1978 met zijn vierde roman 'De wereld volgens Garp' (The World According to Garp). Ook de gelijknamige film met Robin Williams als de innemende titelheld werd in 1982 wereldwijd een enorm succes. Sindsdien groeien vrijwel al Irvings romans uit tot onverbiddelijke bestsellers.

In veel van zijn boeken duiken dezelfde autobiografische elementen op: alleenstaande moeders, afwezige vaders, Amerikaans stadje, worstelen, Wenen, beren, seksuele buitenstaanders. Irving heeft trouwens een speciale band met Nederland; zo speelt Amsterdam een rol in de romans 'Weduwe voor een jaar'(1998) en in 'Tot ik jou vind' (2005).

Zelf plaatst Irving het pas verschenen 'In een mens' in zijn rijtje 'politieke romans' waartoe hij ook 'De wereld volgens Garp', 'De regels van het ciderhuis' en 'Bidden wij voor Owen Meany' rekent. Al deze boeken ademen een uitgesproken progressieve boodschap uit.

Irving heeft drie zonen uit twee huwelijken. Hij woont en werkt afwisselend in Vermont en Toronto.

John Irving: In een mens. (In One Person) Vertaald door Molly van Gelder en Nicolette Hoekmeijer. De Bezige Bij, Amsterdam; 527 blz. € 29,90

Hoeveel van ons doen waarover we seksueel fantaseren?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden