Seksloze Nobbs brengt weinig schwung

JANN RUYTERS

Albert Nobbs
Regie: Rodrigo Garcia. Met Glenn Close, Janet McTeer. In 16 filmtheaters.

Albert Nobbs is een rare; een schuw, stil mannetje dat liefst opgaat in het negentiende eeuwse behang van het hotel in Dublin waar hij als butler werkt. Hij sluipt door de gangen en staart in de leegte. Als zijn hoteleigenaresse hem meldt dat de nieuwe huisschilder Hubert Page een nachtje bij hem in bed moet slapen, sterft hij bijna van schrik. Niet vreemd. Albert Nobbs heeft twee ingesnoerde borsten te verbergen, zo blijkt even later, als er bij het omkleden onbedoeld toch eentje boven het korset uitpiept.

Actrice Glenn Close liep al drie decennia rond met het plan om het korte verhaal van de negentiende-eeuwse schrijver George Moore te verfilmen. Close speelde de rol van Nobbs in het begin van haar carrière op Broadway. De actrice wilde graag het stuk rond de Ierse, die uit economische noodzaak als man door het leven ging, naar het witte doek vertalen.

Misschien dat de hardnekkige hype rond haar hysterische femme fatale in 'Fatal Attraction' er ook wel voor heeft gezorgd dat ze juist de rol van de onaanzienlijke, onzichtbare en mánnelijke Nobbs haar leven lang is blijven koesteren.

Close benaderde de Ierse schrijver John Banville voor het script en vroeg 'vrouwenregisseur' Rodrigo Garcia voor de regie. Met wat scènes rond een ijzeren boiler die gerepareerd moet worden, schurkt de film nu ook tegen de nostalgie naar de pure huishoudelijke arbeid in tv-producties als 'Downton Abbey' en 'Upstairs Downstairs' aan. Toch ligt het accent nog steeds bij de travestie. Niet alleen Nobbs, ook de huisschilder Hubert Page blijkt een als man verklede vrouw te zijn. Een heel andere man wel: ruig, handen in de zakken, schouders breed. De net als Close voor een Oscar genomineerde Janet McTeer brengt als de joyeuze Hubert leven in de film én in Albert Nobbs, die zich optrekt aan die vrijmoedigheid.

En dat mag ook wel, want Nobbs schuwheid zit de film ook dwars. Glenn Close gebruikte naar eigen zeggen Charlie Chaplin als inspiratiebron maar dan wel de zombieversie van Charlie. Haar Albert Nobbs is meer seksloos dan mannelijk: starende ogen, een stijf loopje, amper contact.

Naar meer schwung en seks lijkt gezocht in de bijfiguren die toch niet meer dan een kleurrijk behang vormen: de flirtzieke hoteleigenaresse, de decadente hotelgast, het verliefde kamermeisje en haar lompe minnaar.

Echt ontroerend wordt het wel in die scènes die Nobbs' tragische omstandigheden wel scherp raken. Zoals wanneer Nobbs zich voor een middag in een jurk op het strand waagt. Ze straalt, maar is na zoveel jaar van vermomming juist in vrouwenkleren het meest een travestiet. En tegen het einde als Nobbs zich gewond terugtrekt op haar kamer. Je verschuilen tot de dood erop volgt: hoe droevig kan het leven zijn.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden