Seks met een kind geldt nu eenmaal als pervers

Als het waar is dat de profeet Mohammed seks had met een negenjarige, dan is de kwalificatie 'pervers' van Ayaan Hirsi Ali niet misplaatst. In een rechtsstaat staat niemand boven de wet, ook niet Mohammed of de paus.

De kern van Hirsi Ali's kritiek op Mohammed in de serie 'De Tien Geboden' is dat wordt verteld dat Mohammed verliefd werd op Aïsja, de negenjarige dochter van zijn vriend. De vader wilde dat Mohammed zou wachten tot het meisje de puberteit had bereikt, maar Allah gaf de boodschap door dat Aïsja zich klaar moest maken voor Mohammed. Hirsi Ali noemt Mohammed daarom een perverse man en een tiran.

De eerste vraag die men zich naar aanleiding van deze berichten zou moeten stellen is: is het waar, wat Hirsi Ali zegt? Heeft Mohammed inderdaad zijn oog laten vallen op een negenjarig meisje? En heeft de vader van het meisje inderdaad geprotesteerd? Heeft Mohammed zich vervolgens daaraan weinig of niets gelegen laten liggen?

In alle protesten die tegen de kwalificaties 'perverse man' en 'tiran' geuit zijn, heb ik er niet één gelezen die bovenstaande feiten ontkent. Of het zou de nuancering door redacteur Ton Crijnen op de voorpagina moeten zijn dat de relatie tussen Mohammed en Aïsja pas seksueel van aard werd toen Aïsja de puberteit had bereikt (Trouw, 27 januari).

De tweede vraag is vervolgens hoe we die feiten naar hedendaagse juridische en morele criteria zouden moeten aanduiden. Stel dat een Nederlandse man anno 2003 verliefd zou worden op een meisje van negen en wenst met haar seksuele gemeenschap te hebben. Hoe noemen we zo'n man? Ik denk 'pedofiel'. En stel dat deze man inderdaad seksuele gemeenschap heeft met dat meisje? Dan spreken sommigen van een 'pedoseksueel'. Pedofilie en pedoseksualiteit worden naar hedendaagse maatstaven, zowel juridisch als psychiatrisch, als 'pervers' beschouwd.

Het is niet zo bizar een man die -tegen de wil van haar vader- een kind van negen tot gemeenschap dwingt (of daartoe weet te verleiden) als een 'tiran' aan te duiden.

Niet zozeer de kwalificaties van Mohammed als 'perverse man' of 'tiran' wekken dus verbazing, maar de commotie daarover. Opvallend is bijvoorbeeld dat een journalist op de voorpagina uitgebreid polemiseert tegen Hirsi Ali (Trouw, 27 januari). Dit is commentaar, geen berichtgeving. Het nieuws vinden we pas op pagina 3 waar de moslim-organisaties aan het woord komen.

Het Contactorgaan moslims en overheid (CMO) noemt de uitspraken van Ayaan Hirsi Ali 'blasfemisch', 'kwetsend' en een 'toekomstig kamerlid onwaardig'. Maar de eerste vraag blijft natuurlijk: zijn de uitspraken waar?

Stel dat een man zou worden veroordeeld omdat hij seks heeft gehad met een meisje van negen jaar oud. Zoals bekend is dit strafbaar. Geen rechter, officier van justitie of journalist zou zich dan laten intimideren door het commentaar van de dader en zijn familie dat de kwalificaties 'pedofiel' of 'pervers' of wat ook maar 'kwetsend' zouden zijn. Wat hier kwetsend is is het gedrag van de dader. Niet de vaststelling en veroordeling van dat gedrag door justitie en het oordelend publiek.

De term 'blasfemisch' verwijst natuurlijk naar het feit dat Mohammed een heilig verklaard figuur is. Maar ook dat kan iemand niet onttrekken aan redelijke kritiek. Wanneer een kardinaal of zelfs de paus terecht zou worden beticht van seksuele handelingen die wij tegenwoordig 'pervers' noemen, dan kunnen katholieke organisaties zich niet op 'blasfemie' beroepen en daarmee de zaak in de doofpot krijgen.

Hoe is het dan mogelijk dat sommigen niet snappen waarom Hirsi Ali 'andere mensen moet beledigen'? Iedereen is toch tegen pedofilie, mag ik aannemen? En het is toch niet 'beneden alle peil', zoals Milli Görüs beweert, verwerpelijk gedrag als zodanig te benoemen, ook wanneer het een heilige betreft?

Zouden we niet afglijden naar een bedenkelijk niveau wanneer we voor het morele wangedrag van religieuze leiders een oogje toeknijpen? Of is het niet meer verwerpelijk omdat het lang geleden is gebeurd?

Wat een tirannie van een goed functionerende democratische rechtsstaat onderscheidt, is dat in de laatste niemand boven de wet en boven kritiek staat. Het is bij uitstek de taak van een volksvertegenwoordiger ons dit voortdurend voor te houden, al is het geen compliment voor ons land dat dit nodig blijkt.

Laten justitie, het Nederlands journaille, de moslimorganisaties en iedereen dus gerust 'onderzoeken' wat Ayaan Hirsi Ali gezegd heeft. Men kan daar nog veel van leren in de strijd tegen de morele verloedering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden