Segregatie? Jonge moslim is juist opvallend Nederlands

Soufiane Moussouli en Kees-Jan Mulder. Beeld Patrick Post

Ja, sommige strenggelovige moslims keren zich af van de samenleving. Maar de meeste moslim-twintigers zijn juist volop onderdeel van de maatschappij, ontdekte antropoloog Daan Beekers. De jonge moslim is net een jonge christen, stelt hij.

Ze studeren, werken hard en proberen carrière te maken. Ze luisteren naar popmuziek en kijken naar dezelfde tv-programma's als de rest van Nederland. Ze zijn moslim, maar dat vinden ze geen reden om zich terug te trekken in een islamitische zuil. Van radicalisme moeten ze weinig hebben, al voelen ze zich wel aangetrokken tot orthodoxe predikers.

Het vaak gehoorde argument dat jonge moslims de samenleving de rug toekeren omdat ze het westerse bestaan niet kunnen rijmen met hun geloof, is schromelijk overdreven, meent Daan Beekers.

Volop moslim én Nederlander
Voor zijn promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit begaf hij zich een jaar lang tussen soennitische moslims van 18 tot 28 jaar, in onder meer Rotterdam, Den Haag en Ede. Die jongvolwassenen van Marokkaanse afkomst bewezen volgens hem dat het wel degelijk mogelijk is om volop moslim én volop Nederlands te zijn.

Niet dat geloven hen makkelijk af gaat. In tegendeel: de meesten kampen met schuldgevoelens omdat het ze niet lukt om vijf keer per dag te bidden. Te druk, te veel afleiding. En ze kijken net als anderen videoclips op YouTube, maar voelen zich daar niet helemaal senang bij. Popmuziek, vooral die over seksuele losbandigheid, kan in hun ogen eigenlijk niet door de beugel. Toch luistert een groot deel er wel naar.

In het proefschrift dat hij morgen verdedigt, wijst Beekers op de vele overeenkomsten met een andere religieuze groep: jonge christenen. "Ook zij slagen erin om gelovig te zijn en tegelijk volop mee te draaien in de samenleving", vertelt hij. "En ook zij voelen zich schuldig dat ze te weinig tijd vrijmaken om te bidden. Hun ambivalente houding jegens popmuziek lijkt sterk op die van moslims, al hebben christenen er over het algemeen iets minder moeite mee."

Beekers baseert zijn conclusies op veldwerk. Zoals hij over de vloer kwam bij moslims, zo deed hij dat ook bij een groep christenen uit de Protestantse Kerk in Nederland en gereformeerde kerken. Beide groepen streven naar een authentiek en persoonlijk geloof, meent hij. "Ze willen niet alleen geloven omdat ze nu eenmaal religieus zijn opgevoed. Het moet komen vanuit een overtuiging. Omdat je bewust voor God of Allah kiest. Die nadruk op persoonlijke keuze is heel westers."

Salafisme
Nog een overeenkomst: zowel de jonge moslims als de jonge christenen voelen zich aangetrokken tot vernieuwingsbewegingen. "Bij christenen is dat de evangelicale beweging. Veel christenen die zijn opgegroeid in protestantse kerken, gaan tijdens en na hun studententijd naar bijeenkomsten met een evangelicaal karakter."

Jonge moslims zoeken het in het salafisme, de zeer orthodoxe stroming die claimt terug te keren naar de oorsprong van de islam. Beekers: "Maar dat betekent niet dat ze massaal salafist zijn. Slechts een kleine groep sluit zich ook bij de stroming aan. Radicalisme ben ik er trouwens niet tegengekomen. De predikers die ze bezoeken, roepen voor zover ik heb kunnen zien niet op tot onverdraagzaamheid. Laat staan tot geweld."

De antropoloog onderzocht vrijwel uitsluitend hoogopgeleiden. Het zou dus kunnen dat het er onder lager opgeleide moslims heel anders aan toe gaat. Maar daar lijkt het niet op, zegt hij. "Hoogopgeleiden zijn waarschijnlijk ambitieuzer en durven meer kritische vragen te stellen, meer te twijfelen aan de boodschap van de imam. Verder leven ze grotendeels met dezelfde uitdagingen."

Strenggelovig
Beekers' bevindingen lijken maar moeilijk te rijmen met die van pedagoge en onderwijsdeskundige Elsbeth Visser, die vorige maand promoveerde op de identiteit van strenggelovige moslimjongeren. Zij typeert hen als gefrustreerd en in zichzelf gekeerd. Ze zouden leven met een afkeer van de Nederlandse samenleving, die ze te werelds vinden en waarin zij en hun religie mikpunt van discriminatie zijn. "Segregatie is hun ideaal", zei Visser vorige maand over ze op deze pagina.

Spreken de twee onderzoekers elkaar tegen? Niet direct, zegt Beekers. "Er zijn ongetwijfeld jongeren die zo in het leven staan, maar ik ben er maar heel weinig tegengekomen. Dat doet vermoeden dat zulke gevoelens vooral voorkomen in bepaalde stromingen. Visser volgde een groep die op het Ibn Ghaldoun College in Rotterdam heeft gezeten. Dat was de enige islamitische middelbare school van het land. Die schoolkeuze zegt wel iets over hun interesse in segregatie. Maar: ook die jongeren gaven aan dat ze gewoon studeren, een (bij-)baan hebben en vrienden zijn met niet-moslims."

Wie jongere generaties moslims ziet als vreemdelingen, kijkt volgens Beekers echt met een verkeerde bril. "De spanningen die ze voelen, gaan niet over de vraag of ze überhaupt westerling en moslim kunnen zijn. Eerder over de randvoorwaarden."

Veel van de moslims die de antropoloog sprak, zijn opgegroeid in de stad en kennen er de weg. Beekers: "Dat geldt niet voor de meeste christelijke jongeren. Die komen vaak uit een dorp of plaats uit de provincie, al dan niet uit de biblebelt. Als ze op kamers gaan en in de grote stad terechtkomen, is dat een zekere cultuurshock. Je zou kunnen zeggen: de doorsnee jonge moslim is meer thuis in Nederlandse steden dan de gemiddelde jonge christen."

'We blijven vreemden voor velen'

Veel van de vrienden van Soufiane Moussouli (27) zijn moslim. Logisch, vindt hij. "Zo gaat dat hè, als je opgroeit in dezelfde buurt. Het is ook goed om moslimvrienden te hebben. De Koran zegt: zoek een broeder die je op het juiste pad zal leiden."

Tegelijk probeert de soennitische moslim, student culturele maatschappelijke vorming en parttime acteur, om zich niet terug te trekken in een islamitische zuil. "Sommige van mijn vrienden doen dat wel", zegt hij, gezeten aan de eettafel van Kees-Jan Mulder (28), een van zijn christelijke vrienden.

"Die gaan dan een eigen groepje vormen. Vind ik jammer. Waarom zou je? Vroeger op de basisschool in Lelystad kwam ik al bij christelijke vriendjes thuis. Dan hing daar een kruis. Ah, mooi, dacht ik dan. Die geloven dus ook."

Moussouli is volgens zijn vriend het type moslim over wie Beekers in zijn onderzoek spreekt: vroom, maar ook iemand die middenin de maatschappij staat. De diversiteit aan culturen waarmee zijn islamitische vriend al vroeg te maken kreeg, had Mulder in het eerste deel van zijn eigen kindertijd niet. Hij groeide op in Goes, als zoon van een dominee van een christelijk-gereformeerde kerk. Zijn protestants-christelijke middelbare school was pluriform, maar op zijn gereformeerde basisschool kwam hij enkel gelijkgestemden tegen. Inmiddels woont hij in Amsterdam en leeft en werkt ook hij tussen de anders- en niet-gelovigen.

De twee leerden elkaar kennen toen Mulder studeerde aan de kunstacademie. De diagnose die antropoloog Beekers van jonge christenen stelt, strookt met Mulders ervaringen. "Ik hoef me echt niet terug te trekken uit de samenleving om te kunnen geloven", vindt Mulder. "Ja, soms moet ik werken op zondag, terwijl ik dat eigenlijk niet wil. En ik verbaas me wel over de moraal van sommige films en popliedjes, al zie of hoor ik ze natuurlijk wel. Maar dat zijn kleine dingen."

Herkenbaar, vindt Moussouli. "Ik luisterde vroeger heel veel naar troep. Nummers met teksten van het niveau 'schatje, schud je bil'. Dat moet je dus niet doen. En wat je zegt over werken op zondag: daar heb ik ook wel last van. Ik wil eigenlijk vaker naar de moskee gaan, naar van die koranstudie-avonden. Maar die zijn vaak als ik aan het werk ben."

In Beekers' pleidooi om moslims en christenen niet meer te zien als totaal verschillend kunnen ze zich helemaal vinden. "We hebben inderdaad heel veel gemeen", vindt Mulder. "Maar ik denk niet dat Beekers hierin bijval gaat krijgen." Moussouli: "Nee joh. De meeste Nederlanders blijven moslims toch gewoon zien als vreemden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden