Sculpturen / Ondanks het formaat

Krap drie seconden doet de trein Utrecht-Amsterdam erover om het Amsterdam-Rijnkanaal over te steken. Maar die tijd volstaat om de drie betonnen sculpturen daar ginds links langs de oever te zien staan.

’Landveroveren’ of ’Sculpture at Land’s End’ heet de sculpturale optocht die beeldhouwer Ruud Kuijer op deze kanaaloever situeerde. Nu zijn het nog drie, binnen zeven jaar moet een stoet van zeven opeenvolgende beelden voltooid zijn. Ze staan er als sculpturen, maar ze zouden ook laterale oevermarkeringen voor de passerende binnenschippers kunnen zijn.

Niet voor niets staat de beeldengroep hier; haaks op de spoorlijn en stroomafwaarts langs de kanaaloever. Want Kuijer vindt dat beeldende kunst niet lukraak in de openbare ruimte moet staan. ,,Kunstenaars die in opdracht kunst voor de openbare ruimte maken, moeten zich vaak in allerlei bochten wringen. En even vaak zitten de bewoners zelf niet op een kunstwerk voor hun deur te wachten. Hoe goed bedoeld ook, die eenprocentsregeling sloeg naar de verkeerde kant door. Ik vraag me regelmatig af waarom ergens een kunstwerk staat, en niet gewoon een boom. Als mensen mijn beelden willen ervaren, komen ze er wel naar toe. Deze beelden aan de kanaaloever worden niemand opgedrongen. Je kunt er langs varen of langs fietsen. En als de beelden je niet interesseren, zoals die mensen die daar zitten te vissen, nou dan vis je toch lekker verder?”

Aan de verovering van zijn kanaaloeverplek ging een lange wirwarweg tussen gemeente Utrecht, Rijkswaterstaat en industriële belangen vooraf. Iedereen had wel wat te vinden, of wilde juist weten wat Kuijer daar allemaal ging beeldhouwen.

Zelf wist hij dat aanvankelijk ook nog niet, want een idee, laat staan een inzicht, dient zich niet op commando aan. Hij ontwerpt niet schematisch, tekent geen maquettes: zijn beelden groeien volgens de traditionele methode vraagstelling-probleem-heroverweging-inzicht-zienswijze.

Van een grote aannemer bekwam de beeldhouwer een bekisting die was gebruikt voor een brug in de Betuwelijn. Hij zaagde die doormidden, en ziedaar het rudimentaire skelet van zijn beeld.

Hij werkte al eerder met stukken staaldraad, verroestte H-balken, delen van brugleuningen of fietsenrekken, of alledaagse gebruiksvoorwerpen als aardbeienbakjes of doormidden gezaagde plastic wasmiddelflessen. De vierkantjes op de bodem van een plastic aardbeienbakje, krijgen een volslagen andere verschijningsvorm wanneer je die in beton giet.

Maar, weet de beeldhouwer onmiddellijk, die betonnen aardbeienbakjesvorm doe je teniet zodra je die afmeting tot bijvoorbeeld vrachtwagenformaat vergroot.

Als voorbeeld waar de harmonie uit het lood kwam te staan, noemt Kuijer de vertalingen van de kleine plaatijzersculpturen van Picasso naar groot formaat in beton. ’Figure Découpée’ van Picasso in het Amsterdamse Vondelpark en ’Sylvette’, nu voor het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, zijn hier voorbeelden van. ,,Hoewel het beiden mooie beelden zijn, met ook wel innovatief gebruik van het materiaal beton, staan ze wel erg ver af van de intimiteit van het oorspronkelijke plaatijzersculptuurtje dat Picasso maakte en dat gewoon enorm uitvergroot is. Picasso’s sculpturale vorm, gedacht vanuit plaatijzer, gaat teloor in de enorme afmetingen en het gebruik van een ander materiaal. Een yoghurtbeker heeft z’n eigen vorm en maat. Die kan ik wel in beton laten gieten maar nooit tot de maat van een ton opblazen. Dat zou gekunsteld zijn, dan zou de maat der dingen verdwijnen.”

De bekisting van de brug uit de Betuwelijn vormde nog maar het allerprilste begin. Kuijer sleepte karrevrachten aan materiaal naar zijn atelier, om pas daar te wikken, herschikken en definitief te rangschikken. Allerlei vormen en formaten dienden zich aan: badkuipen, roeiboten, tuinvijvers, golfplaten, geknakte pvc-rioleringsbuizen, ingedeukte septic tanken.

Geheel of als detail kwamen deze vormen aan en op de houten bekisting te hangen, ze werden geïntegreerd in de bekisting. Dat was het halve werk.

Nu werd het pas echt menens, want de beeldhouwer wil zijn kanaaloeverbeelden opgetrokken uit beton. Eerst hadden timmerlieden hem bijgestaan met aanwijzingen inzake montageleer, nu moesten er echte ’betonmannen’ (een ingenieur en een betontechnoloog) aan te pas komen. Van hen leerde Kuijer dat staal en beton op dezelfde wijze uitzet, hoe je een wapening en een stortplan voor het gieten maakt en hoe stortnaden te vermijden. De keus viel op cement dat tijdens het storten al begint aan te trekken. ,,Daardoor neemt de druk op de bekisting af, en kun je langzaam met het cement klimmen, zonder dat de mal ontploft.”

Volslagen andere taal en teken dan die uit beeldende kunst openbaarde zich: ,,We gebruiken mortel zonder grint, zogeheten zelfverdichtend beton, waardoor er geen lucht in komt. Het enige wat we hoefden te doen was tijdens het afgieten wat op de kist kloppen, om zo de laatste luchtbelletjes weg te krijgen.”

De eerste twee beelden zijn iets kleiner, het laatste beeld is tien meter hoog en weegt ruim 32 ton. ,,Ondanks het formaat hebben ze toch de menselijke maat behouden.”

Om aan anecdotiek te ontkomen gaf de beeldhouwer ze eigennamen: waterwerk I (’Forward’), waterwerk II (’Bearable Lightness’) en waterwerk III (’Chardonnay’). Kuijer, zonder spoor van ironie: ,,Dan weet tenminste iedereen waar je het over hebt. Ik heb liever niet dat mensen er allemaal dingen in gaan zien die er uit zijn; paardenkoppen of kraanvogels. Anecdotes interesseren me niet, het gaat me om de driedimensionale samenhang. Het ’hoe’ is belangrijker dan het ’wat’ voor mij.”

De beeldhouwer beschouwt zijn werk als ’actueel zonder dat het modieus is’. ,,In 2005 moet je allicht niet doen alsof je in de Renaissance leeft. Ik gebruik materiaal van de 20ste eeuw. En met niet-modieus bedoel ik: verbonden met de geschiedenis van beeldhouwkunst. Ik wil dat mijn werk zich ’sculptuur’ kan noemen.”

Kuijer beeldhouwt in het voetspoor van Tony Cragg, Richard Serra, Anthony Caro, Didier Vermeiren of John Chamberlain, maar gaat zichtbaar z’n eigenzinnige weg. Hij vat zijn werkwijze even kernachtig als ogenschijnlijk simpel samen: ,,Ik zoek altijd naar een soort vanzelfsprekendheid.”

Maar die ’vanzelfsprekendheid’ dient zich steevast pas na voltooiing aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden