Scoren met 'Het lied van Feyenoord'

Platenverzamelaars Jimmy Tigges (48) en Paul Groenendijk (44) hebben in het Rijnmondgebied een hit met het boek 'Het lied van Feyenoord'. Op dik tweehonderd pagina's geven de twee een overzicht van alle lp's, singletjes en cd's die de afgelopen eeuw zijn gewijd aan de voetbalclub uit Rotterdam-Zuid.

Op de Schiedamse zolderkamer van Paul Groenendijk wordt een lp-hoes uit de stellingkast getrokken. Het is 'Ik keek eens door het sleutelgat', een langspeelplaat uit 1970 met pikante liedjes van onder meer 'Geile Gerrit' en 'Stijve Simon'. Als de plaat eenmaal op de draaitafel ligt, horen we een jonge Pierre Kartner het lied 'Bosvrijage' ten gehore brengen. ,,Annie, zal ik je bh'tje even losmaken'', mompelt Kartner, die voor dergelijke avontuurtjes de schuilnaam 'Nol' gebruikte. Terwijl Groenendijk al bezig is met het zoeken naar andere obscuriteiten in de verzameling, kan zijn maatje Jimmy Tigges een flauwe glimlach niet onderdrukken. ,,Zet maar af Paul, anders gaan de mensen denken dat we alleen maar vieze plaatjes zitten te draaien.''

En dat is dus niet zo. Het duo verzamelde bijvoorbeeld ook alle gezongen odes aan Feyenoord. Bij Rotterdams grootste boekhandel Donner staat het boekwerkje dat dat opleverde al weken in de topdrie. Tot verbazing van de samenstellers. ,,De enige verklaring die ik kan bedenken is dat Feyenoord tegenwoordig goed verkoopt'', zegt Groenendijk.

'Het lied van Feyenoord' schetst een vermakelijk beeld van artiesten en zangamateurs die, soms uit liefde voor Feyenoord en soms uit geldzucht, hun scheve rijmpjes of gevoelige tek sten op de plaat vastlegden. Want wie tegenwoordig klaagt dat het voetbal te commercieel is, die weet waarschijnlijk niet met hoeveel wanproducten de fans in de jaren zestig en zeventig werden overspoeld. Groenendijk: ,,Over goede muziek ben je zo uitgepraat.'' Waarop Tigges inhaakt: ,,Die plaatjes zijn soms met enthousiasme in elkaar gezet, maar hartstikke vals ingezongen. Prachtig.''

De oneindige stroom voetbalhits kwam begin jaren zestig op gang. Voor die tijd werden er nauwelijks plaatjes opgenomen, hooguit door een harmoniekorps of mannenkoor. Met de introductie van de 45-toerenplaat veranderde dat. Zo bracht Rita Corita in 1961, met orkest, een ode aan Coen Moulijn, onder de titel 'Heeft Coen de bal aan z'n schoen'. Jacky van Dam volgde een jaar later met het legendarische 'Hand in Hand' en vanaf toen was de boot aan. De successen die Feyenoord en Ajax begin jaren zeventig boekten maakten dat artiesten net zo makkelijk een Ajax-, Feyenoord- of Oranjeplaat in elkaar draaiden.

Tigges: ,,Er bestaan complete lp's die haast identiek zijn, maar waar alleen de naam van de club in de liedjes is veranderd.'' Er zijn in de jaren zestig zelfs twee Ajax-versies van 'Hand in hand' op de plaat gezet, door de toenmalige hit-artiest Tony Bass en een zekere Amsterdamse Arie.

Vaak ontstijgen deze brouwsels nauwelijks het niveau van eenvoudige sinterklaasrijmpjes. Een enkele positieve uitzondering daargelaten, zoals 'Werkmansleed' van Gerard Cox uit 1974:

Je hoort alleen maar van werkloosheid/Het geld wordt alsmaar minder waard/Ieder keiltje ruim een gul den/En dat heet dan welvaart/Maar ik red me wel/Oh ja, ik red me wel/'k Heb altijd nog mijn ploegie/Dat speelt zo'n lekker spel/Oh ja, ik red me wel. Van dit nummer kunnen Tigges en Groenendijk nog wel in vervoering raken, maar voor het grootste deel 'stelt het weinig voor'. Tigges: ,,Het is juist een teleurstelling als je ergens een plaatje op de kop tikt en vervolgens blijkt dat het allemaal heel goed klinkt. In Frankrijk vond ik eens een plaatje van Just Fontaine, de man die op het WK in 1958 dertien doelpunten scoorde. Hij bleek hartstikke goed te kunnen zingen. Dat is dan klote.''

De verzameling van honderden sportplaatjes, waaronder die van Feyenoord, is een uit de hand gelopen hobby zoals je die wel vaker tegenkomt. Tigges en Groenendijk leerden elkaar kennen tijdens hun studie bouwkunde in Delft. ,,Paul draaide op zijn verjaardag altijd van die hele lullige discomuziek. 'Ra ra Raspoetin' van Boney M. en dat soort werk'', zegt Tigges. Groenendijk: ,,Ik was zo iemand die al een week van tevoren platen zat uit te zoeken voor een feestje, om zo het verloop van de avond te sturen. Niemand die luisterde natuurlijk.''

Op hun studentenkamertjes zaten ze urenlang te 'ouwehoeren' over muziek. Daar maakten ze ook alle tijd voor, aangezien architectuur-publicist Groenendijk zijn studie in negen jaar succesvol afrondde, terwijl Tigges het na twaalf jaar zonder papiertje voor gezien hield. Hij schrijft nu voor de Delftsche Courant sportverhalen. Samen hebben ze op het regionale Radio Rijnmond elke zondagmiddag de rubriek 'Zet 'm op' waarin ze luisteraars trakteren op een sportplaatje uit hun collectie.

De verzamelwoede van de twee ontstond spontaan, toen Groenendijk voor Tigges' verjaardag een cassettebandje samenstelde met 34 nummers over Jim. Groenendijk: ,,Ik kwam 'Hello Jim' van Paul Anka tegen. Daarna ben ik op zoek gegaan naar meer liedjes waarin de naam Jim voorkomt.'' Het verjaardagscadeau mondde uit in een behoefte aan het opduiken van plaatjes, met de nadruk op gekke, unieke of flauwe muziek. Het leverde een stroom bandjes op, bijvoorbeeld met covers van Beatle-songs, muziek voor mensen die 'net een kind gefabriceerd hebben', een verzameling kortste nummers aller tijden en ga zo maar door. Onder de naam 'Tigro' werden deze cassettebandjes voor 12,50 gulden verkocht aan vrienden en bekenden.

De introductie van de cd-speler, eind jaren tachtig, was funest voor de gemoedsrust van Tigges en Groenendijk. Nederland deed massaal zijn platenverzameling de deur uit, waardoor het tweetal bijkans verzoop in de buitenkansjes. Niet alleen sportplaten, maar ook andere zaken werden voor een prikkie op de kop getikt. Zo heeft Groenendijk inmiddels zo'n achthonderd versies van het lied Summertime, uit de opera 'Porgy and Bess' (Summer time, and the livin' is easy..). ,,Van Bing Crosby tot Bill Clinton, live in een Praagse jazzclub.'' De liefde voor dat ene nummer mondde in 1994 uit in het boek 'Summertime', met de ondertitel 'Moed gevraagd bij de 834ste versie'.

Het boek over Feyenoord leek haast een logisch vervolg. Groenendijk en Tigges hebben een zwak voor die club. Zo schrijven ze in 'Het lied van Feyenoord': 'We blijven net zo trouw verzamelen als we onze club steunen'. In 1994, in het kader van een Feyenoord-tentoonstelling in de Kunsthal, stelden de twee al een discografie samen, maar die bleek niet zo compleet als ze dachten. Het nu verschenen boek heet dat wel te zijn, al zullen ook dit seizoen weer de nodige lofliederen verschijnen. Terwijl Groenendijk de zoveelste bak met singletjes op de tafel zet -'Kijk, hier heb ik een singeltje van de amateurvereniging Wildervank'-, bedenkt Tigges wat nou de merkwaardigste artiest is die in het boek is opgenomen. ,,Willy Batenburg'', roept Groenendijk. Deze onlangs overleden kleine Dordtse brabbelaar had eind jaren negentig in Rotterdam en omstreken een geweldige hit met 'Feyenoord is m'n cluppie'. Batenburg, een zwakbegaafde dreumes die via het Dordtse voetbalkantine-circuit een regionale bekendheid werd, trad immer op in lederhosen en met zijn banjo. Hij paarde zijn gebrek aan ritme aan schier onverstaanbare teksten. Tigges: ,,We zijn uren bezig geweest om uit te vogelen wat ie nou precies zingt. Maar goed, al die plaatjes zijn ook maar bedoeld ter verhoging van de feestvreugde.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden