SCIENCE CENTERS

NewMetropolis heet het gloednieuwe science and technology centerdat bovenop de IJtunnel in Amsterdam wordt neergezet. Hoe past de nieuweling tussen de wetenschapsmusea in andere Europese hoofdsteden? In de aanloop naar de opening op 3 juni belicht deze serie de kijk op wetenschap, techniek en samenleving zoals Britten, Duitsers, Fransen en tot slot Nederlanders die in hun nationale wetenschap- en techniekmuseum tentoonstellen.

Een enkele wijsneus is al eens in de glimmende kolos geweest en schildert in geuren en kleuren zijn verblufte klasgenootjes wat zich allemaal achter de ramen van de 'Cité' verbergt. De hooggespannen verwachtingen zullen niet teleurgesteld worden, want in de 'stad der wetenschappen' heeft men er alles aan gedaan om wetenschap en techniek zo aanlokkelijk mogelijk te presenteren.

Tot begin jaren zeventig stroomt de wijk 'La Vilette' nog dagelijks vol met duizenden koeien. Voor de dieren is het centrale slachthuis van Parijs de eindbestemming. Een prestigieuze nieuwbouw moet in 1970 van het terrein een abattoir van de toekomst maken, maar grote ontwerpfouten gooien roet in het eten: zo weigeren meteen de eerste kuddes al de bovenste verdiepingen van een gigantische veestal te betreden. Vier jaar later moet het abattoir definitief zijn poorten sluiten en het idee wordt geboren om het in een cultuurpark te veranderen.

Het project krijgt de persoonlijke zegen van president François Mitterrand, die de plannen allemaal nog een beetje groter dimensioneert en zichzelf het toezicht geeft op de voortgang ervan. Prachtig op tijd, precies twee dagen voor zijn herverkiezing in maart 1986, opent Mitterrand de gewezen stal van de toekomst, die is omgetoverd tot een stralend paleis uit glas en staal. Voor omgerekend anderhalf miljard gulden - ongeveer twintig keer zoveel als de bouw van het newMetropolis in Amsterdam kost - is de Franse hoofdstad sindsdien een attractie rijker die jaarlijks bijna net zoveel bezoekers trekt als de Eiffeltoren.

Vanuit het metrostation stormen de kinderen door Parc de la Vilette. Ze kijken niet om naar la grande Halle, een metaalbouw uit de vorige eeuw, keuren de bijzondere golven en onregelmatige veelvormen van het postmoderne Cité de la Musique geen blik waardig en rennen voorbij aan de abstract-artistieke objecten van het park. Ze hebben maar één doel in het vizier: de glanzende en torenhoge bol voor de ingang van de Cité des sciences.

Daar, bij het kogelronde gebouw van blinkend roestvrij staal, gebeurt het allemaal. De futuristische indruk van de Géode, zoals het techniekmuseum zijn ronde bioscoop noemt, wordt nog versterkt doordat het zich hult in een science-fiction achtige klankcollage.

Binnen staat de citoyens, de burgers van morgen, een programma te wachten dat nadrukkelijk niet uit is op het conserveren van wetenschap en techniek. In de Cité geen verzameling gebalsemde oude apparaten, zoals in het Science Museum van Londen of in het eeuwenoude, in het centrum van Parijs staande Conservatoire des Arts et Métiers.

In La Vilette vindt men interactieve en multimediale demonstraties, die zoveel mogelijk over de fascinerende wereld van wetenschap en techniek aan een zo breed mogelijk publiek moeten overbrengen. Speciaal voor kinderen is de Cité des enfants bedoeld. De jongste bezoekers, van drie tot zes jaar, kunnen zich er helemaal uitleven in spelletjes waarbij ze de aandrijvende werking van water op molens ontdekken, of zelf een huis bouwen.

De wat oudere kinderen kunnen dingen leren over de mechanische werking van hun gewrichten, over het bakken van brood, of in een krioelend mierennest een kijkje nemen. Scholieren bewegen in de Techno cité zich al experimenterend door de wereld van de techniek en steken zo iets op over automatisering, mechanica en fabrieksprocessen.

Hart van de Cité des Sciences is het Explora-gedeelte. Hier krijgt het publiek een naar thema's ingedeeld programma voorgezet. Inmiddels hebben miljoenen bezoekers hun gang langs de tentoonstellingen van Explora gemaakt, iets wat de nodige sporen heeft achtergelaten: vooral de computersimulaties hebben nogal eens de geest gegeven en de meeste mechanische proefjes vertonen ook tekenen van slijtage.

Toch wervelen de schoolklassen nog steeds vol overgave door de vier themagebieden - universum, materie en arbeid, leven en communicatie. Ze steken daarbij misschien nog iets op van de lijnen die worden gelegd tussen wetenschap en techniek aan de ene kant en de samenleving aan de andere kant.

Welke samenhangen tussen techniek en maatschappij men in La Vilette ook laat zien, ze zijn allemaal erg positief. Daarbij wordt de fascinatie voor techniek zelf vrijwel automatisch opgewekt uit het doen van geslaagde technische proefjes. Hetzelfde enthousiasme creëren voor de maatschappelijke uitwerkingen van de techniek vraagt om meer. Dan zul je de betovering van de techniek, haar magie moeten overdragen.

En dat is precies waar het in de Cité des sciences niet aan ontbreekt: geloof in de techniek. Op zich is daar niets op tegen, maar buitenlandse bezoekers zullen zich soms toch achter de oren krabben - met name als het gaat over techniek en milieu in het algemeen en kernenergie in het bijzonder.

Zo somt men in het gedeelte over milieu het onheil ter land, ter zee en in de lucht uitgebreid op, maar dan op zo'n manier, dat het lijkt alsof het gaat om een soort boosaardig natuurverschijnsel. Stralende redder in de nood is telkens weer de techniek, die voor elk denkbaar probleem wel een passende oplossing biedt, zo niet nu meteen, dan zeker in de nabije toekomst. En dus is het niet zo raar dat direct naast de expositie over milieu, nog vorig jaar de tentoonstelling over auto's is geopend. Immers, zo rekenen Peugeot en Citroen voor, dankzij de technische vooruitgang zal een schone auto niet lang meer op zich laten wachten.

In de afdeling daarnaast, over energie, valt het Franse geloof in de techniek nog duidelijker op. De nationale industrie, variërend van de oliemaatschappij Elf tot het atoomconsortium CEA, telt er uitgebreid de zegeningen van het atoomtijdperk. Toegegeven, de onbekommerde lofzang op de atoomenergie in de Parijse techniektempel is wel wat subtieler geworden dan vroeger; in het Palais de la Découverte (de in 1937 geopende en nog steeds te bezichtigen voorganger van de Cité) zaagt men van dik hout planken. Eén ding lijken de Fransen in hun techniekmusea als geen ander te begrijpen: techniek moet meer fascinatie uitstralen, naarmate men de voordelen ervan minder goed kan berekenen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden