Schwerer Tobak

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

Ik op mijn beurt kreeg

een pot kweeperengelei mee

Ik ben Jasper steeds kwijt. Niet omdat hij weggelopen is maar omdat zijn caramelbruine lijf wegvalt tegen gele en roestbruine bladeren. Hij hoeft maar vijftig meter voor me te lopen of hij verdwijnt. Ik heb het me nooit zo gerealiseerd - of nooit goed genoeg gekeken - maar de esdoorn is toch wel een van de mooiste herfstbomen, vreemd genoeg vaak voor de helft, waarmee ik bedoel dat een paar dikke takken al volop geel blad hebben terwijl de rest van de boom nog groen is. Ook mijn al dan niet Drentse krentenboompje en de Gelderse roos waren prachtig, net als de kornoeljes en lijsterbessen. Dat is al voorbij, de wereld om mijn huis heen wordt steeds groter en ruimer. Dat vind ik mooi aan de herfst en de winter, dat de wereld zo groot en ruim is, dat je ineens weer dingen ziet die de hele zomer verborgen waren.

Ik liep naar Walter en Elisabeth Graf in Nimshuscheidermühle. Langs hun huis is een afkortpad dat bijna niemand durft te nemen omdat je op hun erf uitkomt. Jasper en ik nemen het pad wel, het scheelt een hele haarspeldbocht in de weg naar Nimshuscheid. Ik had er een kweepeer zien staan en wilde eens proberen wat stekken te nemen. Ik snoeide een stuk of acht twijgen (eenjarig hout), knipte ze later vlak onder een oog af en stak ze in de grond. Walter en Elisabeth waren ooit boomkwekers, op kleine schaal. Ze reden naar Keulen of een andere grote stad, trokken groene werkpakken aan en deden alsof ze van de groenvoorziening waren. Niemand legde ze een strobreed in de weg terwijl ze de hele dag lang Cotoneaster horizontalis uit gemeenteperken snoeiden. Thuis knipten ze het snoeisel in heel kleine stukjes, staken ze in vochtige compost en vermeerderden zo duizenden struikjes, die ze dan weer verkochten. "Aha", zei ik, "Guerillazüchter." Heel tevreden was ik met dat woord. Walter moest lachen, maar zei ook "Ja, das war einmal." Ik vertelde dat het in Amsterdam vaak andersom is, dat mensen daar juist hun ongewenste planten en struiken in gemeenteplantsoenen zetten en dat we dát dan guerrillatuinieren noemen. Baumschule, zo heet in Duitsland een boomkwekerij. Alsof je boompjes leert brave, grote bomen te worden.

Onlangs zei Dakdekker Rudi tegen me dat ik een heel goeie schrijver ben. Ik vroeg hem hoe hij zo bij die vaststelling kwam. Nou, dat had Walter gezegd, die zei dat niet zomaar elke schrijver door Suhrkamp wordt uitgegeven. Walter en Elisabeth lezen mijn boeken, die ze tijdens het kweeperensnoeien benoemden als schwerer Tobak. Dat begreep ik niet. Heftig, bedoelden ze. Zwaar. "Ach", zei ik, "zo is het hele leven toch?"

Ik liet een 'Boven is het stil' achter in hun portiek, eens zien of ze die ook schwerer Tobak vinden. Ik op mijn beurt kreeg een pot kweeperengelei mee. Met een beetje geluk kan ik die over een paar jaar zelf maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden