SCHULD

„U heeft het goed gelezen: allemaal zijn we in meer of mindere mate potentiële terroristen, we zaaien dood en verderf, zonder het te weten!” De Franse filosoof Pascal Bruckner – begin dit jaar ontketende hij een internationaal debat door het hartstochtelijk op te nemen voor Ayaan Hirsi Ali – hekelt de neiging van het Westen om de schuld van al het wereldleed op zich te nemen.

De hele wereld haat ons en dat hebben we ook verdiend: een meerderheid van de Europeanen, althans van de West-Europeanen, is daarvan overtuigd.

Sinds 1945 wordt ons werelddeel gekweld door berouw. Wanneer het nadenkt over zijn vroegere gruweldaden – oorlogen, religieuze vervolging, slavernij, imperialisme, fascisme, communisme – ziet het zijn hele geschiedenis slechts als een lange reeks slachtingen en plunderingen die is uitgemond in twee wereldbranden, dat wil zeggen een geestdriftige zelfmoord. Ongekende gruwelijkheden, zoals de grootschalige industrialisering van de dood in de nazi- en Sovjetkampen, de verheffing van bloeddorstige clowns tot idolen van de massa’s, de poging om het absolute kwaad te veranderen in bureaucratische routine – dat is wat het ons heeft opgebracht. En de grootse deugden, arbeid, orde, discipline, zijn ten dienste gesteld van de verschrikkelijkste doelen, de wetenschap is in diskrediet gebracht, de aanspraken van de cultuur met voeten getreden, het idealisme geschonden. Geen enkel land in het Westen of Oosten van deze kleine landtong van Azië dat niet aan gewetensonderzoek moet doen en waarvan de geschiedenis geen aaneenrijging is van lijken, kampen, foltering en machtsmisbruik. Al die sublieme kunstwerken, hoogstaande metafysische stelsels en verfijnde filosofieën lopen slechts uit op burgeroorlogen, massagraven, gaskamers en goelags.

In 1955 stelde Claude Lévi-Strauss in ’Het trieste der tropen’ in verband met de Braziliaanse indianen onthutst vast dat de ontwikkeling van de westerse beschaving „voor een zo omvangrijk en zo onschuldig deel van de mensheid een monsterlijke en onbegrijpelijke ramp betekende.” Dat gevoel van afschuw wordt tegenwoordig nog steeds door talloze reizigers en theoretici gedeeld. Veertig jaar na Lévi-Strauss blijft de constatering onveranderd. „Er is veel waarvoor we collectief vergiffenis moeten vragen”, verklaart de filosoof Jean-Marc Ferry. „We moeten alle gewelddadigheden en vernederingen die wij hele volken uit alle werelddelen hebben aangedaan op kritische wijze blijven gedenken om onze eigen visie op de mens en de beschaving te laten zegevieren.”

Europa tegen Europa: het kent, zoals bekend, een antiwesterse traditie die reikt van Montaigne tot Sartre en die relativisme en twijfel langzaam laat doordringen in een goed geweten dat ervan overtuigd is dat ze in haar recht staat. Er was vroeger zeker moed voor nodig om de barbaarsheid van de conquistadores onder leiding van Las Casas of de beschavingsmissie van de grootmachten in het imperialistische tijdperk te veroordelen. Wie nu Europa wil aanvallen hoeft alleen maar achter de meute aan te lopen.

Tot op zekere hoogte leeft de zelfbeschuldigende mentaliteit in ons voort als reflex, getuige de wijze waarop we onszelf spontaan kastijden in het aangezicht van alle ellende op onze planeet. De gemiddelde Europeaan, man of vrouw, is een uiterst gevoelig wezen, steeds bereid de armoede in Afrika en in Azië aan zichzelf te wijten, medelijden te tonen met de ellende in de wereld en daarvoor de verantwoordelijkheid op zich te nemen, een wezen dat zich voortdurend afvaagt wat hij kan doen voor het Zuiden in plaats van wat het Zuiden voor hem kan doen.

Op de avond van 11 september 2001 zei een groot deel van onze medeburgers, ondanks hun duidelijke medeleven met de slachtoffers, dat de Amerikanen hun verdiende loon hadden gekregen. De fine fleur van de Europese intelligentsia koos onmiddellijk met een keur aan retorische fijnzinnigheden voor dezelfde invalshoek: de kapers die de torens van het World Trade Center hadden opengereten waren slechts de voltrekkers van een genadeloze straf.

Er volgde een opleving van Nero’s op zakformaat die de dubbele aanslag toejuichten omdat ze het zagen als de uitvoering van een soort snelrecht. Boontje komt om zijn loontje, een verbroken evenwicht was weer hersteld, zo interpreteerde Jean Baudrillard het in een haast religieuze rechtvaardiging van de wraak: „Wanneer de omstandigheden zo zijn gemonopoliseerd door de wereldmacht, wanneer men te maken heeft met die enorme concentratie van alle mogelijke functies in een technocratische machinerie en een uniforme denkwijze, welke weg blijft er anders over dan het terroristisch terugkaatsen van de bal? Het is het systeem zelf dat de objectieve voorwaarden voor deze gewelddadige vergelding heeft geschapen. Door alle troeven van de ander in handen te nemen, dwingt het hem de regels van het spel te veranderen [*] terreur tegen terreur, daarachter schuilt geen enkele ideologie.”

Maar de aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid (tweehonderd doden) hebben bewezen dat ook de Europeanen de fout bij zichzelf zoeken: het besluit van de nieuwe linkse regering-Zapatero om de Spaanse troepen terug te trekken uit Irak zou de indruk kunnen wekken dat ze aan de eisen van de bomterroristen toegaven, en dat het bloedbad bij het Atocha-station een gevolg was van de deelname van Madrid aan de Tweede Golfoorlog aan de zijde van Washington (terwijl terroristische cellen ná de terugtrekking zijn doorgegaan met het beramen van aanslagen, waarbij ze zich beriepen op het verlies van het islamitische Andalusië in de vijftiende eeuw). We moeten niet vergeten dat een miljoen mensen in Madrid hebben gedemonstreerd zonder ook maar één haatdragende leuze tegen de Arabieren te roepen; ze beperkten zich tot het uitjouwen van José Aznar die hen tegen hun wil bij de oorlog in Irak had betrokken en ten onrechte de Baskische separatistische beweging Eta voor de aanslag aansprakelijk had gesteld. Nog steeds wordt de slachting toegeschreven aan de leider van de rechtse volkspartij, die tot de rang van gemakkelijke zondebok is verheven, zodat niemand zich hoeft af te vragen wat de werkelijke oorzaken waren.

Ook de bommen die op 7 juli 2005 in Londen ontploften en op hun beurt bijna zestig doden tot gevolg hadden, gaven aanleiding tot een uitbarsting van boetvaardige retoriek. De volgende dag kopte de krant Le Parisien, die niet echt als links bekend staat: ’Al-Kaida straft Londen’ (het dagblad zal zich later voor die zinsnede verontschuldigen). De burgemeester van Londen, Ken Livingstone, een overtuigd man van links die bekendstaat om zijn eeuwig vijandige houding tegenover Israël, veroordeelde de aanslagen, maar verklaarde korte tijd later dat men ’de Arabische landen met rust moest laten’, daarbij misschien vergetend dat de terroristen voor het merendeel Britse staatsburgers van Pakistaanse afkomst waren. „De zelfmoordaanslagen zouden waarschijnlijk niet hebben plaatsgevonden als het Westen de Arabische landen na de Eerste Wereldoorlog zelfbeschikkingsrecht had gegeven. Ik denk dat we al twintig jaar getuige zijn van westerse interventies in merendeels Arabische landen vanwege de behoefte aan olie. [*] Als we aan het einde van de Eerste Wereldoorlog hadden gedaan wat we de Arabieren hadden beloofd, namelijk hun de vrijheid egeven om hun eigen regeringen te kiezen zonder ons met hun zaken te bemoeien, en als we alleen maar hun olie hadden gekocht [*] dan zou dit volgens mij niet zijn gebeurd.”

Geen twijfel mogelijk: mochten terroristen morgen ongelukkigerwijs de Parijse metro opblazen en de Eiffeltoren of de Notre Dame vernietigen, dan zou dezelfde redenering opgeld doen. De brave zielen van rechts of links zouden ons aansporen om berouw te tonen; we worden getroffen, dus we zijn schuldig, terwijl degenen die ons aanvallen eigenlijk arme sloebers zijn die protesteren tegen onze schaamteloze rijkdom, onze levenswijze en onze roofeconomie. We geven onze tegenstanders spontaan gelijk door het oordeel dat we over onszelf vellen. Op elke explosie volgt het paniekerige zoeken naar oorzaken en de stroom verklaringen waarin alle problemen van de wereld worden aangehaald, zo graag willen we onze beweegredenen in de mond van de djihadisten leggen, al keuren we hun methoden af. En als tegenwicht voor hun angstwekkende stilzwijgen werpen we ons op als hun spreekbuis en souffleren we hun antwoorden.

„Wie zijn onze vijanden?”,vraagt Dominique de Villepin. „De wereld kent vele wonden. Het is verleidelijk om uit gewoonte, uit zwakte of uit angst alles maar op een hoop te gooien in de verbeten jacht op een duivelse vijand.” Maar we kiezen onze vijand niet in een bevlieging of uit overtuiging, zij zijn het die ons tot vijand benoemen, ons naar believen aanvallen en verbeten onze vernietiging nastreven. Vandaar dat het oude Europa aan een soort schizofrenie lijdt: we strijden aan de zijde van de VS tegen het terrorisme terwijl we de omvang ervan voortdurend ontkennen of bagatelliseren. Volgens sommigen is het ’intellectueel bedrog’, dat bedoeld is om ons onder het juk van Washington te brengen. Volgens anderen, zoals de Spaanse premier José Luis Zapatero, moeten we onze voorliefde voor eufemismen zo ver voeren dat we weigeren het gevaar te benoemen. „Ik heb het nooit over islamitisch terrorisme, maar over internationaal terrorisme. We kunnen honderden miljoenen mensen en een religie die, zoals elke religie in de geschiedenis van de mensheid ook gedeeltelijk uit godsdienstfanaten bestaat, onmogelijk onder één noemer brengen.”

Dus vragen onze leiders, die volledig in de greep zijn van hun ontkenningen, aan Europa om het kwaad aan te pakken bij de wortels, zoals ’onrecht, rancune en frustratie’ (Dominique de Villepin). Het gaat er niet om de ander te bestrijden, maar om de ander ’proberen te begrijpen’, want hem ’kennen is van fundamenteel belang’ en ’het gebruik van geweld leidt nergens toe’ (Mário Soares).

Aan deze interpretaties kleeft één belangrijk bezwaar: ze halen aanleiding en oorzaak door elkaar. Het terrorisme zet zich vast op bestaande ongenoegens, dat is juist, en drijft ze op de spits zodra ze geen uitweg meer vinden. Zijn uiteindelijke motivatie is echter de vijandigheid van fanatici tegenover het principe van een open samenleving waarin formele gelijkheid voor iedereen bestaat. Alleen al het feit dat wij bestaan is voor hen ondraaglijk. Maar die vaststelling is voor ons juist weer ondraaglijk. Om binnen de perken van de rede te blijven en het idee te koesteren dat ’zelfs de vijanden van de rede redelijk behoren te zijn’ (Paul Berman), moeten we de moordenaars koste wat het kost beweegredenen toeschrijven, zelfs als we daarmee hun daden rechtvaardigen.

Zoals het radicale islamisme haatpredikers kent, zo zijn er predikers van schaamte in onze democratieën, vooral onder de intellectuele elites, en hun bekeringsijver is even groot. Als we ze moeten geloven zijn we verre van onschuldig, wij die met ons simpele spel van machtsverhoudingen honger, aids en het medicijnentekort in stand houden:

„En moet terrorisme”, stelde Jacques Derrida naar aanleiding van 11 september 2001, „altijd gepaard gaan met moord? Kan men niet terroriseren zonder te doden? En betekent doden noodzakelijk dat men iemand letterlijk ter dood brengt? Is het niet ook ’laten sterven’? Kan het ’laten sterven’, het ’niet willen weten dat men anderen laat sterven’ – en wel honderden miljoenen mensen, aan honger, aids, gebrek aan medische behandeling enzovoort – ook deel uitmaken van een ’meer of minder’ bewuste en opzettelijke terroristische strategie? Wellicht vergissen we ons wanneer we zo snel en gemakkelijk aannemen dat alle terrorisme vrijwillig, bewust, georganiseerd, opzettelijk, doelbewust gecalculeerd is: er bestaan historische en politieke ’situaties’ waar de terreur, om zo te zeggen, als vanzelf opereert, als het simpele resultaat van een of ander apparaat, vanwege de machtsverhoudingen ter plaatse, zonder dat iémand, enig bewust subject, enige persoon, enig ’ik’ zich daar werkelijk van bewust is of zich daar verantwoordelijk voor voelt. Alle situaties waarin sprake is van sociale of nationale structurele onderdrukking brengen een terreur voort die niet natuurlijk is, en al deze situaties hangen af van deze terreur zonder dat zij die er voordeel uit halen ooit terroristische acties organiseren of ooit worden behandeld als terrorist.”

U heeft het goed gelezen: allemaal zijn we in meer of mindere mate potentiële terroristen, we zaaien dood en verderf, zonder het te weten! Natuurlijk zal Jacques Derrida na deze onweerlegbare redenering ten slotte zijn voorkeur voor de democratie uitspreken. Maar niettemin: door onze talloze onbewuste banden met de verschrikkingen aan het licht te brengen, heeft hij bewezen dat misdaad de meest diffuse zaak ter wereld is. Een bepaald soort films heeft trouwens het beeld verspreid van eerbare gezinnen en rustige stadjes die een verschrikkelijk geheim of een kwaadaardig wezen verbergen. Achterdocht knaagt aan onze idyllische landschappen.

Waar we een verschil menen te zien, moeten we juist uitgaan van gelijkwaardigheid. In plaats van banaal verontwaardigd te reageren op de bomaanslagen, zouden we eerst bij onszelf te rade moeten gaan door onbeschroomd aan zelfonderzoek te doen. Alles wat er gebeurt – hebben we er uiteindelijk niet een beetje zelf om gevraagd?

Achter een schijnbaar complexe analyse gaat hier de typisch christelijke houding schuil: zelfbeschuldiging, publieke zelfkastijding. Als goede erfdragers van de Bijbel vinden we dat een groot ongeluk onvermijdelijk volgt op een ernstige overtreding.

In dat opzicht is de intellectuele kaste in onze streken de boetvaardige kaste bij uitstek, de opvolger van de clerus onder het ancien régime. Haar leden dragen een bepaalde naam: functionarissen van de erfzonde. Ze gaan helemaal op in hun zucht om alle schijn weg te nemen en blijven maar hameren op onze naïviteit. Geloven jullie dat de VS en Al-Kaida gezworen vijanden zijn? Wat zijn jullie toch onnozele kinderen: ze spelen onder één hoedje. Wat is terrorisme eigenlijk? Een eenvoudige afrekening tussen schurkenstaten, Amerika incluis, want het is allemaal één pot nat.

Het lijkt alsof zich hier een krachtige, bewust of onbewust berekenende rationalisering voltrekt. Ze beschuldigt de zogenaamde schurkenstaten, die zich inderdaad weinig aan het internationale recht gelegen laten, en voert een campagne tegen ze. Deze rationalisering wordt gemanipuleerd door de machtigste staten, in de eerste plaats door de VS, waarvan eerder overtuigend is aangetoond (Chomsky was niet de enige) dat ze zich zelf al langere tijd als rogue states gedroegen. Elke soevereine staat is trouwens in aanleg en a priori bereid om zijn macht te misbruiken en als schurkenstaat het internationale recht te overtreden. In elke staat schuilt iets van een schurkenstaat.

Arm Europa: het verspreidt nog steeds een kadaverlucht, zijn verleden kleeft aan zijn heden als een plaag. Wat het ook doet, dat verleden komt steeds terug, als een symptoom. Neem de vluchtelingencentra waar illegale vreemdelingen en asielzoekers worden vastgehouden. Ze zijn zeker niet te vergelijken met de kampen van de nazi’s. Toch vertonen ze in het hart van onze democratische samenlevingen bepaalde essentiële kenmerken die karakteristiek zijn voor het paradigma van de concentratiekampen, wat volgens Giorgio Agamben wil zeggen „een ruimte die zich opent wanneer de uitzondering regel begint te worden [*] het zijn plaatsen waar rechteloosheid heerst”. Waarom zou het ons dan nog verbazen dat we getroffen worden door het vuur uit de hemel en de woede van religieuze fanatici? Hoe durven wij te oordelen over alle barbaarsheid die de mensheid teistert, wij die in de geschiedenis blijk hebben gegeven van een ’ongeëvenaarde wreedheid?’ (Mariella Villasante Cervello).

We boeten voor een oeroude schandvlek, we zijn met terugwerkende kracht verantwoordelijk voor de verschrikkingen die door onze voorouders of door anderen zijn begaan.

Laten we nogmaals vol bewondering kijken op welke knappe manier het schuldgevoel door de filosoferende klasse opnieuw wordt uitgevonden. Want wie als Europeaan wordt geboren, draagt een vracht aan zonden en verschrikkingen met zich mee en erkent dat de blanke overal waar hij kwam dood en verderf heeft gezaaid. Voor hem is leven in de eerste plaats zich verontschuldigen.

Wreedheid is blank, zoals de oorspronkelijk uit Colombia afkomstige advocate Rosa Amelia Plumelle-Uribe al in de titel van haar boek zegt, ze is blank en niet zwart of rood: de blanke is erfelijk aangelegd om te doden, te moorden en te verkrachten. Hij heeft zich van de rest van de mensheid afgezet om haar aan zich te onderwerpen. Hij kan niet anders. Zijn huidskleur is niet alleen een zaak van pigmentatie, het is een moreel gebrek, een onherstelbare erfelijke afwijking, zoals professor Louis Sala-Molins uitlegt in het voorwoord van het boek, waarin hij ’de gewetenloze inhaligheid van de blanke, christelijke Amerikaanse naties’ hekelt en het hele blanke avontuur omschrijft als ’een ononderbroken spiraal van gruwelijkheden’.

Wat is het Westen per slot van rekening? De vleesgeworden Satan wiens kwaadaardige aanwezigheid alles corrumpeert omdat ’zijn middelpunt overal en zijn omtrek nergens is’ en die binnendringt in het hoofd van zowel ’een krijger uit Papoea, een handelaarster in traditionele kleding uit Cotonou en een imam uit Qom’ als een speculant op de beurs van Londen of een fabrieksarbeider bij Renault. Wie zich op hem beroept is trouwens ’onaanraakbaar’.

Een duizelingwekkend perspectief: met het Westen als verklaring kan de hele werkelijkheid worden bestreken. De Euro-Amerikaan is tegelijk vervloekt en onmisbaar: dankzij hem wordt alles duidelijk, krijgt het kwaad een gezicht en is de schoft universeel benoemd. Hij is biologisch, politiek en metafysisch schuldig. En aangezien we niet meer geloven in de verlossing, aangezien Azië, Afrika en Latijns-Amerika (voorlopig?) geen gebieden zijn waar we onze schuld kunnen aflossen, rest ons niets anders dan tot vervelens toe onze afschuw uit te spreken over onszelf.

Pascal Bruckner is filosoof en schrijver te Parijs. Dit is het (bewerkte en ingekorte) eerste hoofdstuk van ’Tirannie van het berouw. Essay over het Europees masochisme’ dat deze week in Nederlandse vertaling (door Walter van der Star) verschijnt bij Sun, Amsterdam (ISBN 9789085064503, 220 blz., euro 23,90).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden