SCHULDIG ZONDER BEWIJS

Amerika weet het zeker: Timothy McVeigh is de dader van de bomaanslag in Oklahoma City, die bijna twee jaar geleden het leven koste aan 167 burgers. Alleen: niemand heeft de ex-soldaat gezìen. Maandag begint het monsterproces.

Vijfentwintigduizend getuigenverklaringen heeft de openbare aanklager aangedragen. Er liggen 350 cassettebanden vol 'bewijsmateriaal', 500 videobanden met eenzelfde materie en meer dan 30 000 dikwijls gruwelijke foto's. En toch begint het proces tegen Timothy McVeigh, de hoofdverdachte van de bomaanslag bijna twee jaar geleden op het Alfred P. Murrah-gebouw in Oklahoma City, maandag zonder één verklaring van een getuige die heeft gezien dat de 28-jarige ex-soldaat ook werkelijk de gigantische autobom tot ontploffing heeft gebracht.

Voor bijna heel Amerika hoeft het proces tegen McVeigh, en binnenkort tegen medeverdachte Terry Nichols, al niet eens meer te worden gevoerd, zo overtuigd is het van zijn schuld. Dat besef is de afgelopen weken nog eens extra gevoed door 'onthullingen' op de Internet-sites van het dagblad de Dallas Morning News en het blad Playboy.

Volgens de News had McVeigh tegenover zijn verdedigers bekend schuldig te zijn. De krant zei de informatie te hebben gehaald uit documenten van de raadslieden. “Gestolen uit mijn computer” riep een verontwaardigde leider van het advocatenteam Stephen Jones en hij liet weten dat hier sprake was van een namaak-bekentenis.

Playboy meldde dat McVeigh de truck bij het gebouw had geparkeerd, de sleutels achter de zitting had gegooid, de bom - van twee ton kunstmest (ammoniumnitraat), diesel en Formule 1-brandstof - in werking had gesteld, de deuren in het slot had geworpen en vervolgens was weggelopen. Informatie gebaseerd op documenten van de raadslieden, aldus Playboy.

Werd er in de uren na de bloedige aanslag, die 167 mensen in het uiteengereten gebouw en later nog een reddingswerker het leven kostte, nog jacht gemaakt op mannen met een 'Arabisch uiterlijk', Amerika was verdoofd toen duidelijk werd dat de terreur waarschijnlijk het werk was van landgenoten. En het moreel werd de genadeslag toegebracht toen bleek dat de hardste klap was opgevangen door een ruimte die het dichtst bij de exploderende bestelauto was gelegen: het kinderdagverblijf.

Twee peuters hadden Jim en Claudia Denny de ochtend van de bomaanslag ondergebracht in het kinderopvangverblijf op de tweede verdieping, Rebecca van twee en Brandon van drie. In de chaos hadden ze aan het eind van de dag hun dochtertje getraceerd in het Southwest Medical Center. Maar van Brandon ontbrak ieder spoor.

Totdat oudste zoon Tim hoorde dat er in het Presbyterian Hospital een onbekende peuter werd geopereerd. Tim sjeesde erheen, maar kon niet zien of het zijn broertje was. Vader Jim werd erbij gehaald. Ook hij wist het niet. “Ik herkende niets in zijn gezicht”, zei Denny senior. “Het was helemaal opgezet, bloederig met striemen en hechtingen en zijn ogen waren zwart.” De hoofdwonden waren zo ernstig dat een deel van de hersens van het kind verwijderd zijn. Maar de beentjes bleven onbeschadigd. Daarom herkende Jim Denny het moedervlekje op de heup, Brandons moedervlek. Jim Denny: “Je kunt het nauwelijks geloven dat een vader zijn eigen zoon niet kan identificeren.”

Brandon Denny heeft het bloedbad van Oklahoma City op 19 april 1995 overleefd, maar dat kan niet worden gezegd van 19 andere kinderen uit het kinderdagverblijf. Ze sluiten de de rij af van de 168 namen op vel drie van de tenlastelegging, die de openbare aanklager zal voorlezen in het proces tegen Timothy McVeigh, dat maandag in de stad Denver (Colorado) gaat beginnen: van Aaron M. Coverdall (5 jaar) tot de broertjes Chase Dalton Smith (3 jaar) en Colton Smith (2 jaar) tot de laatste in de rij, Gabreon Bruce (4 maanden). Het zal waarschijnlijk een van de meest aangrijpende ogenblikken in het proces zijn als de namen van de negentien uit de mond klinken van aanklager Joseph Harzler.

Toch heeft rechter Richard Marsch tot nu toe alles in het werk gesteld om te vermijden dat het proces vanaf dag één in het teken zal staan van de conclusie dat McVeigh schuldig is. Dat begon vorig jaar februari al toen Matsch het besluit nam dat McVeigh en medeverdachte Terry Nichols niet terecht konden staan in Oklahoma City zelf. De verdediging had aangevoerd dat de intensieve aandacht van de media de bewoners van de stad zo vooringenomen had gemaakt dat het onmogelijk zou zijn een jury van twaalf mensen te vinden, die uiteindelijk een zuiver oordeel zou kunnen vellen over McVeigh. Daarbij kwam nog dat de meeste bewoners van de stad zich betrokken voelden bij het misdrijf, omdat ze familie of vrienden onder de slachtoffers hadden. En dus verplaatste Marsch het proces naar het achthonderd kilometer verderop gelegen Denver.

Maar ook daarna heeft zich een bitter gevecht over twee kwesties afgespeeld tussen de rechter en de slachtoffers en hun verwanten of nabestaanden. Het eerste was van strafprocesrechtelijke aard, namelijk of slachtoffers die als toeschouwer het proces bijwonen ook nog getuige à charge kunnen zijn. Nee, meende Marsch, wat ze te horen krijgen zal hun mening zo beïnvloeden dat ze daarna geen betrouwbare getuige kunnen zijn. Het Amerikaanse Congres in Washington DC en president Bill Clinton hebben eraan te pas moeten komen om de rechter knarsetandend overstag te laten gaan. De verdediging van McVeigh probeert te elfder ure nog de grondwettelijkheid van de Congresuitspraak te betwisten - schending van de onafhankelijkheid van de wetgevende en de rechtsprekende macht - maar de kans is klein dat daarmee rekening wordt gehouden.

De tweede kwestie had te maken met de toegankelijkheid van het proces voor de slachtoffers. Rechter Marsch heeft bepaald dat de televisiecamera's niet welkom zijn bij de rechtszittingen; hij wil geen circustonelen zoals het strafproces tegen oud-footballster O. J. Simpson heeft opgeleverd. Niettemin is de belangstelling van de media enorm. Tweeduizend verzoeken om een plaats in de zaal zijn er binnengekomen, nog geen tweehonderd konden er worden vergeven.

Voor de slachtoffers zijn er op de publieke tribune twaalf stoelen beschikbaar. Er kennelijk van uitgaand dat het proces op zijn minst zestien weken zal duren is er een loterij gehouden voor de selectie van 192 toeschouwers. Die kunnen in groepjes van twaalf - zeven nabestaanden van dodelijke slachtoffers, vier gewonde overlevenden en één ongedeerde - het proces volgen. De overigen moeten het doen met een plekje in een zaal in Oklahoma, waar via een gesloten videocircuit de zaak is te volgen. Om te voorkomen dat buitenstaanders - met name de media - het signaal oppikken is de verbinding met Denver niet via een satelliet maar via de glasvezelkabel tot stand gebracht. Hun geringe inbreng heeft kwaad bloed gezet onder veel Oklahomans.

De tenlastelegging is in de eerste plaats dat Timothy James McVeigh (met Terry Lynn Nichols) heeft samengezworen om een wapen te gebruiken ter massavernietiging, kortom: een bomaanslag heeft beraamd. Subsidiair worden beiden ervan beschuldigd een massavernietigingswapen te hebben gebruikt, vernietigd te hebben met behulp van explosieven en ten slotte wordt het tweetal moord met voorbedachte rade ('Murder One') ten laste gelegd op acht special agents - politiemannen in de ruimste zin van het woord - die in het gebouw verbleven.

Het feit dat niemand Timothy McVeigh en/of Terry Nichols de aanslag daadwerkelijk heeft zien plegen - de getuigenverklaringen tegenover de politie daarover zijn zeer onbetrouwbaar gebleken - betekent dat de openbare aanklager moet werken met zogeheten circumstantial evidence, dat hij aan de hand van aanwijzigen aannemelijk moet maken dat een van de twee de dader is of dat beiden het hebben gedaan. Indirect bewijs dus.

Dit is niet de enige grote hindernis voor aanklager Harzler. De rechter heeft vorig jaar zomer al beslist dat een negen uur durend verhoor van Nichols door de federale politie, de FBI, waarin hij McVeigh erbij lapt, niet als bewijs mag worden aangevoerd. Nichols kan niet worden opgeroepen als getuige, omdat het vijfde amendement bepaalt dat niemand onder ede een verklaring hoeft af te leggen die hemzelf kan belasten. Ten laatste bepaalde de rechter dat McVeigh en Nichols separaat dienen te worden berecht. Dat maakt het op voorhand moeilijker de samenzweringstheorie uit te werken.

Er zijn vijf punten waarop de aanklager zijn zaak zal proberen te 'bewijzen'. Het eerste is dat McVeigh op de morgen van 14 april 1995 telefonisch bij autoverhuurder Elliott's Body Shop in Junction City (Kansas) een Ryder-bestelauto, die 2250 kilo vracht moest kunnen vervoeren, had gereserveerd onder de naam Bob Kling. De naam staat op een vervalst rijbewijs dat bij de verdachte is gevonden. Het gesprek staat bij de centrale geregistreerd als gevoerd met een telefoonkaart, die tot McVeigh is terug te voeren.

Ten tweede wil Harzler aantonen dat McVeigh alias Kling drie dagen later de auto, samen met nog een tweede man, heeft opgehaald. Ook zal de eigenares van een motel in Junction City getuigen dat McVeigh vier nachten bij haar heeft overnacht. Voor een deel van de logies mèt de truck. Verder zijn bij McVeighs aanhouding, 78 minuten na de aanslag, munitiesporen gevonden. De aanklager gaat een ontvangstbewijs voor veertig zakken ammoniumnitraat met de vingerafdruk van de verdachte op tafel leggen en een op de plek van de aanslag gevonden stukje van de auto, waaruit blijkt dat die bij Elliott's is gehuurd.

Ten slotte zal Michael Fortier, een voormalige legermaat van McVeigh die van de plannen zou hebben geweten, in de getuigenbank worden geroepen. Fortier heeft medeplichtigheid bekend in ruil voor strafvermindering. Volgens hem heeft McVeigh zich op de overheid willen wreken voor de bestorming, twee jaar eerder, van het gebouw in Waco, waarin de sekte van David Koresh zich had verschanst. De verdachte had hem met behulp van soepblikjes en explosieven gedemonstreerd hoe het gebouw kon worden opgeblazen. Fortier en zijn vrouw Lori, die het rijbewijs zou hebben vervalst, gelden als dè troeven van de aanklager, die de doodstraf gaat eisen.

De verdediging van McVeigh zal zich op drie zaken richten. De eerste is dat bewijsmateriaal, dat uit het gerechtelijk laboratorium van de FBI komt, onbetrouwbaar is. Om die stelling kracht bij te zetten zal raadsman Stephen Jones de FBI-chemicus Frederic Whitehurst oproepen als getuige. Whitehurst is, wat ze in Amerika een whistle-blower noemen, iemand die de eigen gelederen in verlegenheid brengt. Want hij beweert al een jaar of acht dat het laboratorium van de FBI ondeskundig en slordig is en bovendien met verouderde methodes werkt.

Hoe gemakkelijk het laboratorium op het verkeerde been is te zetten, bewees hij in de zaak van de aanslag op het World Trade Center in New York. Daar waren sporen gevonden van ureumnitraat, wat erop zou wijzen dat er sprake van een bomaanslag was geweest. Hij deed een plas in een beker en zette dat tussen het bewijsmateriaal. Ureumnitraatsporen in de beker, stelde het lab vast. Whitehurst had bewezen dat de vondst van de stof geen bewijs was voor de aanwezigheid van een bom. Hooguit wees het op de mogelijkheid.

En dan is er het troetelkind van iedere Amerikaanse verdediger: de grote of grotere samenzwering. Ofwel: mijn cliënt dreigt als zondebok te worden geofferd, omdat de autoriteiten er niet in zijn geslaagd die grote samenzwering te achterhalen. Want ja, het publiek wil een dader zien. En bij Stephen Jones is die zondebok dan Timothy McVeigh. Zo is er de afgelopen maanden al de theorie opgedoken dat een ultra-rechtse, racistische en sektarische groep uit de bergen van Oklahoma de aanslag heeft beraamd en uitgevoerd als 'afscheidscadeautje' bij de executie in Arkansas van een geestverwant.

Afgelopen dinsdag kwam de raadsman met zijn laatste verrassing: een internationale samenzwering, waarschijnlijk met Irak als leider, maar het kan ook een andere staat zijn. En waarom weet het Amerikaanse publiek hier niet van? Omdat de overheid wist van de plannen van 'Iraakse krijgsgevangenen' of hun medesamenzweerders voor een aanslag en de informatie van infiltranten heeft veronachtzaamd. De overheid is dus schuldig aan de dood van de 168 en probeert dat in de doofpot te houden. Als zoveel Amerikanen de pest hebben aan alles wat overheid heet, dan moet er onder die twaalf gezworenen toch wel één te vinden zijn die gevoelig is voor de theorie van Jones?

VERDACHTE

Timothy James McVeigh (28) is opgegroeid in de omgeving van Buffalo, in het noordoosten van de Verenigde Staten en woonde na de scheiding van zijn ouders bij zijn vader. Zijn leeftijdsgenoten herinneren zich hem als een doorsnee-jongen, niet teruggetrokken maar wel rustig. Hij viel in niets uit de toon. Hij vocht, uiteindelijk als sergeant, mee in de Golfoorlog. In het leger bleek hij weinig op te hebben met zwarte medemilitairen. Terug in de VS wilde hij commando worden, maar hij kwam de fysieke test voor de Green Barets niet door.

In kamp Fort Riley in noord-Kansas, waar hij op dat moment was gelegerd, toonde hij overduidelijk zijn belangstelling voor wapens en rechtse milities. Na zijn ontslag uit het leger ging McVeigh tekenen vertonen van paranoia. Zo vertelde hij rechtse militieleden in Michigan dat het leger een microchip in zijn billen had aangebracht zodat de overheid hem kon bespioneren. In een krant schreef hij dat Amerika op weg was naar de afgrond. Na de bestorming in Waco en het doodschieten in Idaho van de vrouw van een militielid, ging hij de overheid als 'de vijand' beschouwen.

AANKLAGER

Joseph Hartzler (46) zit in een rolstoel, omdat hij sinds zeven jaar lijdt aan multiple sclerosis. Dat heeft hem, werkend bij het openbaar ministerie in Springfield (Illinois), de bijnaam 'De Ironside van Illinois' opgeleverd. Een maand na de aanslag in Oklahoma City meldde hij zich aan als kandidaat voor het team dat het proces moest voorbereiden. Minister Janet Reno van justitie maakte hem hoofd van het team.

Zijn loopbaan begon hij als griffier bij het hof van beroep in Washington DC, maar al snel vertrok hij naar Chicago, waar hij de openbare aanklager werd. Hartzler wist met succes het proces te voeren tegen de leider van FALN, een leger voor de bevrijding van Puerto Rico, dat tal van aanslagen in de VS zou hebben gepleegd. Twee jaar was hij vennoot in een prestigieus advocatenkantoor, maar het openbaar ministerie trok hem toch meer. De aanklager van McVeigh, die in zijn vrije tijd coach is van een honkbal-jeugdteam, geldt als een man, die kalm en duidelijk is en goed communiceert met jury's. Hij wordt geroemd als een zeer integer jurist, hoffelijk en wars van iedere bombast.

ADVOCAAT

Stephen Jones (56) van McVeigh voldoet met zijn zandkleurige haar en zijn bril helemaal aan het beeld van de vriendelijke dorpsjurist. Maar hij is een meester in het bespelen van mensen en media. De grilligheid van Jones blijkt al aan het begin van zijn loopbaan. Zijn functie als juridisch medewerker van president Richard Nixon ruilde hij in 1970 in voor het adviseurschap van de vooruitstrevende ACLU, de organisatie die als een waakbond de grondrechten in de VS beschermt. De Republikein Jones trad in 1970 op als verdediger van de radicale hippie Abbie Hoffman, maar toen de ACLU Nixon onder vuur nam stapte hij op.

Tot openbaar aanklager in Oklahoma opgeklommen wist hij in 1977 voor elkaar te krijgen dat een jongen van elf de doodstraf kreeg. “De eerste dodelijke injectie staat op mijn naam”, zei hij bij die gelegenheid. De jongen kreeg in beroep levenslang. Een rechtbank in Oklahoma City voegde hem aan McVeigh toe als raadsman. Dikwijls deed hij een gooi naar een politieke functie in Washington DC, maar het lukte hem nooit. “Ze hebben me liever als advocaat dan als volksvertegenwoordiger”, stelt hij laconiek.

RECHTER

Richard Matsch (66) draagt als echte representant van het Rocky Mountains-gebied cowboylaarzen onder zijn toga en een stetson, zo'n J. R. Ewing-cowboyhoed, als hij in Denver over straat loopt. En inderdaad, hij woont even buiten de stad op een ranch. Zijn grote held is de figuur Atticus Finch uit de roman 'To kill a mockingbird', die het in een racistisch zuidelijk stadje aandurft met vuur een zwarte man te verdedigen die ervan wordt beschuldigd een blanke vrouw te hebben verkracht. Het stadje kotst hem uit. Als iets juist is mag impopulariteit geen reden zijn om het niet te doen, is ook Matsch' uitgangspunt.

“Een humeurige tiran” wordt hij genoemd, die als hij iemand toebijt 'zitten!' meteen wordt gehoorzaamd. Matsch is snel van begrip, pienter en verwacht ook dat anderen, bijvoorbeeld de advocaten, excelleren. Hij is inderdaad niet bang impopulaire beslissingen te nemen, zich beroepend op de grondwet. Zo liet hij eens een kerststal verwijderen uit een overheidsgebouw in Denver, gaf hij de Ku Klux Klan toestemming op Martin Luther King Day een mars te houden en weigert hij tegen pornoshops op te treden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden