Review

Schuilen bij de clan in land zonder regen

Bij de Amerikanen brak na de aanslagen op het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington opeens het besef door dat ze minder veilig zijn dan ze dachten. Kennelijk kan de Amerikaanse overheid dergelijke aanslagen niet voorkomen en biedt de 'westerse' staat toch minder zekerheden om burgers fysiek te beschermen. Dat brengt de Amerikanen én de West-Europeanen gevoelsmatig dichterbij mensen die altijd al veel meer op zichzelf aangewezen waren bij het 'organiseren' van hun veiligheid. Somaliërs, bijvoorbeeld.

Alle mensen zijn geneigd zoveel mogelijk veiligheid voor zichzelf en hun naasten te organiseren. Dat is het uitgangspunt van een promotie-onderzoek van Maria Brons naar een zeer onveilige plek: Somalië.

De ineenstorting van de staat Somalië vond haar slotakkoord in de vlucht van dictator Siad Barre in 1991. Daarvoor al werd geleidelijk aan duidelijk dat het Somalische staatsapparaat volledig faalde. Misschien was het een niet zo kansrijk project, dat van de Somalische eenheidsstaat.

Vijf dagen na elkaar verwierven het Britse en het Italiaanse Somaliland in 1960 hun onafhankelijkheid om vervolgens samen één staat te vormen. Vóór de kolonisatie was het Somalische gebied statenloos geweest en ook tijdens de koloniale bezetting was het bestuur minimaal. De inwoners bedreven en bedrijven nomadische veeteelt, zich niet veel aantrekkend van grenzen.

Het onafhankelijke Somalië ging desalniettemin hoopvol van start met een meerpartijenstelsel en een mooie grondwet. Maar in 1969 is de droom alweer voorbij, als Siad Barre een coup pleegt en een Hoge Revolutionaire Raad instelt, in 1979 vervangen door een presidentieel eenpartijsysteem, waarin hij natuurlijk zelf aan het hoofd stond.

De dictatuur en het staatsapparaat worden overeind gehouden door de Sovjet-Unie en later, in mindere mate, door de Verenigde Staten. Somalië was strategisch niet zo belangrijk voor de Amerikanen. Het land vormde een tegenwicht voor het toentertijd communistische Ethiopië, maar tot Amerikaanse wapenleveranties is het nooit gekomen. Wel werden de veiligheidsdiensten opgetuigd en getraind, op een moment dat zich al een keur aan guerrillagroepen en oppositiepartijen aan het roeren was. De terreur van het opgetuigde en getrainde veiligheidsapparaat keerde zich natuurlijk tegen de eigen bevolking.

De condities van het leefmilieu in de Hoorn van Afrika zijn hard. Het is er droog, warm en er zijn weinig hulpbronnen. Brons betitelt dat leefklimaat als onveilig. Bij droogte sterven er mensen en vee en wordt er gevochten om de schaarse bronnen.

In het gebied is eeuwen geleden een economie van nomadische veeteelt ontstaan. De Somaliërs trekken met hun vee van de ene water- en voedselbron naar de andere, soms tot diep in Kenia en Ethiopië. Nog altijd is de nomadische veeteelt een belangrijke bestaansbron. Meer dan de helft (52%) van de bevolking is ervan afhankelijk, een hoger percentage dan waar ook ter wereld.

De politieke cultuur is die van het clansysteem. De Britse onderzoeker I.M. Lewis heeft dat ooit omschreven als 'een gezamenlijke stamhouder-identiteit op alle niveaus van politieke breuklijnen'. Het gaat hier om veel meer dan een soort gemeenschappelijke familieafkomst. Het clanstempel bepaalt de positie van het individu ten opzichte van anderen, op alle terreinen, ook op politiek en economisch terrein. Clans kunnen strijd met elkaar voeren, maar zij bieden tegelijkertijd een systeem van conflictoplossing.

Brons maakt glashelder aannemelijk dat de kolonisatie en de postkoloniale staat (die maar drie decennia heeft bestaan) niet meer dan een interruptie zijn in de Somalische geschiedenis. Wel een verschrikkelijke interruptie. De staat werd van bovenaf opgelegd, zonder rekening te houden met de politiek-sociale cultuur.

De reeds genoemde Somalië-kenner Lewis bekende bij zijn laatste bezoek aan Nederland hoe naïef hij en andere wetenschappers destijds waren geweest, toen ze in de jaren zestig hun hoop stelden op Somalische leiders en intellectuelen, en geloof hechtten aan alle adhesieverklaringen aan de nieuwe 'natie-staat'. Als hij in die begintijd naar de afkomst van Somaliërs vroeg, zeiden dezen, dat ze geen Hawiye of Darod waren, maar ex-Hawiye of ex-Darod, alsof het basisprincipe van de clan van de ene op de andere dag verdwenen was. Misschien was dat geloof van ex-clanleden in de Somalische staat oprecht. Maar zijn nieuwe staat was niet sterk genoeg om zijn burgers veiligheid, in de brede zin van het woord, te bieden.

De staat werd meer en meer bezet door één clan, waardoor andere werden benadeeld. Dit ontaardde uiteindelijk in dictatoriale terreur. Toen bleek dat de staat geen veiligheid bood, zochten mensen hun overlevingskansen waar ze deze vroeger altijd al gezocht hadden, bij de clan. De staatsterreur werd met clan-guerrilla gepareerd.

Aanvankelijk bundelde een aantal opstandige partijen zijn krachten om Siad Barre te verdrijven. Maar toen dat was gelukt, braken er gevechten uit, omdat men het niet eens werd wie die nieuwe staat zouden beheersen. Onderling was er ook nog een aantal rekeningen te vereffenen.

Aan het begin van de jaren negentig zagen de Verenigde Naties zich genoodzaakt in te grijpen, toen de anarchie en de moordpartijen op hun hevigst waren en een ongekende hongersnood woedde.

Mohamed Sahnoun, op dat moment speciaal vertegenwoordiger van de VN, snapte dat de oplossing in het clansysteem lag, maar zijn baas Boutros Ghali wilde snelle resultaten en zond troepen. Sahnoun nam ontslag. De VN koersten nu op de warlords, die gesprekspartners werden. Sommigen van die krijgsheren werden vijanden, zoals generaal Aideed, waar de Amerikanen eenzijdig jacht op maakten. De Amerikanen moesten dat bekopen met twaalf doden en hun nederlaag zou uiteindelijk ook de smadelijke aftocht van de VN inluiden. Onder de Somaliërs vielen veel meer slachtoffers, tijdens een krankzinnige vergeldingsactie van de Amerikanen in Mogadishu, waar indertijd weinig aandacht voor was in de internationale pers.

Hoewel Somalië nog steeds als een uiterst onveilige plek wordt gezien, is er iets opmerkelijks aan de hand. In verschillende regio's is overleg geweest of nog gaande om tot een wapenstilstand en de wederopbouw van een bestuurlijk systeem te komen. In dat overleg spelen de clanoudsten vaak een belangrijke rol. Het noordwesten, dat zich in 1991 onafhankelijk verklaarde als Somaliland, is het verstgevorderd.

Op grote schaal werd er in Somalië niet meer gevochten sinds het midden van de jaren negentig. Na vele vergaderingen van clanoudsten zijn de moordende milities ontbonden. De strijders worden omgeschoold tot politieman of militair. Sommige regio's slagen erin modern bestuur te combineren met traditionele politieke autoriteit, schrijft Brons - zoiets klinkt hoopvol, na zoveel instabiliteit en zoveel slachtoffers.

In andere regio's is er nog steeds sprake van geweld, vooral veroorzaakt door krijgsheren. Brons pleit met haar onderzoek voor de opbouw van onderop van Somalië, of dat nu zal resulteren in één staat, een federatie of in verschillende staten. Helaas staat Somalië op het lijstje schurkenstaten van president Bush, omdat het één van de 27 verboden, terroristische organisaties huisvest. Dat kan betekenen dat de coalitie tegen terrorisme weer een hoop onveiligheid gaat veroorzaken voor mensen die niet bij onze veilige wereld horen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden