ReportageMusea

Schuifelen langs de kunst in het Louvre en het Rijks, maar het is nog te doen

Bezoekers staan in de rij voor het Louvre in Parijs voor de tentoonstelling van de Italiaanse Renaissance-schilder Leonardo Da Vinci.Beeld EPA

Het wordt steeds drukker in de musea. Niet alleen in Nederland, wereldwijd willen steeds meer mensen kunst bekijken. Toch is het dankzij online reserveringsopties en brede toegangstijden nauwelijks té druk.

Een bezoek aan Mona Lisa is lopende-band-werk

Recensie
Beeldende kunst
★★★★☆

In het meest bezochte museum ter wereld, het Louvre in Parijs, kreeg de zaal van het beroemdste schilderij ter wereld, de Mona Lisa, onlangs een opknapbeurt. Trouw ging er kijken.

Daar hangt ze dan, alleen, klein en minzaam lachend naar de ­menigte voor haar. Mona Lisa heeft een eigen muur, midden in een grote museumzaal. Aan de vaste muren om haar heen hangen ook schilderijen, en niet de minsten: ze komen allemaal ook uit de omgeving van Florence, waar zij ooit woonde, begin zestiende eeuw. Het uitzicht, haar omgeving, kreeg eind vorig jaar een opfrisbeurt, de ruimte om haar heen werd nog groter, zodat nog meer mensen haar in de ogen kunnen kijken.

Die mensen komen uit de hele wereld, zijn soms speciaal voor háár naar het museum gekomen. Tachtig procent van de Louvre-bezoekers wil in elk geval de Mona Lisa zien, en dat levert nogal wat drukte op in de gangen rondom haar.

Hang haar apart, schreef kunstcriticus Jason Farago in november in The New York Times. Hij vindt dat de drukte de andere kunstwerken schade toebrengt. Veel makkelijker zou het zijn als het schilderij een eigen paviljoen zou hebben. Het schilderij is kunsthistorisch van veel minder belang dan de schilderijen die om haar heen hangen, dus een groot gemis zou het niet zijn. Zo is de bezoeker die alleen voor Mona komt lekker snel klaar en zijn andere bezoekers in een klap af van de onverschillige toeristen en instagrammers met bucket lists.

In Frankrijk reageerden kunstliefhebbers verbaasd. Het Louvre hoort bij ‘La Joconde’, zoals ze het schilderij in Frankrijk noemen, die twee kun je niet scheiden. En het schilderij, geschilderd op paneel, is inmiddels zo fragiel dat het het museum überhaupt nooit meer mag verlaten.

De Mona Lisa aan haar aparte muur.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Toch klinkt apart hangen als een slimme oplossing. Maar Farago liet voor het gemak één aspect buiten beschouwing. Want een bezoek aan Mona Lisa, zelfs al doe je dat zonder interesse in kunst, is meer dan het bekijken van één schilderij.

Als in een pretpark

Na een paar maanden tijdelijk op een ­andere locatie – het zorgde voor zulke opstoppingen dat bewakingspersoneel de veiligheid niet meer kon garanderen en staakte – hangt het beroemdste schilderij ter wereld weer tussen haar tijdgenoten. De bezoeker volgt bordjes met een afbeelding van het schilderij, door de lange gang met Italiaanse tijdgenoten van Da Vinci. De Mona-Lisazaal is nu diepblauw gekleurd. In de ruimte voor het schilderij staan hekjes waardoor het publiek als in een pretpark slingerend dichterbij komt. De aanlooptijd valt mee, op een maandagmiddag sta je binnen tien minuten vooraan.

En dan? Was er vroeger continu ‘no photo’ te horen, tegenwoordig mag je fotograferen, en dat doet bijna iedereen, al dan niet met zichzelf erbij. Het bekendste schilderij is een beroemdheid die je vastlegt, ook al weet iedereen hoe ze eruit ziet. Dertig seconden lang, daarna maant een bewaker de bezoekers tot doorlopen.

Het klinkt als lopendebandwerk en dat is het misschien ook. Maar bij een apart Mona-Lisapaviljoen zou dat niet anders zijn. Daar komt bij dat zelfs de meest onervaren museumbezoeker nu niet alleen de Mona Lisa heeft gezien, hij of zij is ook in het Louvre geweest, heeft gezien hoeveel kunst daar hangt, en hoe anders die ervaring is dan willekeurige plaatjes van die kunstwerken. Of heeft vastgesteld dat het hem of haar totaal niet boeit, dat kan natuurlijk ook.

Bezoekers voor Nachtwacht in het Rijksmuseum in Amsterdam.Beeld ANP

‘Logisch dat het druk is. Je moet je er vooral niet over opwinden’

Het Amsterdamse Rijksmuseum kreeg vorig jaar de meeste bezoekers ooit. Ook veel andere musea zagen het bezoekersaantal stijgen. Hoe zorgen de instellingen ervoor dat het niet té druk wordt bij de kunst?

Op de laatste dag van 2019 is het best druk voor de Nachtwacht, het schilderij dat bij de bouw van het museum een ereplaats kreeg. Vanwege de restauratie is er een grote glazen kast om het schilderij gezet, waardoor je niet dichtbij kunt komen. Het weerhoudt het publiek er niet van om – al dan niet geholpen door een ­medewerker met een tablet met daarop foto’s van details en de restauratie, of door een audiotour of schriftelijke toelichting – de tijd te nemen voor het schilderij.

Martin en Lia Lok bestuderen de Rembrandt lang en geconcentreerd. Het stel uit Bodegraven heeft de kinderen bij hun grootouders ondergebracht en wilde óf naar een pretpark, óf naar het Rijks. Het werd het laatste, Martin was er nog nooit geweest. “Heel interessant, al die details, het nodigt je uit om er een verhaal bij te verzinnen.” Van de drukte hebben ze geen last, “je bent zo bezig met kijken, dat je nauwelijks door hebt dat er veel mensen zijn”.

Even verderop, in een van de nissen, hangen drie schilderijen van Johannes Vermeer, waaronder het Melkmeisje. “Ze zal nooit geweten hebben dat ze zo beroemd zou worden”, verzucht Isabel Kajie tegen haar man Jim Herrington. Het stel uit Toronto, Canada, is al voor de tweede keer in het Rijksmuseum, ook hun tienerzoon is mee. Ze zijn dol op de Hollandse oude meesters.

“Het zijn vensters op de geschiedenis. ­Anders dan religieuze kunst, zie je hier een ode aan de alledaagse werkelijkheid van de zeventiende eeuw.”

Dat ze niet de enigen zijn die de Vermeers willen zien, stoort hen niet. “Het is logisch dat het druk is. Je moet je er vooral niet over opwinden.”

Ruimte voor groei

Opvallend veel Nederlandse musea hebben dit jaar flink meer bezoekers gekregen. Het Amsterdamse Rijksmuseum maakte bekend dat het in 2019 de meeste bezoekers ooit heeft ontvangen: meer dan 2,7 miljoen mensen. Meer dan een miljoen daarvan is Nederlands. Museumbezoek is steeds vaker een populaire dagbesteding, denkt het museum.

Het Rembrandtjaar heeft ook bijgedragen aan de groei van de bezoekers. Volgens het Rijksmuseum is dat geen reden tot ongerustheid. “Qua gebouw en omgang met bezoekersstromen is er nog steeds ruimte voor groei”, meldt een woordvoerder.

Inderdaad lijken de lange rijen van kort na de heropening in 2013 inmiddels verleden tijd. Mensen kunnen vooraf online een kaartje kopen en zich thuis voorbereiden op hun bezoek. Zo heeft het museum op de website een pagina met ‘tips voor rustiger museumbezoek’. En de Eregalerij, met de topstukken die de meeste bezoekers in elk geval willen zien, is ruim opgezet: de Nachtwacht hangt op een plek waar Mona Lisa jaloers op kan zijn.

Restaurateurs werken achter een glazen wand aan de restauratie van de Nachtwacht.Beeld ANP

Even verderop aan het Museumplein ontving het Van Gogh Museum dit jaar ruim 2,1 miljoen bezoekers, net zoveel als vorig jaar. Slechts een klein deel daarvan is Nederlands. Vorig jaar was het museum al van de beruchte lange rijen af omdat iedereen, ook de Museumkaarthouders, een tijdstip moet reserveren. Vooraf maakt het ­museum op basis van vrije dagen en ­vakanties een inschatting van de drukte en zo spreidt het museum het bezoek. Het museum controleert live, tot op het kwartier nauwkeurig, de hoeveelheid beschikbare kaartjes. ­Eenmaal binnen wordt het publiek ook zoveel mogelijk verspreid. 

Opvallend is het fotografieverbod in het Van Gogh. In 2013 deed het museum een proef waarbij bezoekers voor het eerst wél foto’s mochten maken. Dat leverde zo veel irritatie op bij andere bezoekers, dat het verbod opnieuw werd ingevoerd, wel zijn er hoekjes waar mensen kunnen poseren bij een uitvergroting van de populairste beelden, en zijn er natuurlijk ook ansichtkaarten te koop van bijna alle werken.

Nooit echt dringen

Pas de negende attractie op de lijst van best bezochte Nederlandse musea staat buiten Amsterdam. Het is het Kunstmuseum Den Haag (dat tot voor kort het Gemeentemuseum heette). In 2019 ontving het, mede dankzij de populaire tentoonstellingen van Erwin Olaf en Claude Monet, maar liefst 580.000 ­bezoekers. Je hoeft nooit echt te dringen in het museum.

Directeur Benno Tempel ziet een groot verschil tussen de musea in de hoofdstad en de rest van Nederland. “Mensen die naar ons museum komen, doen dat doelbewust. Ze hebben niet ook nog een coffeeshop en een rondvaart over de grachten op het programma. Ze hebben en nemen de tijd, en ze zijn gewend naar het museum te gaan.”

Daarbij is er, anders dan in Amsterdam, meer ruimte. Het Berlagegebouw is ruim opgezet en heeft geen smalle trappenhuizen of entree. Ook bezit het museum geen schilderij dat buiten de kunstwereld beroemd is – geen Melkmeisje of Zonnebloemen dus.

Over het idee de rijksmusea een dag per maand gratis open te stellen, zoals onlangs in Den Haag werd geopperd, is Tempel uitgesproken negatief. “Ik vind het een belachelijk voorstel. Met willekeurig mensen gratis toegang geven, bereik je niet of nauwelijks nieuw publiek. Mijn advies aan de politici: steek je licht op bij de musea zelf. En zorg dat musea investeren in sociaal ondernemerschap. Daarmee bereik je veel meer dan met zo’n makkelijke stunt.”

Lees ook:

Alles bruist, steigert en beweegt bij Leonardo da Vinci

Het Louvre in Parijs trok alles uit de kast voor een expositie over de beroemdste kunstenaar ter wereld.

Rijksmuseum zoekt alle Rembrandts van Nederland

Wie heet er tegenwoordig nou nog Rembrandt van zijn voornaam? Dat is zó goudeneeuws…

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden