Schuberts ongehoord mooie erfenis

De componist die dirigent Nikolaus Harnoncourt (85) het meest na aan het hart ligt, is Franz Schubert. Zijn grote Schubert-project bij de Berliner Philharmoniker is nu in een prachtig vormgegeven collectie op cd verschenen.

Is er ooit iets mooiers gecomponeerd dan het 'Et incarnatus est' uit de Mis in Es-groot van Franz Schubert? Schubert schrijft aan het begin van dit gedeelte van het Credo een melodie die rossiniaans van Italiaanse warmte is. De opera's van Rossini waren in het Wenen van 1828, waar Schubert werkte en woonde, immens populair. In heel Europa trouwens. Maar Schubert werkt die smeltend mooie melodie op zijn geheel eigen wijze uit tot een fraaie mix van solisten en koor die duidelijk zijn sporen heeft in de vormstructuren van Haydn en Beethoven. De melodie wordt opgezet door twee tenoren (wat tamelijk bijzonder is) en een sopraan, die met zijn drieën als het ware een liefdevol terzet uit een opera zingen. Twee keer worden ze onderbroken door het duistere koor dat meldt dat de 'vleesgeworden man' waarover de solisten zingen, voor ons gekruisigd is, overleden en begraven. Schubert schildert ons hier werkelijk een schitterende passage voor, haast scenisch van karakter.

Nikolaus Harnoncourt, die als geen ander een antenne heeft voor dit soort bijzondere momenten in de muziek die hij dirigeert, maakt er op een live-opname uit 2004 een glorieus statement van. Samen met het Rundfunkchor Berlin, Dorothea Röschmann, Christian Elsner, Jonas Kaufmann (toen nog net niet de wereldster van nu) en de Berliner Philharmoniker.

De mis is opgenomen in een schitterend vormgegeven box die het Berlijnse orkest in eigen beheer onlangs uitbracht. Een mooi en intrigerend woud van onnatuurlijk gekleurde bomen siert de hoes ervan. Op acht cd's en een dvd zijn de Schubert-concerten die Harnoncourt in de Berliner Philharmonie dirigeerde in 2003, 2004, 2005 en 2006 verzameld. Alle acht Schubert-symfonieën, zijn twee laatste missen en de opera 'Alfonso und Estrella' zitten verpakt in een prachtige doos met als extra een lijvig boekwerk met veel wetenswaardigheden over Schubert en over Harnoncourt. Op de blu-ray dvd staan alle opnamen nog eens in studio master quality samen met een interview dat de dirigent aan het eind van 2014 over deze Schubert-ontdekkingstocht gaf.

Harnoncourt en Schubert, een beproefde combinatie. Het is de componist die Harnoncourt het meest na aan het hart ligt. In 1992 nam Harnoncourt alle symfonieën al eens op, toen met het Koninklijk Concertgebouworkest. Die op Warner Classics uitgebrachte collectie werd internationaal met veel tromgeroffel en enthousiasme ontvangen. Ruim tien jaar later scherpte de dirigent zijn interpretaties nog eens lekker aan en incorporeerde in het project dus de twee laatste missen alsmede een opera.

Die opera's van Schubert, die blijven een probleem. Elk decennium ontfermt zich wel een belangwekkend dirigent over dit zwaar veronachtzaamde deel van Schuberts oeuvre. Harnoncourt komt hier met 'Alfonso und Estrella' een heel eind en heeft met solisten als Dorothea Röschmann, Christian Gerhaher en Kurt Streit een puik team tot zijn beschikking. En toch blijft deze opera ook bij Harnoncourt eerder een verzameling hoogtepunten in plaats van een continu doorgevoerd muziektheatraal drama.

Voltreffers

De twee missen met het Rundfunkchor Berlin en solisten als Luba Orgonasová, Christian Gerhaher en Bernarda Fink zijn schitterende voltreffers, maar het is toch vooral Harnoncourts behandeling van de acht symfonieën die de meeste aandacht genereert. In een voorwoord schrijft Rudolf Watzel, contrabassist in de Berliner Philharmoniker van 1969 tot 2009, dat hij het altijd zo jammer vond dat zijn orkest op de 'Unvollendete' en de grote symfonie in C-groot na zo weinig Schubert-symfonieën speelde. Totdat Harnoncourt kwam en dit grote project met hen deed. De kwaliteit van die 'vergeten' symfonieën was voor veel van de musici in Berlijn een grote verrassing. Watzel verhaalt verder over fantastische repetities met Harnoncourt die altijd uitmondden in hoogst interessante lezingen over dynamiek, tempo, frasering en toonkwaliteit. En dat Harnoncourt na aanvankelijke tegenstand en controverses volledig door het orkest geaccepteerd werd.

En zo klinkt de Derde symfonie als het meesterwerk dat het is. Met al die economisch gebruikte motiefjes (soms bestaand uit slechts twee noten - maar wat voor noten!) die als een mozaïek in elkaar geschoven worden. Het eerste deel met die heerlijke klarinetsolo danst onder Harnoncourts handen vrolijk en onstuitbaar uit de speakers. Of anders dat energieke begin van de Tweede symfonie, waarin Harnoncourt en het fantastische orkest (helder, doorzichtig, strakke en tegendraadse accenten) voor pure opwinding zorgen.

Voor ons is het bijna onvoorstelbaar dat Schubert deze meesterwerken zelf nooit live heeft gehoord - alleen in zijn hoofd. In 1828 overleed hij op 31-jarige leeftijd in Wenen. Geen enkele symfonie - op een privé-uitvoering van de Vijfde na - werd tijdens Schuberts korte leven in de concertzaal gespeeld. Hij liet ons letterlijk een ongehoord oeuvre na. Harnoncourt en de Berliner Philharmoniker hebben zich met gepast ontzag en tonnen liefde over deze erfenis bekommerd. Dit schitterende document is er het klinkend bewijs van.

Verkrijgbaar via de speciaalzaak of in de shop van www.berlinerphilharmoniker.de

KLASSIEK

Nikolaus Harnoncourt

Berliner Philharmoniker

Franz Schubert

****

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden