Schubert als luchtige opmaat voor Zemlinsky

DEN HAAG - Claus Peter Flor, gastdirigent bij het Residentie Orkest, zette vrijdagavond werken van twee in Wenen geboren componisten op het programma. Maar het feit dat hun wiegen in de Oostenrijkse hoofdstad stonden is dan ook de enige overeenkomst tussen Franz Schubert en Alexander Zemlinsky.

ADRIAAN HAGER

Dirigent Flor, bekend van directie-periodes in Amsterdam en Rotterdam, zocht bij zijn Haagse debuut een tegenhanger voor Zemlinsky's Lyrische Symphonie, het kolossale werk dat in 1923 werd gecomponeerd. Hij kwam uit bij de eerste symfonie van de zestienjarige Schubert, een zelden of nooit gespeelde pennevrucht van scholier Franz. Een charmant en luchthartig werk door Claus Peter Flor met veel vaart en uitbundigheid gepresenteerd. Niet echt de meest geschikte opmaat voor Zemlinsky, maar wel onderhoudend.

Zemlinsky's Lyrische Symphonie behoort kennelijk tot de favorieten van Flor, hij zette het werk (evenals Chailly en het Koninklijk Concertgebouworkest) op cd. Het is een goede zaak dat de componist en zijn werk in deze dirigenten hartstochtelijke pleitbezorgers hebben gevonden. Hij, de schakel tussen Mahler en de Tweede Weense School, verdient immers meer dan een schaduwplaats. Zeker, het kan niet ontkend worden dat hij zich graag liet beïnvloeden door onder anderen Schönberg, Mahler en Wagner, maar zijn Lyrische Symphonie - een symfonische liederencyclus - getuigt toch van een sterke muzikale persoonlijkheid.

Zemlinsky componeerde in de geest van de laat-romantische traditie, geen wonder dan ook dat hij zich geïnspireerd wist door zeven gedichten uit de bundel 'Der Gürtner' van de Bengaalse Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore in een vertaling van Hans Effenberger. Het zijn liederen die spreken over verlangen, liefde, sensualiteit en eenzaamheid. Zemlinsky omringt die teksten met een rijkdom aan orkestrale klanken, zowel hevig en overweldigend als teder en lyrisch.

Het grote orkestrale apparaat met een klankproductie in de geest van Wagner maakt het beide vocalisten niet gemakkelijk, maar de Israëlische sopraan Sylvia Greenberg en de Duitse bariton Siegfried Lorenz bleken royaal tegen hun taak opgewassen. Het Residentie Orkest leverde onder leiding van Claus Peter Flor een geweldige prestatie, de Lyrische Symphonie groeide uit tot een machtig opus, rijk aan expressiviteit en klankrijkheid.

Claus Peter Flor dirigeert het Rotterdams Philharmonisch Orkest enkele malen per seizoen. Zijn eerstvolgende concerten met de Rotterdammers zijn op 30 januari en 1 februari in de Doelen en op 31 januari in het Amsterdamse Concertgebouw. Op het programma staan werken van Haydn, Von Weber en Martin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden