Schrikkeljaar: niet te vermijden, maar er wordt aan gewerkt

Zaterdag is het 29 februari. Voor de meesten niet meer dan een extra blaadje aan de scheurkalender. Dat is wel eens anders geweest. Lange tijd werd 29 februari beschouwd als ongeluksdag. In verschillende landen werd er daarom niet gewerkt. Ook plantten de boeren geen bomen. Ze waren bang dat die maar eens in de vier jaar vruchten zouden dragen.

Het bijgeloof is nog niet helemaal verdwenen. Nog steeds denken velen dat je beter niet op een schrikkeldag kunt trouwen of geboren worden. Je zou een ongelukkig leven tegemoet gaan. Er wordt dan ook zelden of nooit getrouwd op een schrikkeldag. Alleen je geboortedag, die heb je niet voor het uitkiezen.

Schrikkeldagen

Een schrikkeljaar is onvermijdelijk. Er gaan 365 hele dagen in een jaar. Over zijn rondje om de zon doet de aarde ruim vijf uur en 49 minuten langer. Daarom maken we eens in de vier jaar het jaar een dag langer. Zo zijn we weer aardig bij de tijd.

In het oude Egypte zag men dit al in. Farao Ptolomeus III beval dat elke vier jaar een dag moest worden toegevoegd. De Romeinen ten tijde van Julius Caesar namen dit over in de juliaanse kalender. Vierentwintig uur extra, elke vier jaar is alleen net iets te veel.

Eind zestiende eeuw was de afwijking al tien dagen geworden. In 1582 greep paus Gregorius in. Hij schrapte tien dagen van dat jaar en verminderde het aantal schrikkeldagen. Voortaan zou alleen een jaar dat deelbaar was door het getal vier een extra dag krijgen.

Het gevolg is dat er soms acht jaar voorbijgaan voordat een schrikkeldag op de kalender verschijnt. Zo was de eerstvolgende schrikkeldag na 1696 pas in 1704! Het jaar 1700 (lees: 17) is namelijk niet deelbaar door vier.

Om dezelfde reden vervielen 29 februari 1800 en 1900. Pas in 2100 zal de volgende schrikkeldag geschrapt worden. Door elke vierhonderd jaar drie schrikkeldagen te schrappen wijkt de kalender in 3000 jaar maar een dag af.

Verjaardag

Het is niet precies bekend hoeveel Nederlanders geboren zijn op een schrikkeldag. Een telefoontje naar het Centraal Bureau voor de Statistiek levert niets op. Klaarbijkelijk vinden ze het daar niet interessant genoeg. Toch kunnen we wel een schatting maken.

Slechts een keer in de vier jaar verschijnt 29 februari op de kalender - dat is elke 1461 dagen. Als we het aantal inwoners van ons land daardoor delen blijkt het aantal schrikkeljarigen rond de 10 000 te liggen.

Die schrikkeljarigen kunnen hun geboortedag maar eens in de vier jaar op 29 februari vieren. Tussen de schrikkeljaren door moeten ze zich behelpen met 28 februari of 1 maart.

De meesten van hen denken te kunnen kiezen tussen die twee dagen. Eigenlijk kunnen schrikkeljarigen - hoe spijtig ook - helemaal niet kiezen. Je kunt namelijk precies uitrekenen op welke stand de zon stond op het moment van je geboorte. Elk jaar komt de zon weer op deze stand te staan. Je hoeft dat alleen even uit te rekenen en je weet of je op 28 februari of op 1 maart verjaart. Je geboorteuur valt dus gewoon op een andere dag.

Schrikkeltweelingen

Nederland staat bekend om het grote aantal belangengroepen en verenigingen. Je hoeft de Pytterssen Almanak maar open te slaan en je zult begrijpen waarom.

Het is dan ook opmerkelijk dat er geen landelijke vereniging bestaat die zich het lot aantrekt van de schrikkeljarigen.

Maar een kleine groep van hen heeft elkaar gevonden: de tweelingen. In 1988 richtten ze de Nederlandse Schrikkeltweelingenclub op. Een nieuwe aanwinst in de kast met curiositeiten.

Feestvieren is de belangrijkste activiteit van de club. Als je dan toch maar eens in de vier jaar je geboortedag kunt vieren, waarom zou je dat dan niet samen doen? Zaterdag gaan 28 schrikkeltweelingen in de carnevaleske omgeving van 's-Hertogenbosch uit de bol. Onder hen zijn ook enkele Belgische en Duitse schrikkeltweelingen. Volgens de voorzitter van de club was het namelijk hoog tijd voor een bijdrage aan 'Europa 1992'. Een uitbreiding met schrikkeltweelingen uit andere Europese landen staat dan ook op het programma. Het schrikkeljaar kent tenslotte ook geen grenzen. Wie weet zien we over vier jaar de geboorte van een Europese schrikkeltweelingenclub.

Groot zal de Nederlandse schrikkeltweelingen club niet kunnen worden. Elk jaar worden er zo'n 2 700 tweelingen geboren. Een simpel rekensommetje leert dat er zaterdag dus ongeveer acht tweelingen ter wereld komen. Pas over vier jaar zullen er weer acht kleine duo-tjes op 29 februari geboren kunnen worden. Schrikkeltweelingen zijn dan ook behoorlijk zeldzaam. Het opsporen van nieuwe leden heeft veel weg van het zoeken van een speld in een hooiberg.

Wellicht kan het tijdschrift Leven en Welzijn hier uitkomst bieden. Dit tijdschrift houdt elk schrikkeljaar een actie voor nieuwgeboren schrikkeljarigen. Als de redactie een geboortekaartje ontvangt, krijgt de jonggeboorne een onvervalst 'schrikkeljarigencertificaat'. Door de actie zouden ook schrikkeltweelingen kunnen worden opgespoord.

Alternatieven

Schrikkeljarigen staan niet op de barricades om iets te doen aan de schrikkeldagen. Ook de Nederlandse schrikkeltweelingenclub koestert de passiviteit.

Toch zijn er al jaren plannen om de kalender te veranderen. Het ontwerp voor een wereldkalender werd zelfs besproken in de Verenigde Naties. Velen willen wat doen aan de 28 dagen die februari telt. Deze maand zou eigenlijk net als andere maanden dertig dagen moeten krijgen.

Voor de schrikkeljarigen is er weinig te verwachten van deze voorstellen. Elk schrikkeljaar moet er nu eenmaal een dag worden toegevoegd. Zo weet ook de wereldkalender geen beter voorstel te bieden dan de schrikkeldag te verplaatsen van 29 februari naar 31 juni. Van de regen in de drup dus.

Schrappen

Een nogal rigoureus alternatief is om de schrikkeldagen maar helemaal te schrappen. Je kunt bijvoorbeeld in schrikkeljaren een bepaalde dag geen 24 uur laten duren maar dubbel zo lang. 29 februari wordt dan geheel overbodig.

Hoe bizar het idee ook lijkt, het is zeker niet nieuw. Julius Caesar gebruikte precies deze methode. Waarschijnlijk durfde hij het niet aan een extra dag toe te voegen. Men geloofde namelijk dat het even aantal van 28 dagen de goden zou behagen. Daarom verdubbelde Julius Caesar elke vier jaar 24 februari.

Voor schrikkeljarigen is dat geen prettig vooruitzicht: ze zullen nooit meer jarig zijn. Alles zal daarom wel bij het oude blijven.

Maan nu ook niet langer bol

Naar aanleiding van onze verhandeling over de platte aarde van Klaas Dijkstra (dd. 10.2.1992) zond lezer Kraaijenbrink uit Borne (O.) ons een geschrift, dat we niet ongemerkt willen laten passeren. Het is een uitgave uit 1928 van de elektrische drukkerij "Luctor et emergo", waarin een schrijver die zich 'Aero-dilettant' noemt ons voor de prijs van 1,75 het volgende in het vooruitzicht stelt:

Het maanprobleem: opgelost

Het vraagstuk der oceanen en continenten onzer "tegenwoordige" aarde: verklaard.

Het probleem der kometen en hunner loopbanen in ons zonnestelsel en dat der zoogenaamde vallende sterren: vermoedelijk opgehelderd.

Deze 'Aero-dilettant' begint, alvorens zijn skeptische lezers van de fantastische ontdekkingen door hem gedaan te verwittigen, met zichzelf tot de schare der mogelijk miskende geleerden te rekenen, want schreef niet Huygens aan Leibnitz dat de zwaartekracht-theorie van Newton een absurd idee was waar hij niet in moest lopen, en werden Harvey's bloedsomloop-theorie, Galvani's experimenten met elektriciteit, Pasteurs ontdekkingen en Edisons uitvindingen in eerste instantie niet ook honend uitgefloten? Kortom, ook de theorieen van Aero-dilettant zullen misschien de lachlust opwekken, maar de tijd zal zijn gelijk bewijzen.

Aartsvaders

Het volgende is allemaal het geval. De leeftijd der aartsvaders zoals in de bijbel opgegeven, in onze ogen absurd hoog en binnen relatief korte tijd teruglopend van ca. 970 tot 110 jaar, is wetenschappelijk onverklaarbaar. De enige plausibele verklaring voor de in Genesis gevonden levensjaren is dat die jaren in vergelijking met de onze veel korter waren: we moeten aannemen dat de leeftijden van Adam tot op Jozef omgekeerd evenredig waren met de op die respectievelijke tijdstippen vigerende lengteduur der jaren.

Om de aartsvaderlijke leeftijden in onze ogen rationeel te maken, zouden ze tot op een zesde a zevende gedeelte moeten worden teruggebracht; Methusalem en de zijnen zouden dan altijd nog zo'n 110 a 120 van onze jaren hebben bereikt.

Dat zou betekenen dat de omloop van de toenmalige planeet Aarde om de zon niet meer dan een zesde a een zevende van 365 dagen, dat is 55 dagen, zou bedragen. Een planeet met een zo korte omlooptijd zou, gebaseerd op de keplerse wetten, ook veel kleiner en lichter moeten zijn en wel ongeveer een zevende van haar huidige omvang.

Uitdijen

Wanneer, waardoor en hoe is die kleine oerplaneet dan tot de huidige omvang uitgedijd? Wel, het toeval wil dat ongeveer zes-zevende der aarde bedekt wordt door water, iets wat op andere planeten niet wordt aangetroffen, zeker niet in die enorme hoeveelheden als bij ons.

Wat ligt meer voor de hand dan te veronderstellen dat dat water er op een onnatuurlijke wijze is gekomen, en wel door de botsing van de aarde met een komeet, waarvan de miljarden liters gassen met de magma uit de aarde verbindingen aanging, waarna de kleine oeraarde tot zeven maal haar oorspronkelijke grootte uitdijdde en er enorme wateroppervlakten bij kreeg?

De oeraarde kende namelijk geen zeeen en oceanen maar bestond geheel uit land, zoals het op planeten hoort, en alle continenten lagen tegen elkaar aan, zoals men ook nu nog duidelijk kan zien dat ze allemaal in elkaar passen. Door de botsing met de auctor catastrophalis van dit immense natuurgebeuren, de komeet die door Aero-dilettant 'Salvator Mundi' wordt genoemd, sloeg uit de aarde een groot stuk, met een doorsnee van 3 400 vierkante kilometer, weg, vermoedelijk het stuk noordelijk van Australie, Mikronesie en Polynesie, het

eheten 'Maanland'.

Het werd de atmosfeer uitgeslingerd en vervolgens door de zon aangetrokken, tot het tot rust kwam op de plaats waar we dit stuk aarde inmiddels kennen als de Maan.

De Maan is dus een stuk aarde en bovendien niet bol maar een soort lens van dubbele dikten, bestaande uit twee segmenten, te weten het van ons afgekeerde en dus nooit zichtbare gedeelte aardsegment der oeraarde, dik 480 kilometer, en het naar ons toegekeerde gedeelte, dikker - want 1 520 kilometer.

De schijnbare diameter van de maan van 3 480 kilometer klopt dus niet. De hele dikte van de lens die wij Maan noemen is 2 000 kilometer. En de kraters en oceanen die wij erop menen waar te nemen bestaan in werkelijkheid uit gestolde magmaslakken en andere aards slijk.

Wat de aarde na de catastrofe met de komeet betreft, ook daar kun je nog andere sporen dan de enorme wateraanwas duidelijk terugzien. Zo was de hoeveelheid en druk van het water door de rotatie van de aarde rond de evenaar veel groter dan in de buurt van de polen. Daar stuwde het water dus de voormalige kraters en heuvels van de oeraarde op tot de enorme gebergten die we nu kennen. Ook de onverklaarbare rotsformaties in Amerika, de Rocky Mountains en de Canyons zijn nu verklaard. Op die plek verliet de komeet, na haar botsing, de aarde namelijk weer.

Consequenties

De theorieen van Aero-dilettant verklaren niet alleen het huidige aanzien der aarde, namelijk als een onverwacht met water aangelengd planeetje, maar hebben ook consequenties voor het menselijk leven erop.

Ook voor de grote catastrofe was er al menselijk leven, zoals de mythes van alle volkeren ons vertellen. Men kende er, als gezegd, wel het begrip jaar, maar dat zag er heel anders uit.

Wie van bijbelse aanwijzingen uitgaat moet besluiten dat een jaar, ter omvang van 55 van 'onze dagen', indertijd uit tien maanden van vermoedelijk 27 dagen bestond, hetgeen impliceert dat een dag er ongeveer vijf van onze huidige uren duurde.

Dat alleen Noach de zondvloed zou hebben overleefd gelooft Aero-dilettant niet. Overal zullen wel mensen en dieren op bergtoppen gevlucht zijn en uit lijfsbehoud bij elkaar gebleven, wat en passant de vaak opmerkelijke concentratie van gevonden kadavers op sommige plaatsen verklaart.

Ook de kennelijke rasverwantschap tussen ver uiteengelegen stammen als die der Akka's en Wedda's van Nieuw-Guinea en de Pygmeeen in Afrika wordt door een waterloze oeraarde verklaard. Men is als het ware met land en al uit elkaar geslagen. Dat de Hottentotten een Mongolenplooi bezitten, wekt nu ook niet langer verbazing.

En nog iets anders valt Aero-dilettant op, al weet hij er verder geen raad mee: de kleur der mensenrassen neemt af van evenaar naar poolstreken. Het zal wel de werking van de zon zijn, meent hij, dat de rassen die op de oeraarde onder de horizon lagen (Negers, Papoea's en Australiers) zwart zijn, die onder de evenaar of er zeer dichtbij (Afghanen, Indiers, Chinezen, Japanners en Indianen) bruin en geel, en tenslotte de op de oeraarde waarschijnlijk in kleine getale aanwezige Kaukasiers uit de noordelijker, hogere en koudere streken, blank zijn.

Pinguins

Misschien wel de aardigste illustratie van zijn botsing-theorie is het merkwaardig uiterlijk der pinguins. Hier past een citaat: "Men weet hoe zonderbaar flegmatisch die dieren er uit zien, en ook dat de oudste walvischvaarders reeds de gewoonte hadden ze 'Zee-kangoeroes' te noemen. Onbewust spraken zij daarmede eene grote waarheid uit. Ik acht het nl. als absoluut zeker, dat bij het losrukken van Victorialand van het Australische continent, niet alleen planten, doch ook dieren zijn meegesleurd, in casu ook de kangoeroes. De planten waren niet tegen het kille klimaat van het zuidpoolaarddeel bestand en moesten het spoedig afleggen, doch de kangoeroes, zij het dan ook de sterkste exemplaren daaronder, hebben zich op den duur aan omgeving en klimaat aangepast. Alweer de kwestie van het lijfsbehoud! Want het merkwaardigste is, dat zoowel de korte voorpootjes van de kangoeroes zich hebben gehandhaafd in de stompjes der Pinguins, dat de zak voor het dragen der jongen is gebleven, doch ook dat het buitengewone feit zich heeft voorgedaan van het zich wijzigen van de haren in veeren!"

Aldus Aero-dilettant in 1928. En met de woorden die hij zelf op een van de momenten dat hij wanhopig geraakt moet zijn door het wetenschappelijke onbenul om hem heen, uitroept, willen ook wij hier besluiten: "Waarom a tort et a travers gaan ontkennen, tegenover de ingekankerde overleveringen van Bijbel en heidensche volken? Wesshalb also verneint?"

Het zijn maar Mofjes

Over de ethymologie van het woord 'Mof' is al heel wat gespeculeerd, onder andere in de derde jaargang, nummer 26 van ons Orgaan. Hoeveel onzekerheid er ook bestaat over de oorsprong van dit woord, zeker is dat een der vroegste literaire verwijzingen bij de Berlijnse schrijver Friedrich Nicolai, een telg uit de Verlichting voorkomt.

In Nicolai's roman Das Leben und die Meinungen des Herrn Magisters Sebaldus Nothanker uit 1773 gaat het om de barre lotgevallen van dominee Sebaldus Nothanker. Hij blijft zijn optimistische ideeen over de mens trouw, ook al is die volharding er nu juist de oorzaak van dat hij door de onverdraagzamen wordt onderdrukt.

Na veel ellende en verdrukking besluit dominee Nothanker naar Oost-Indie te gaan. Het schip waarop hij zich bevindt, lijdt echter schipbreuk voor de Noordhollandse kust, waarna Sebaldus Nothanker liefdevol in het huis van een ambtsbroeder in Alkmaar wordt opgenomen. Maar ook in Nederland is het niet alom verdraagzaamheid wat hij ontmoet. De dominees Ter Breidelen en Dwanghuysen verdoemen zijn opvattingen. En in Amsterdam proberen misdadigers hem een loer te draaien. Onder het mom van bescherming te bieden tegen zogenaamde Seelenverkaufer, dat wil zeggen ronselaars die argeloze lieden op een schip naar Indie proberen te krijgen, weet zo'n Seelenverkaufer Sebaldus Nothanker op te sluiten.

Wanneer laatstgenoemde tegen de miserabele behandeling van de geronselde Duitsers in de kelder protesteert, wordt hij bij de baas van het zaakje gebracht. Deze blijkt goed doorkneed te zijn in de theologie van zijn tijd. Wat hij met de Duitsers in zijn kelder uitvoert, kan hij uitstekend rechtvaardigen: "Hij had zich er van weten te overtuigen, dat alles noodzakelijk was en dat hij er toe gepredestineerd was om de Moffen af te beulen en te kwellen en dat de Moffen er toe gepredestineerd waren om zich door hem te laten afbeulen. Daarom kon hij met dezelfde gemoedsrust de Moffen in zijn kelder laten smijten als de kok een kreeft in de kokende ketel gooit" .

Omdat het woord 'Mof' voor de toenmalige lezers van de roman volkomen onbekend moet zijn geweest, voegt de schrijver onderaan de bladzijde een noot toe: "Moffen: zo pleegt het Nederlandse gewone volk de Duitsers, in het bijzonder de Nedersaksen en de Westfalen te betitelen" .

De ronselaar heeft ook zijn eigen belang op het oog, wanneer hij zijn gevangenen op de dijk dichtbij een uurtje frisse lucht laat inademen. De eerlijke burgers kijken de sjokkende stoet vol medelijden na. Maar de voornameren halen de schouders op en roepen: "'s sind ja nur Mofjes!" .

Gelukkig is dat niet het einde. De brave predikant uit Alkmaar bevrijdt Sebaldus Nothanker en de andere gevangenen. En de boze Seelenverkaufer wordt door de letterlijk zo geheten "hoofdoffizier" achter slot en tralies gezet.

De vraag is nu alleen: komt het woord 'Mof' met betrekking tot Duitsers al voor Nicolai voor?

WIE WAS DAT OOK ALWEER

Albert wie? Van Savoye!

Ieder weet welke Lely bij de stad hoort, welke Juliana bij het dorp en welke Klaziena bij het veen. Alleen als er olympische winterspelen in Albertville in het Franse departement Savoie worden gehouden, klinkt in Nederland dagelijks de hulpeloze vraag door: "Albert, wie?"

Omdat Het Genootschap er niet is om vragen te stellen maar te beantwoorden, hier maar meteen het antwoord: de stad Albertville is genoemd naar Karel Albert van Savoye-Carignan, die leefde van 1798 tot 1849, zich van 1831 tot 1849 koning van Sardinie mocht noemen en door zijn grilligheid en raadselachtigheid een wat omstreden plaats in de Italiaanse geschiedenis inneemt.

In 1835 voegde Karel Albert in Savoye de nieuwe handelsstad l'Hopital samen met het oude Gonflans, waarvoor hij beloond werd met het feit dat zijn naam tot heden met de aldus gevormde stad verbonden bleef.

Blijft de vraag wat een Sardijnse koning daar in de Franse Alpen te zoeken heeft en hoe hij daar ooit zulke vergaande bevoegdheden kon uitoefenen als het samenvoegen van twee gemeenten.

Het antwoord is, de gecompliceerdheid van de Italiaanse geschiedenis in aanmerking nemend, eenvoudig. Savoye was het stamland van Karel Albert en zijn voorvaderen en het was in een dynastieke band met Piemont en Sardinie verbonden in het koninkrijk Sardinie - het land dat na het aftreden van Karel Albert onder leiding van Cavour de motor werd voor de Italiaanse eenheidsbeweging.

Voor die eenheid heeft Cavour offers moeten brengen. In januari 1858 sloot hij in Plombiere een overeenkomst met de Franse keizer Napoleon III waarbij beiden afspraken dat Oostenrijk tot een oorlogsverklaring aan het koninkrijk Sardinie zou worden uitgelokt, waarbij de regering in Turijn op haar beurt op militaire steun van Frankrijk zou kunnen rekenen.

Het volgend jaar was het zover. De tweede Italiaanse onafhankelijkheidsoorlog brak uit en hoewel die maar drie maanden heeft geduurd, was hij een van de wreedste en bloedigste oorlogen die de negentiende eeuw gezien heeft. In deze oorlog werd de slag bij Solferino gevoerd, die de rechtstreekse aanleiding is geworden tot de oprichting van het Rode Kruis.

Oostenrijk was verslagen, maar in Plombiere had Napoleon III zijn prijs bedongen. Het koninkrijk Sardinie moest Savoye en Nice aan Frankrijk afstaan, waar tegenover stond dat bij de vrede van Zurich op 10 november 1859 Oostenrijk het grootste deel van Lombardije (met Milaan, Pavia, Cremona, Brescia, Bergamo, Como en zes districten van Mantua) aan het koninkrijk Sardinie moest prijsgeven.

Koningin Adelheid (de echtgenote van Victor Emanuel II, die in 1849 Karel Albert op de troon van Sardinie was opgevolgd en in 1861 koning van heel Italie-minus-Rome zou worden) had zich van dat ogenblik koningin van Lombardije kunnen noemen. Had ze Annie M. G. Schmidt maar gekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden