Schrikbeeld: sport zonder winnaars

Sinds teststalen acht jaar lang worden bewaard voor eventuele hernieuwde controles, wacht chaos

Decennia terug in de vorige eeuw was topsport nog overzichtelijk. Het was de tijd van meisjes en jongens, later dames en heren, van wie prestaties werden bezongen als het toppunt van gezondheid en sportiviteit. Met af en toe een wonder waarvoor superlatieven als 'groots', 'majestueus' en 'onverklaarbaar' werden opgediept.

Je had de naïevelingen. Ze trainden zich jarenlang een ongeluk en waren verbaasd dat ze de laatste stap naar de top maar niet konden zetten. Petje af voor die anderen die zoveel beter waren!

Je had de eerlijken. Ook zij trainden zich binnen de regels het schompes, haalden ook de top niet, maar vermoedden dat er in het kamp der sterken iets niet in de haak was. Ze waren verontwaardigd omdat zij zich aan de spelregels hielden en de winnende anderen (vermoedelijk) niet. Hoe onsportief, die afgunst.

En dan had je de slimmerds. Wars van moraal en ethiek slikten zij, al dan niet op bevel van bovenaf (DDR), hun dagelijkse pil of zetten een spuit, konden daardoor harder trainen dan de naïevelingen en de eerlijken, en gingen met de medailles aan de haal.

Dopingcontroles konden niet serieus worden genomen. Het hele jaar door mocht alles, als de sporter op de wedstrijd maar schoon was. Zo gold dat tot en met 1988, het jaar van de ommezwaai. Een Canadese sprinter zette ongewild dat hele systeem van ontkennen en wegkijken op zijn kop.

Ben Johnson groeide in vier jaar tijd uit van ranke sprinter tot imposante bodybuilder. Van kansloze in de finale van 1984 tot buitenaardse raket in 1988 in Seoul. Maar betrapt op het hoogste podium.

In documentaires aan de vooravond van de afgelopen Olympische Spelen werd veel nadruk gelegd op de vermeende samenzwering tegen hem van de Amerikanen. Die hypocrieten zouden hem in de val hebben laten lopen, terwijl ze zelf de jaren daarvoor zoveel positieve dopingtesten hadden weggemoffeld. Dat kon allemaal: zelfs na de eigen Spelen van Los Angeles (1984) bleken tientallen positieve urinestalen verdwenen.

Benjamin Sinclair Johnson mocht zich daarom in de slachtofferrol hullen, maar had wel degelijk jarenlang stijf gestaan van de verboden middelen. Dat werd, zonder andere positieve testen, bewezen tijdens het Dubin-tribunaal waarbij hijzelf en getuigen onder ede werden gehoord.

Zo'n tribunaal kwam er niet voor zijn vrouwelijke evenknie, de mannelijk gespierde Delorez Florence Griffith-Joyner. De Amerikaanse onderscheidde zich in datzelfde Seoul op de 100 en 200 meter nog onwaarschijnlijker van haar tegenstanders dan Johnson deed. Het andere verschil: op de prestaties van de vroeg overleden Flojo volgde geen positieve dopingtest.

Johnson werd in Seoul onttroond, het goud ging over in handen van Carl Lewis met de snelheid van een estafette. Nog altijd was de topsport overzichtelijk, al werden met veel bombarie de out-of-competitioncontroles ingevoerd.

Bij de 'dopinggevoelige' vrouwen daalde daardoor op veel onderdelen het niveau. De tijden van Griffith waren al onbereikbaar, zij zijn nooit verbeterd. Ben Johnson werd zijn wereldrecord van 7.79 ontnomen. Inmiddels is die 'onwaarschijnlijke' tijd door zeven sprinters 31 maal geëvenaard of (ver) overtroffen. Ook door nieuwe dopingzondaars.

In 2000 was het weer de atletiek, de sport waarin na wielrennen het meest wordt gecontroleerd, dat de machteloosheid van de dopingjagers aantoonde.

De Amerikaanse sprintster Marion Jones won in Sydney drie olympische titels. Ze lag net als Johnson in 1988 zwaar onder verdenking, maar als toneelspeelster uit de hoogste categorie speelde ze briljant de verloren onschuld. Tot ze in 2007 (!) voor een rechtbank verklaarde sinds 1999 verboden middelen te hebben gebruikt.

Het IOC kwam voor hetzelfde probleem te staan waarmee het wielrennen al jaren te kampen heeft. Jones raakte haar medailles kwijt, de vergeten nummers twee werden geëerd.

Behalve die op de 100 meter. De vrouw in kwestie, de Griekse Ekateríni Thánou, was in Athene in 2004 de hoofdpersoon geweest in een dopingschandaal. Die huldigen, daar wilde het IOC niet aan. Het koninginnenonderdeel kent géén winnares.

Een straf met (lang) terugwerkende kracht, het leek bij Jones nog een incident. Inmiddels dreigt het gedwongen overgooien van besmette medailles gemeengoed geworden. Tot schaamte en ergernis van wedstrijdorganisatoren.

Sinds de internationale sport heeft besloten teststalen acht jaar lang voor eventuele hernieuwde controles op te slaan, wacht chaos. Zeker omdat zelfs de verjaringstermijn van acht jaar een mogelijkheid tot verlenging biedt, zoals in het geval Lance Armstrong.

Met de maatregel van achteraf testen wordt een afschrikkend effect beoogd voor sporters die het gebruik van nieuwe, nog niet te traceren producten overwegen. De sport zou er geloofwaardiger op worden. Vooralsnog is het tegendeel het geval, hoe dieper de beerput wordt ingedoken hoe meer stank bovenkomt.

Het zadelt de sport bovendien op met een nieuw schrikbeeld: wedstrijden zonder winnaars. Want wie neemt die zeven Tourzeges van Lance Armstrong over? Geen enkele van de nummers twee en drie is geloofwaardig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden