Schrijverswraak op het lot van René

herinneringen | Filosoof René Gude wist tot op het laatst mensen te inspireren. Zijn weduwe Babs van den Bergh beschrijft zijn deels publieke stervensproces van binnenuit.

Al toen hij nog leefde wist ze dat ze er ooit een boek over zou schrijven, alleen nog niet hoe en wanneer. "Ik heb het er ook nog met René over gehad. Maar toen hij nog leefde kon ik er nog niet werkelijk over nadenken", zegt Babs van den Bergh.

Onderwerp: de laatste zeven jaren met haar man René Gude; intens, intiem, slopend en onvergetelijk. De basis was er al, bestaande uit de e-mails die ze onregelmatig maar trouw en stilistisch consistent had geschreven aan een groep vrienden en familie over hun actuele situatie.

Het was een persoonlijke nieuwsbrief die ze begon onder de titel 'Leef mee met het been van René', nadat de hoofdpersoon zijn been had gebroken. Er moest een feestje worden afgezegd, de 'ark-warmingparty' van hun splinternieuwe woonboot aan het Amsterdamse IJ, vandaar meteen een groeps-mail.

Er kwamen in eerste instantie reacties als: "Maar je laat een gebroken been toch niet in de weg staan van een feestje? Dan zit René er toch gewoon met een gipspoot bij?"

Al snel bleek dat het niet zomaar een breuk betrof, maar een schijnbaar uit het niets gebroken bovenbeen, van gips zou geen sprake zijn en medici waren zeer verdeeld over de diagnose. Al snel bleek ook dat de groepsmail voorlopig nodig zou blijven om op werkdagen in Van den Berghs afwezigheid 'leuke lunchers' en andere hulp voor Gude te regelen, aangezien hij ineens aan huis gebonden was en nauwelijks kon of mocht bewegen. Na een paar maanden zonder veel verbetering werd botkanker geconstateerd en werd het traject zwaarder en zwaarder. De e-mails bevatten updates over chemo's, operaties, ziekenhuisopnames, periodes van herstel, de amputatie van het bewuste been.

Het bulletin werd volgehouden tot het einde, 14 maart 2015, toen Gude stierf, nadat hij als Denker des Vaderlands via talloze interviews en tv-optredens heel wat harten had veroverd.

Waarom wilde u uw e-mails en herinneringen naar buiten brengen?

"Het schrijven en het naar buiten brengen zijn wel twee verschillende dingen. De behoefte om te schrijven had ik sowieso, dat blijkt ook al uit de e-mails. Om voor mezelf steeds helder te krijgen wat er gebeurde en hoe ik me ertoe moest verhouden. Na René's dood werd het herinneren ook een motief. Ik wil hem herinneren. En tot slot, ik ben geen dagboekschrijver, ik heb het besef nodig dat het door anderen gelezen wordt, om het op scherp te stellen. Zoals in de e-mails."

De e-mails waren voor bekenden, het boek kent die beperking niet.

"Ik zou Hannah Arendt erbij kunnen slepen en zeggen dat alleen het overdachte leven de moeite waard is. Ik ben tenslotte ook filosoof en het is ook wel een motto voor mij, maar ik vind zoiets toch al gauw te pretentieus. Ik dacht op een dag ook wel: dit is eigenlijk een therapeutische exercitie, wat moeten andere mensen hiermee? Dat heb ik ook bij de uitgever neergelegd. Die zei: ja, dat is het óók, maar niet uitsluitend. Velen zullen zich erin herkennen. Dat hoop ik dan maar.

"Het heeft mij in elk geval geholpen om de pijn te verdragen. Het was fijn om te schrijven. Het werd een zoete wraakoefening op wat het lot ons heeft bereid. René kan geen grapjes meer maken, maar ik kan zijn grapjes altijd nog wel in herinnering brengen. En dat wil ik ook heel graag doen, op een zo eerlijk mogelijke manier. De afweging over het publiek is verder aan de uitgever."

Niet alleen over zichzelf probeert de schrijfster eerlijk te zijn, maar ook over anderen, zoals de internationale sterfilosoof Peter Sloterdijk. Hij was een huisvriend en vaste vakantiepartner van de Gudes en figureert in het boek als 'Duitse Peter'. Er wordt onbedaarlijk met hem gelachen, zoals die keer dat hij in een Frans dorpskroegje het 'wereldhoofdkantoor van het depressieve nihilisme' meent te hebben ontdekt. Maar regelmatig komt hij over als iemand die meer met zijn eigen kwaaltjes en relatieperikelen bezig is dan met zijn doodzieke vriend of diens naasten. Als Babs en René zich inzetten voor een eveneens doodzieke vriendin van Duitse Peter, lukt het hem niet hier met hen over te praten.

Dieptepunt is de scène waarin Sloterdijk als logé midden in een winternacht 'nog halfdronken' opstaat, de lampen in de woonkamer aandoet en de ramen openzet om met een fles cognac zijn zoveelste liefdesmail te gaan typen. Dit terwijl Gude - inmiddels een kwetsbare kankerpatiënt die net hersteld was van een longontsteking - in diezelfde kamer lag te slapen in een ziekenhuisbed. Als Gude hem na een tijdje vraagt of hij de ramen dicht wil doen, gaat hij onderuit, staat mompelend op, sluit de ramen en begint zijn roes uit te slapen.

Als Van den Bergh de volgende ochtend het verhaal hoort, wordt ze woest - dit had Gude zomaar een nieuwe longontsteking kunnen opleveren. Gude stelt haar gerust: "Ach, ik weet nu tenminste hoe het klinkt als een beroemde dikke Duitse filosoof naakt op het parket smakt. Dat had ik toch nooit willen missen."

Ook van haar overleden man maakt Babs van den Bergh geen heilige. Een schrijnende lijn in het boek is een gaandeweg steeds hoger oplopend conflict tussen Gude en een van zijn broers. De uiteindelijke verzoening, die niet volledig is, komt pas op het allerlaatst hortend en stotend tot stand. Van den Bergh: "Ik vond het belangrijk om te laten zien dat dit ook een kant was van René. Maar dit was voor mij wel een twijfelgeval. Omdat René er zelf ook weleens iets over heeft gezegd in interviews, heb ik het toch gedaan."

Wat was uw criterium?

"Ik heb geprobeerd te beschrijven wat ík meemaakte en zag. There's no such thing as non fiction, zeiden René en ik vaak tegen elkaar. Elke beschrijving die ik van de afgelopen jaren geef, komt voort uit mijn ervaring. Ik zal nooit claimen dat het dé waarheid is, maar dat ik de dingen zo ervaren heb, kan niet betwist worden. Daarbij: als ik dit soort dingen zou weglaten, zou ik René mooier maken dan hij was en mijn ervaring minder veelkleurig weergeven dan ze was. Het schrijfproces had dan ook minder waarde gehad. Kijk, er was ontzaglijk veel moois. We hebben vreselijk veel gelachen. Maar het was ook weer niet allemaal één groot feest natuurlijk. Hoewel dat soms bijna zo lijkt, met René's humor en zijn humeurmanagement dat zelfs bij de ergste pijn dienst bleef doen."

Wat was voor uzelf het moeilijkst om onder ogen te komen, tijdens het schrijven?

"Dat er tegen het einde toch een soort verwijdering tussen ons gekomen is, een vorm van afstand. Ik kon dat maar moeilijk aanvaarden. Toen René bij 'De Wereld Draait Door' verklaarde dat 'het leven een gedoetje is' en dat die gedachte hem kon troosten, stak mij dat. Het gaf me het gevoel dat ik tekortgeschoten had, ook al deed ik alles wat ik kon om het voor hem goed en mooi en zacht te laten zijn. In de allerlaatste maanden, nadat medici hem definitief hadden opgegeven, zijn onze wegen toch een beetje gescheiden. Dat is waarschijnlijk onvermijdelijk, maar daarom niet minder pijnlijk. Dan zei René weer eens heel moedig in een interview: 'Voor de achterblijvers is het allemaal het moeilijkst, niet voor mij.' En dan dacht ik: inderdaad, maar ik heb nu de tijd niet om me daartegen te wapenen."

Zijn ster was rijzende, met name de laatste twee jaar van zijn leven. De woonboot werd drukbezocht. Hoe was het om hem tot op het laatst met zovelen te moeten delen?

"Ik zag dat het hem ongelofelijk goeddeed. Hij genoot er zo ontzettend van en hij kon zoveel van zijn ideeën overbrengen. Schrijven is voor hem altijd een worsteling geweest, maar praten en grappen maken kon hij des te beter. Het was ook troostend. Hij genoot niet alleen van de aandacht, hij wilde ook steeds ingaan op e-mails en brieven die hij kreeg, van allerlei mensen die hij kende of nog niet kende. Half Nederland leefde mee.

"Het vele bezoek hielp mij ook heel erg. Als er weer eens een journalist kwam, dacht ik: fijn, even naar buiten. Dat had ik echt wel nodig. Velen kwamen om te praten, maar ook om te helpen. En ze kwamen ook weer niet allemaal alleen voor hem, hoor.

"Er is slechts één moment geweest dat ik er echt genoeg van had. Toen heb ik gezegd: ik wil hier twee weken niemand zien. Behalve zijn zoons Jink en Tibo natuurlijk, die ik - met zijn dood - van hem gekregen heb, zoals ik dat noem. René begreep mijn wens onmiddellijk. Dat was de laatste kerstperiode die we samen beleefd hebben. Die was heel goed."

Babs van den Bergh: Wat kan mij gebeuren? Leven met René Gude, Atlas Contact, 384 blz.; euro 21,99

Babs van den Bergh aan het IJ in Amsterdam. In de laatste jaren van het leven van René Gude was zijn ster rijzende en werd hun woonboot druk bezocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden