Interview

Schrijver Rachel Cusk: ‘Lezer, schenk geen aandacht aan mij, maar aan uzelf’

Portret van Rachel Cusk.Beeld Patrick Post

De boeken van Rachel Cusk over moederschap, huwelijk en echtscheiding zijn scherp en geestig, maar ook omstreden. Na haar eigen scheiding vond ze zichzelf én haar schrijverschap opnieuw uit.

Ze heeft haar leven opgedoekt, heeft geen grip op wie ze is en weet nog niet hoe de toekomst eruit zal zien. Ze is alleen en moet zichzelf opnieuw uitvinden. Hoe vertel je dat verhaal? De Engelse Rachel Cusk stelde zich die vraag niet alleen omdat ze zelf na een moeizame echtscheiding een nieuwe weg had moeten zoeken, maar ook omdat ze als schrijver een nieuwe literaire vorm zocht voor een vertelster zonder plan of plot. “Schrijven over scheiding is als schrijven over een gebouw dat is afgebroken”, zegt Cusk. “Hoe richt je dan nog iets op? Een schepping kan geen leegte zijn, een scheiding is dat wel.”

In Nederland is Rachel Cusk geen bekende naam, in Engeland wel: gelauwerd én omstreden. Haar boeken over vrouwenlevens, moederschap, huwelijk en echtscheiding zijn geestig en slim, maar ook genadeloos eerlijk en somber en wekken dus irritatie. Cusk is geen aaibare auteur. Ze verwoordt de keerzijde. In haar boek ‘In het land van moeders’ (2005) prikte ze de roze wolk door. Dat kwam haar op boze reacties op moederwebsites en scepsis in de pers te staan.

Nog meer ergernis wekte ‘Nasleep’ (2011). Daarin vertelt Cusk over haar ontreddering na een (zelfgekozen) scheiding, waarbij ze haar weerzin om nog te moeten onderhandelen met haar ex niet verhulde.

‘Mijn kinderen zijn van mij!’ riep ze uit, terwijl haar ex als huisman jarenlang voor hun dochters had gezorgd. Dat was even oprecht als onverdedigbaar, ook dát schreef Cusk op, maar dat werd niet opgepikt.

Hoe kijkt u daarop terug?

Cusk zucht diep, vijf jaar na dato. “Zelfs vrienden zeiden dat ik het niet had moeten schrijven, zonder dat ze het gelezen hadden. Iedereen had er alleen maar over gelezen in de krant. Critici gebruikten dezelfde taal als mijn ex tegen mij bezigde. Alsof hij het hele land geworden was. Vreselijk. Dit overkomt vooral vrouwen. Niemand klaagt Knausgard aan die heel intiem over vrouw en kinderen schrijft. Maar het was voor mij ook een teken dat mijn boek niet goed functioneerde, en een aanleiding om een andere weg in te slaan.”

In haar laatste romans, ‘Contouren’ en ‘Transit’, is zo’n verwijtbare ik-figuur afwezig. De anonieme vertelster over wie we nauwelijks iets te weten komen, alleen dat ze gescheiden is en twee puberzoons heeft, zoekt naar ‘een passievere opstelling, een leven waaraan je zo min mogelijk je wil oplegde’. Af en toe proeven we van haar onthechte staat, bijvoorbeeld als ze een gezin op vakantie observeert, en bedenkt dat ze ‘andermans leven steeds vaker zag als een commentaar op haar eigen leven’.

In ‘Contouren’ reist deze vertelster naar Griekenland om daar een schrijfcursus te geven, in ‘Transit’ betrekt ze een bouwvallig huis in Londen. We horen wel over de levens van anderen die hun verhalen aan haar toevertrouwen, een medepassagier in het vliegtuig, schrijfcursisten, Poolse bouwvakkers. De ‘ik’ observeert scherp en gedetailleerd, zowel voorvallen als personen. Een stewardess dreunt de veiligheidsmaatregelen in een vliegtuig op (‘ze nam de mogelijkheid van dood en verderf met ons door, zoals de pastoor een congregatie invoert in de details van vagevuur en hel’), een ijdele schrijver wentelt zich op een literaire middag in de liefde van zijn publiek. Het vertelperspectief werkt als een subjectieve camera in film: de anderen zie je scherp, het ‘ik’ blijft een lege plek, een mysterie.

Betekenen deze romans een breuk met uw vroegere, herkenbaarder werk?

“Er is een breuk in mijn leven en die vind je ook terug in mijn schrijven, maar mijn schrijfproces is eigenlijk hetzelfde gebleven. Ik zie een vorm in bepaalde levensfases en zoek dan naar een literaire vorm die dat reflecteert. De wereld van het moederschap uit ‘Het land van moeders’ dwong min of meer tot een ik-verhaal. Iedere moeder ervaart het moederschap als iets overweldigends en unieks, alsof zij de eerste is die dit overkomt, dat is inherent aan moeder worden. In de wereld van ‘Nasleep’, van echtscheiding, als het oude is verdwenen, beschreef ik chaos, gemis aan betekenis, gebrek aan persoonlijke reflectie, je wordt niet meer gespiegeld door je gezin, je huis. ‘Contouren’ is mijn poging om dat te vangen. Overgeleverd zijn aan die willekeur na een scheiding is droevig en beangstigend maar ook bevrijdend.”

Hoe kwam u uit bij deze ongrijpbare vertelster?

“Schrijven is voor mij iets heel technisch. Ik realiseerde me dat ik alle voorkennis uit de zinnen moest halen. Om de chaos van het nieuwe leven te kunnen verbeelden kon dit boek geen alwetende verteller hebben. Er kon ook geen plot zijn want dat zou betekenen dat er zich iemand schuilhield achter het boek. Dit boek moest als een foto zijn, een weergave van de oppervlaktes. Toen ik me realiseerde dat alle voorkennis uit de zinnen moest was het niet meer zo moeilijk om het te schrijven. Als ik merkte dat ik terugviel op de oude manier, dan veranderde ik dat weer.”

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Rachel Cusk. "Schrijven is voor mij iets heel technisch."Beeld Patrick Post

In ‘Nasleep’ legde u de lezer een keuze voor, wilt u het verhaal of de waarheid? Is een scheiding niet ook een verhaal?

“Ik sprak er net over met mijn man, ik ben opnieuw getrouwd. Volgens hem gaat 80 procent van wat we met elkaar bespreken over de kinderen, over zijn zoon en mijn dochters. Ik kon het niet geloven maar het is zo. We zijn het verhaal dus gewoon weer opnieuw aan het opbouwen. Het alternatief is stilte, denk ik.”

Het is niet meer dan een reeks ontmoetingen. En toch is het spannend. Je blijft benieuwd waar het naartoe gaat.

“Als het leven zelf, toch? Ik dacht dat niemand het zou lezen omdat het te moeilijk was. Niet zozeer de inhoud, maar omdat je als lezer actiever moet zijn. Je moet iets dóen. Mijn uitgever wilde het niet publiceren. Het zijn gewoon mensen die aan het praten zijn, dat begrijpt niemand, zei ze.”

En toen?

“Nou, dat was slecht nieuws. Ik geloofde haar, want ik aarzelde zelf ook. Maar ik was met mijn kinderen naar Londen verhuisd en ten einde raad door de financiële catastrofe van de scheiding, dit boek was het enige wat ik kon doen. Mijn agent was wel enthousiast en gaf het door aan mijn uitgever in Amerika, die het ook goed vond. Ik ben toen weggegaan bij mijn Engelse uitgever. Nog een scheiding, erg droevig.”

U geeft in ‘Transit’ geen vrolijk beeld van het schrijvers­leven. De vertelster belandt op een literaire middag naast een ijdele schrijver die het schrijven haat, maar hunkert naar de lezer.

“Toch is daar niets mis mee. En veel lezers genieten ervan, ze willen de schrijver die aandacht geven, terwijl ik liever wil dat lezers aandacht aan zichzelf besteden, niet aan mij. Ik herinner me mijn schrijven ook niet terwijl ik mijn leven leid. Het zijn twee verschillende werelden. De meeste van mijn lezers reageren in artistieke zin op mijn werk en ik ben zelf eigenlijk een van die lezers.”

Tien jaar geleden was u een van de weinige feministische schrijvers. Nu zijn er veel meer, terwijl u zich uit het debat lijkt terug te trekken.

“Ik volg de discussie nog steeds met grote interesse, want ik heb dochters die zich betrokken voelen. Maar andere kwesties houden me nu bezig, zoals integriteit. Ik zie dat de ene mens zich inspant voor het goede en menselijke, de andere niet. Dat is interessant, want vrouw-zijn vraagt om een radicale houding. Het idee van aardigheid en tolerantie was lang bedreigend, een moeras waar je in kan verdwijnen. Ik zoek nu naar waar die twee houdingen samenkomen.”

Is feminisme slechts een levensfase?

“Eerst bouw je op iets voort, en dan heb je het opgebruikt. U zou nu ook schrikken als ik u vertelde dat u nog een baby kreeg. Jaren achter elkaar werd ik steeds weer voor de radio gevraagd om mijn licht te laten schijnen over het moederschap, maar het is niet mijn expertise, ik was slechts een getuige. Mijn kinderen zijn groot nu. Ik denk nog wel na over vrouwelijkheid. Over hoe die zich zal ontwikkelen.

“Het bijzondere aan het vrouw-zijn is dat er zo’n kloof is tussen de generaties. Mijn moeders leven was heel anders dan het mijne en dat van mijn dochters zal ook weer heel anders zijn. Ik denk ook na over hoe vrouwelijkheid zich in een leven ontwikkelt. Wat is de waarde van je lichaam als je ouder wordt? Wat houdt gender nog in? Wat is de rol van de stilte in een huwelijk? Daar heb ik nog wel wat over te zeggen, maar het feminisme is niet mijn gevecht meer.

“Wat ik nu wil is een puzzel neerleggen, het formuleren van morele problemen, tonen waar iets zich openbaart, het vermogen van de fotograaf eigenlijk. Een ordening op straat die iets uitdrukt, daar zoek ik nu naar. Je hoeft de mensen niet te kennen, ook niet te weten wat ze daar doen, maar het zegt toch iets.”

In ‘Contouren’ en ‘Transit’, de eerste delen van een trilogie, ontbreekt een blik van de vertelster op zichzelf. Verandert dat in het laatste deel?

“Ik denk wel dat ze moet landen, maar ik ben er nog niet uit hoe. Ik vind dit een verwarrende tijd. Mijn kinderen zijn 18 en 17, ik ben net 50, opnieuw getrouwd, maar weet nog niet echt waar ik me bevind. Zo veel is verdwenen. Als je kinderen uit huis gaan, de wereld in, roept dat veel vragen op over wat het allemaal is geweest. En wat daarvoor in de plaats had kunnen zijn. Of je ergens bent gekomen door het zo te doen. Of dat je alleen maar biologisch gebruik van je lijf hebt toegelaten. Ik zie veel mensen van mijn leeftijd die onzeker zijn over wie ze zijn en wat nog zal komen.

“Deze trilogie is ook een poging om een nieuw geloof te vinden, om uit te vinden wat dat is, of het een waanbeeld is, of dat er een echt geloof bestaat. Of er iets beters is dan de manier waarop ik heb geleefd.

“Een van mijn inspiratiebronnen was de Odyssee, waarin de verhalen van de anderen het verhaal overnemen. Ook de Odyssee eindigt met de thuiskomst. Alleen wat is dat thuis? Daar wil ik naartoe. Je bent iets kwijt, maar je hebt het overleefd. Dat kan een nihilistisch einde brengen in wanhoop, maar mij interesseert ook het Griekse idee dat het lijden eervol is. Dat je iets wint. De waarheid. Wat dat dan ook is.”

Rachel Cusk (1967) werd geboren in Canada, bracht haar eerste jaren door in Californië, tot ze met haar Engelse ouders terugkeerde naar Engeland, waar ze op een kostschool belandde. Ze debuteerde in 1993 met ‘Saving Agnes’ waarvoor ze de Whitbread First Novel Award ontving. Cusk publiceerde negen romans en drie memoirs. Ze is gescheiden van fotograaf Adrian Clarke met wie ze twee dochters heeft. Cusk hertrouwde met de Engelse kunstenaar Siemon Scamell-Katz. Ze woont beurtelings in Norfolk en Londen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden