Schrijven tussen de tegenstellingen

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk oogst alom lof en hoge prijzen. Maar recensenten kunnen haar moeilijk plaatsen. 'Theorieën zijn ook alleen maar jargons, manieren om de wereld te ordenen.'

Ze is een vrouw van deze tijd. Eind veertig, grote-stadsuiterlijk en grote-stadsmanieren. In Berlijn valt ze helemaal niet op, ook al doet ze haar best, met rare haarextensies in haar voorheen altijd korte kapsel. Maar wie Olga Tokarczuk in haar boeken ontmoet, krijgt een heel andere indruk. De ene keer is ze een provinciaalse vrouw, diep in het Poolse Silezië, dan weer is ze een vrouw van de wereld, die de hele aardbol bereist.

Op een printje van Google Maps tekent ze desgevraagd haar gang van haar geboortedorp bij Zelonia Gora in west-Polen, naar Warschau, waar ze psychologie studeerde, via Wroclaw, waar ze sociaal werk deed, naar Krajanow, het dorpje in Silezië waar ze begon te schrijven. De boeken die ze schreef, bezorgden haar jaar na jaar de hoogste onderscheidingen, vooral in haar eigen land, Polen, maar ook elders.

Wat maakt haar werk zo bijzonder? De critici die haar boeken, veelal jubelend, bespreken, komen er niet helemaal uit. Aanvankelijk dachten ze te maken te hebben met een schrijfster die zich had teruggetrokken in de Poolse provincie om ver weg van het mondaine gewoel haar eigen magische universum te scheppen. De boeken waarmee ze faam verwierf, zoals 'Oer en andere tijden' en 'Huis voor de dag en huis voor de nacht' gaan over de wijsheid van de eenvoud en de directe band met de natuur.

Maar voor haar is veel belangrijker, vertelt ze, dat haar boeken gaan over de geschiedenis van haar land, over de verknipte verhoudingen in het huidige Polen, over de raadselen van het leven en over de afgrondelijkheid van de dood. Ze is helemaal niet dat rare kruidenvrouwtje dat sommigen in haar menen te zien, de schrijfster die zich op haar boerderijtje, ver weg van de boze buitenwereld, met esoterische theorieën bezighoudt.

"Dat het hoofdpersonage in mijn laatste boek alles vanuit de astrologie verklaart, is literaire opzet. Zij verwerpt de taal waarvan de machtigen en de media zich bedienen en kiest voor zichzelf een eigen taal, waarin ze haar rebellie tegen de wereld kan verwoorden, haar eigen orde aan de werkelijkheid kan opleggen. Schrijven is voor mij een spel met perspectieven, ik speel de manieren waarop mensen tegen de werkelijkheid aankijken, tegen elkaar uit."

De laatste, nog niet in het Nederlands vertaalde roman, is een misdaadroman rond een vrouw die zich verzet tegen de jachtpleziertjes van de notabelen in haar dorp, een gehucht ten zuiden van Krajanow. "Ik kon het niet in mijn eigen dorp laten spelen, dat was te gevaarlijk. De notabelen zouden zich erin kunnen herkennen en dan wel eens vervelend kunnen gaan doen."

Ze kwam er al snel achter dat het leven in de Poolse provincie voor een ruimdenkend iemand als zij niet eenvoudig is. "Aanvankelijk engageerde ik me enorm, organiseerde loterijen en dansavonden, maar de mensen daar zijn erg op zichzelf, ze hebben nauwelijks opleiding; wie dat wel heeft, vertrekt al snel naar de stad. Ze zijn arm en staan wantrouwend tegenover alles wat ze niet kennen."

Uiteindelijk werd Krajanow voor haar een oord van eenzaamheid en depressie. Ze schreef er 'De laatste verhalen' in een donkere winter met veel wind en sneeuw en laaghangende wolken. De roman is een drieluik over het sterven, waarin de dood een opvallend verzoenende rol speelt. "Het gaat over wat een 'goede dood' is, inderdaad precies wat het Latijnse 'euthanasie' betekent. Ik vind dat mensen daar veel opener mee zouden moeten omgaan."

"De dood heeft me altijd al gefascineerd. Als schrijver en als psycholoog. Ik heb in Warschau gewerkt op de psychogeriatrische afdeling van een inrichting, dat is het zwaarste wat je je kunt voorstellen. Ouderdom, gekte, ziekte en dood, daar had je alles bij elkaar. Het was de hel, een initiatie in de donkere kant van het bestaan." Daarna besloot ze schrijfster te worden. "Schrijven is voor mij alle verschillende kanten van de wereld onderzoeken."

Het laatste deel van het drieluik gaat over een vrouw die met haar zoon op een eiland in de Zuid-Chinese zee een stervende man ontmoet. In dat verhaal neemt Tokarczuks literaire verbeelding grote afstand van de Poolse provincie. "Het idee kwam door mijn eerste grote reis, samen met mijn tienjarige zoon naar Zuidoost-Azië, waar een vriendin van me woonde. Ik voelde me er veilig, omdat ik er als moeder werd gezien, op reis met haar kind."

Sindsdien is ze in het reizen net zo thuis als in haar huis in Silezië. Dat bewijst ze in haar boek 'De rustelozen', dat recent in het Nederlands uitkwam en haar imago als chroniqueur van het provinciaalse leven definitief doorbrak. Thema's uit eerder werk keren er terug in een weidser perspectief. "In een van de verhalen in 'De rustelozen' reist bijvoorbeeld een vrouw uit Nieuw-Zeeland naar een oude vriend in Polen om hem een 'goede dood' te bezorgen."

'De rustelozen' bevat een stuk of twaalf korte verhalen waarin het reizen een centrale plaats inneemt. Daar tussendoor staan korte aforismen met observaties, overpeinzingen en invallen die iets te maken hebben met ruimte en tijd, beweging en stilstand, vertrekken en aankomen. Vaak heel filosofische aforismen, maar Tokarczuk laat zich niet op een filosofie vastpinnen. "Theorieën zijn ook alleen maar jargons, manieren om de wereld op orde te brengen."

Typerend is deze passage in 'De rustelozen': "Wanneer ik op reis ga, verdwijn ik van de kaart. Niemand weet waar ik ben. Op mijn vertrekpunt of op het punt waarnaar ik op weg ben. Bestaat er een 'tussenin'? Ben ik als de dag die verloren gaat wanneer men oostwaarts vliegt en de nacht die men tijdens een vlucht naar het westen terugwint? Geldt voor mij de wet - de trots van de kwantummechanica - dat een deeltje op twee plekken tegelijk kan bestaan?"

Tokarczuk is inmiddels zelf het toonbeeld van een 'rusteloze'. Ze reist van hot naar her, gaat komend jaar college geven op de Humboldt Universiteit in Berlijn, werkt aan meerdere boeken tegelijk, en moet - "Ik ben al te laat" - als de donder naar een afspraak met een filmproducent, omdat de gerenommeerde Poolse regisseur Agnieszka Holland haar laatste boek wil verfilmen.

Dat wordt een film met veel laaghangende wolken, sneeuw en een onheilspellende sfeer. Met als heldin een ietwat gekke vrouw die namens de dieren de strijd aanbindt met de plaatselijke jachtvereniging. De vrouw lijdt er lichamelijk onder, ze is voortdurend ziek, heeft last van lichtallergie. Tokarczuk: "De roman heeft een gnostisch uitgangspunt: de wereld bestaat uit tegenstellingen. Als de kwaden de gezonden zijn, zijn de zieken de goeden."

Gezond en ziek, leven en dood, lichaam en geest, rede en gevoel, mens en dier, werkelijkheid en verbeelding, wetenschap en intuïtie: wie zich grondig in het werk van Tokarczuk verdiept - en dat is bepaald geen straf! - stuit steeds op dat soort tegenstellingen en op de pogingen van de schrijfster zich in de sfeer te bewegen die daar ergens tussenin ligt. Geen middenweg, nee, geen consensus, maar een weg die alle mogelijkheden open houdt.

"Dat klinkt misschien heel postmodern, en postmodern is uit, ik weet het, maar voor mij is het 'tussenin' het spannendste wat er is. Om daar sensitiviteit voor te ontwikkelen zie ik als het belangrijkste doel van het schrijven. Ik voel me nu eenmaal nog altijd meer psycholoog dan literator."

Recent verscheen van Olga Tokarczuk in het Nederlands 'De rustelozen', vertaald door Greet Pauwelijn, net als haar andere boeken uitgegeven door De Geus. Haar laatste roman verscheen in Duitse vertaling onder de titel 'Der Gesang der Fledermäuse' bij uitgeverij Schöffling & Co.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden