Schrijven door je in te leven

Schrijven is als acteren, zegt Arthur Japin. Zonder zijn inlevingsvermogen kan hij niet schrijven. Vandaag verschijnt zijn nieuwste roman, ’De overgave’. Een interview.

Het moment dat ’De overgave’, zijn jongste boek werd geboren, staat Arthur Japin glashelder voor de geest. „Je moet nooit zoeken naar een onderwerp”, zegt de schrijver in zijn huis in de schaduw van de Utrechtse Dom. „Dat werkt helemaal niet. Maar er zijn momenten waarop je open staat, ontvankelijk bent. Dat je oog in oog komt te staan met een personage dat in een verhaal of een roman zal gaan figureren. Vaak is dat een schok. Het voelt als een onmiddellijke, hevige verliefdheid.”

Het was 13 mei 2004. Kort na de toekenning van de Libris Literatuur Prijs, die Japin na een tumultueus verlopen avond in het Amsterdams Amstel Hotel was toegekend voor zijn roman ’Een schitterend gebrek’. „Ik wilde weg”, zegt Japin. „Mijn hoofd leeg laten stromen na alle commotie. Ik vertrok daarom met Benjamin Moser, een Texaanse vriend, naar Houston. We zouden met de auto een reis door the great plains naar New Mexico maken, waar ik nooit geweest was.”

Op weg naar Santa Fe stopten de vrienden in Quanah, niet meer dan een postzegel op de landkaart. En daar gebeurde het, ineens. „We parkeerden de auto. Ik liep naar een standbeeld van een indiaan dat op het centrale pleintje stond, las het opschrift op de bronzen plaat onder het beeld – en schoot vol. Ik wist meteen: hier moet ik iets mee.”

Wat stond er op de plaat? „Ik las daar dat indianen volgens hun eigen traditie hun paarden moeten doden als ze zich overgeven. Quanah Parker, de laatste leider van de Comanche, de man wiens beeld daar stond, had zich in 1875 overgegeven, en zijn volk het reservaat binnengeleid. Hij had zijn eigen paard niet gedood, maar een harde klap gegeven zodat het op de vlucht sloeg. ’Kijk’, sprak Quanah, ‘dáár gaat de geest van de Comanche’.”

Het zou drie jaar later de laatste zin worden van ’De overgave’, de roman waarin Japin het verhaal vertelt van Quanah en van ‘Granny’ Parker, een vrouw die deel uitmaakte van een groep diepgelovige blanke kolonisten die zich ging vestigen in indiaans gebied. Diep in het huidige Texas. Japin beschrijft het aangrijpende lot van Granny Parker, die tijdens een overval door indianen aan de grond wordt gespietst en iedereen verliest die haar lief is. Uiteindelijk krijgt ze de kleindochter van wie ze het meest houdt, terug als datgene wat ze het meest haat: het meisje is volledig indiaans geworden.

„Dezelfde avond, in Lafonda, Santa Fe”, herinnert Japin zich, „schreef ik op mijn hotelkamer achter elkaar de opzet voor het verhaal op. Ik dacht toen nog aan een opera. Het was net als bij mijn boek ’De zwarte met het witte hart’. Het noodlotsdrama van de twee Ashantijnse prinsjes was ook zo groot, dat ik aanvankelijk dacht dat ik het niet kon vertellen zonder muziek of theatrale effecten. Het voelde precies hetzelfde.” In de aantekeningen van die avond – Japin laat ze zien, ze staan voorin het boek ’The last Comanche. Life and times of Quanah Parker’ van Bill Heeley – heeft hij in potlood snel drie akten onder elkaar gekrabbeld. Nog altijd telt ’De overgave’ drie delen. Onder een tussenkopje valt te lezen: ‘Grandma speared to the ground.’

Bij thuiskomst uit Amerika sprak Japin over het idee met Lex Jansen, directeur van De Arbeiderspers. „Lex zei tegen mij: ’Ik geloof dat er wel een roman inzit’. Dat was een soort dijkdoorbraak. Inmiddels wist ik ook meer over Granny Parker. Ik dacht: als ik nu eens in háár hoofd zou kunnen kruipen, dan zou ik het hele verhaal invoelbaar kunnen maken. Ik wilde weten hoe het voor haar gevoeld moest hebben om alles af te worden genomen en daarna gedwongen te worden om Quanah, de chief van de Comanche, onder ogen te komen.”

Japin vroeg zich af of Granny tot vergeving zou kunnen komen. „Zou haar karakter het toelaten? Ik wist het niet. Granny’s stem is deels geïnspireerd door iemand die ik gekend heb, een moeilijke vrouw met grote wonden op haar ziel. Ze gebruikte haar stugheid als wapen.” Granny’s koppige weerbarstigheid – ‘Die ouwe is keihard’, staat er op één van de eerste bladzijden van ’De overgave’ – zorgt er opmerkelijk genoeg voor dat de lezer zichzelf ook moet overgeven. „Toen ik haar stem eenmaal te pakken had, ging het schrijven eigenlijk vanzelf. Het enige wat zwaar was, was dat ze zulke verschrikkelijke dingen meemaakt. Omdat ik me zo in haar inleefde, kwamen die verschrikkingen erg dichtbij.”

Zonder zijn inlevingsvermogen kan Japin niet schrijven. „Toen Quanah en Granny elkaar voor het eerst ontmoetten, kon ik niet bedenken hoe dat gesprek precies zou moeten verlopen. Dus ik stelde me de situatie letterlijk voor. Een koloniste en een indiaan. Een oude vrouw en een jongeman. Die hebben elkaar altijd gehaat, maar ze hebben ook niets anders meer dan elkaar. Wat zeggen die tegen elkaar? Er kwam niks. Mijn hoofd bleef leeg. Ik liet het donker worden – om het gesprek nog even uit te stellen – en in de roman werd het nacht, het werd koud. Granny wilde natuurlijk absoluut geen indiaan in haar huis, dus ze liet hem buiten slapen, op de koude grond van de prairie liggen.”

Japin is inmiddels gaan staan, zijn rug kromgetrokken als van een oud vrouwtje. „Ik zie Quanah daar liggen. Ik ken die kou en eenzaamheid. Dan besluit ik om een deken over hem heen te gaan leggen”. De schrijver loopt een paar wankele stapjes. „Maar de deken ligt niet goed en als ik die probeer recht te leggen schiet het erin”, Japin grijpt naar zijn rug, „en val ik bovenop hem.”

Met een plof gaat de schrijver weer zitten in zijn stoel. „Ja, dat heb ik écht niet bedacht. Dat deed ze zelf. Daar is niks zweverigs aan. Ik zit niet achter de schrijftafel als aan een kloppende tafel tijdens een seance. Maar het is een mechanisme dat in me zit. Je kunt het vergelijken met acteren. Zoals een acteur vanuit een goede voorbereiding tijdens de voorstelling kan improviseren, vanuit zijn rol dingen kan bedenken en reageren, zo kan ik ook vanuit mijn personages denken. Of, denken, dat is misschien nog het verkeerde woord: het is volstrekt intuïtief.”

Japin speelde als jongen al graag toneel. Hij is zijn carrière ooit begonnen als acteur en operazanger. „Dát wilde ik: voelen hoe het voelt vanuit het perspectief van een ander. De eenzaamheid opheffen. Ik dacht dat op het toneel te vinden, maar vind dat nu op papier.” Zijn boeken vragen in zekere zin om begrip voor hoe hij is. Al zijn personages zijn eenlingen, die hun plaats moeten bevechten binnen of buiten de maatschappij. „Ik beschrijf hoe het voelt om een buitenstaander te zijn. Om met de nek te worden aangekeken. Het effect van mijn succes als schrijver is, wonderbaarlijk genoeg, dat ik nu honderdduizenden mensen over de gehele wereld persoonlijk bereik. Een ontdekking. Nooit gedacht dat ik dat mee zou maken.”

Schrijven is voor Japin geen kwestie van schaven en polijsten aan zijn stijl, maar een kwestie van de juiste authentieke toon treffen. „De stijl, dat is de stem van mijn personage. En die stem spreekt. Die vorm ik niet bewust, maar die is onontkoombaar. Dat gaat wel heel langzaam. Ik schrijf ongeveer maar een halve bladzijde per dag. De ene zin roept heel vanzelfsprekend de volgende op. En als die eenmaal is opgeschreven kan je er bijna ook geen andere zin meer van maken.”

Eenmaal bezorgde een zin hem een enorm probleem. „Ik tikte de zin in, maar als ik de punt zette, dan liep de computer vast. Dat gebeurde steeds opnieuw. Toen heb ik de zin met de hand overgeschreven, en een andere computer geprobeerd. Hetzelfde. En een derde computer. Vervolgens mailde ik de zin in losse stukken naar de De Arbeiderspers, om te kijken wat erin zat. Niets te vinden. Microsoft werd gevraagd om ondersteunende software. Mocht niet baten. Uiteindelijk is die zin in twee delen naar de drukker verscheept. En pas nu, in het boek op bladzijde 148, staat die lange, hele emotionele zin – ’omdat ik zelf geen idee meer had waar ik nog troost vandaan zou moeten halen, geen greintje voor mezelf’, staat in het hart – als geheel afgedrukt. Hoe dat kan? Niemand kan het me vertellen.”

Japin keerde, toen hij eenmaal de laatste hand had gelegd aan zijn roman, afgelopen zomer nog eens terugkeerde naar het gebied van de Indianen. Daar maakte hij al even vreemde dingen mee. Hij stuitte op het vervallen huis van Quanah Parker, Star House, waar stukgeslagen gipsen poppen van indianen op bed lagen. Japin rilt. „Huiveringwekkend.” En in Lawton, Oklahoma, vlak voor hij bij het huis van Quanah aankwam, barstte er een noodweer los. „Ik had nog nooit zoiets gezien. Boven de Wichita Mountains, het gebergte waar Quanah geboren is, donderde het. Links en rechts sloeg de bliksem in. Je zag geen hand voor ogen. De volgende dag werd Comanche County tot rampgebied uitgeroepen.”

Net zo’n onheilspellend onweer had Japin kort tevoren beschreven in ’De overgave’. Het is het moment dat Quanah wacht op een teken van de wolken, de geesten van zijn voorouders: ‘Hij zweeg en wachtte af, luisterend naar het gerommel en de slagen in de verte. Het duurde lang, want dit was een beslissing die van allen moest komen. [..] De lucht begon te kolken als een zee.’ De passage sluit af met de omineuze woorden: ‘Dit waren de tekens en Quanah gehoorzaamde.’

Japin knikt. „In zekere zin volg ik ook de tekens. Toen ik nog maar tien pagina’s te schrijven had, wist ik nog steeds niet hoe de roman precies zou aflopen. Of Granny Parker werkelijk tot vergeving zal komen. Hoe dat mogelijk is, weet ik ook niet. Zo werkt het nu eenmaal. Dat is ook niet erg. Het houdt mij tot het laatste woord nieuwsgierig. Anders zou ik het schrijven misschien ook laten, als ik al precies wist hoe mijn hoofdfiguur zou reageren. Daarom zal ik waarschijnlijk nooit een volledig autobiografische roman schrijven. Die bevat namelijk geen verrassingen. Ik weet al hoe ik voel. Ik wil weten hoe het zit bij een ander. Dát wil ik beleven – en, ja, dat is een vorm van liefde.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden