Interview

Schrijfster Olga Tokarczuk herontdekte de multiculturele wortels van Polen

Olga Tokarczuk, Pools schrijfster. Beeld Jacek Kołodziejski

Een dikke, historische pil over het achttiende-eeuwse Polen doet in dat land veel stof opwaaien. Het daarin geschetste beeld van een multicultureel Walhalla past niet in het rechts-nationalistische, homogene zelfbeeld. 

 Als eerste Poolse schrijfster won Olga Tokarczuk vorig jaar de prestigieuze Man Booker International Prize, met haar roman ‘De Rustelozen’. Voor ‘De Jacobsboeken’ kreeg Tokarczuk niet alleen prijzen en goede recensies, maar ook woede en boycots over zich heen. Dreigingen van extreem-rechts deden haar uitgeverij zelfs besluiten tijdelijk beveiliging in te zetten voor haar. En dat allemaal vanwege een historische roman. Hoe kan een verhaal over het achttiende-eeuwse Polen voor zoveel ophef zorgen?

De Jacobsboeken schetst via allerlei zijwegen het verhaal van de mysterieuze Joodse leider Jacob Frank. Het speelt in het Centraal-Europa van de late achttiende eeuw, dat soms doet denken aan onze hedendaagse westerse samenleving. De Pools-Litouwse gemenebest is een multicultureel Walhalla, waar joden, katholieken en moslims, Germanen, Balten en Slaven, dwars door elkaar heen leven, elkaars gerechten eten, elkaars markten bezoeken en soms zelfs elkaars bed delen. Dat beeld staat ver af van het homogene Polen dat rechts-nationalisten voor ogen hebben. Het is ook een maatschappij met veel interne spanningen, waar hele stammen schuldig worden bevonden aan onopgeloste moorden, waar christenen geruchten verspreiden over Joodse handelaars en Joden roddelen over hun katholieke buren. Het boek is pas verschenen in het Nederlands, de schrijfster is in verband daarmee kort in Amsterdam.

Waarom voelde u dat het nodig was een boek over Jacob Frank te schrijven?

“Bij toeval vond ik een proefschrift van een Poolse student in Wrocław. Meteen was ik verwonderd dat ik, als hoogopgeleide Poolse, dit verhaal niet kende: hoe is het mogelijk dat dit verhaal onder het tapijt is geveegd? Ik besefte al snel dat Jacob Franks verhaal universeel is, en echt van deze tijd.”

Waarom?

“Omdat het een verhaal is over assimilatie en integratie. Het gaat over uitheemse volkeren, buitenlanders, die op onze deuren kloppen en vragen: ‘Kunt u uw deuren openen? Wij willen naar binnen! Wij willen ons en u assimileren!’ Assimilatie is een proces waar beide partijen zich in moeten schikken.”

Hoofdpersoon Jacob Frank is een Turks-Joodse textielhandelaar. Frank richt in Polen het Frankisme op, een religie die joodse, christelijke en islamitische kenmerken vermengt. Op haar hoogtepunt claimt de religie 500.000 christenen en joden te hebben bekeerd tot Frankisten. Hij overtuigt joden de Messias te zijn, een verblijdende boodschap in hun erbarmelijke leven. De katholieke geestelijkheid en adel overtuigt hij dat hij de sleutel is naar kerstening van het Joodse volk. Door de ogen van Joden, priesters, Ottomaanse handelaars en de Poolse adel – personages die grotendeels echt bestaan hebben en op Wikipedia te vinden zijn – maakt Tokarczuk duidelijk waarom Frank zo geliefd en gehaat werd.

Tokarczuk reisde met haar man in de voetsporen van Frank door heel Europa. Uiteindelijk begreep ze waarom het makkelijker was om Frank te vergeten. Voor orthodoxe joden was hij een verrader. Maar ook zijn bekering tot het katholicisme werd hem niet in dank afgenomen: uiteindelijk zou hij dertien jaar vastzitten wegens ketterij. Franks volgelingen werden gekerstend, en succesvol geassimileerd. Hun kinderen durfden er niet meer over te spreken.

Met meer dan 170.000 verkochte exemplaren in Polen is De Jacobsboeken een daverend succes. Het heeft Polen weer bekend gemaakt met zijn eigen bizarre geschiedenis: “Verschillende lezers zijn na het lezen van mijn boek op zoek gegaan naar hun eigen verleden en ontdekten Frankistische of Joodse wortels in hun familie. Die zoektocht naar ons ingewikkelde verleden was afwezig in de Poolse literatuur.”

Tokarczuk ziet die zoektocht naar het verleden terug in de identiteitskwestie die de Poolse politiek in zijn greep heeft. De nationalistische marsen in Polen, die in West-Europa met argwaan aanschouwd werden, zijn volgens Tokarczuk maar een dun laagje nationalisme waarachter een gecompliceerde identiteitskwestie schuilgaat. “Polen zijn alleen oppervlakkig homogeen. Het communistisch regime heeft hen in die mythe laten geloven. Dat is precies waarom mijn boek controversieel is. Rechtse politici en gemeenschappen hebben opgeroepen mijn boek niet te lezen, om het te boycotten”.

Toch kijkt Tokarczuk optimistisch naar de rechts-nationalistische regering van Polen: “Wij zijn een democratisch land en rechts is hier democratisch aan de macht gekomen. Dit maakt deel uit van ons democratisch proces en ons maatschappelijk debat”.

Voelt u dat die weerstand om het multicultureel verleden te erkennen extremer is in Polen dan in West-Europa?

“Misschien gebeurt het in Polen luider dan bij jullie. Ons land is jong, we hebben daardoor misschien ook meer energie.” Toch wordt Tokarczuk moe van telkens diezelfde vraag. “Het komt soms denigrerend over. Alsof we een wilde stam uit het verre oosten zijn. Xenofobie en nationalisme zijn overal in Europa terug, ook bij jullie in Nederland.”

In het oude Polen dat u beschrijft is het Jodendom dominant. Is het moeilijk Poolse Joden te beschrijven, een volk dat eigenlijk niet meer bestaat?

“Onder Polen leeft een onbewust gemis aan Joden. Wij voelen nu pas, in deze generatie, dat we sinds de naoorlogse jaren een deel van onze bevolking ontberen. Dat werd in 2010 treffend uitgebeeld door kunstenaar Rafal Betlejewski, die door heel Warschau de zin ‘Ik mis je, Jood’ had geschilderd. Tegelijkertijd moet men niet alleen maar vragen: ‘Waarom zijn de Joden hier in concentratiekampen omgebracht?’ Vraag is ook: ‘Waarom waren de Joden überhaupt hier?’ Tien procent van alle Joden woonde in Polen! Dat kwam omdat wij een tolerant land waren, toleranter dan West-Europa.”

Voelt u zich een Poolse schrijfster?

“Natuurlijk, ik ben geworteld in de Poolse taal, haar denken en gevoeligheden. Maar ik voel me, om eerlijk te zijn, vooral een Centraal-Europese schrijfster.”

Wat betekent het om een Centraal-Europeaan te zijn?

“Ik denk dat wij de realiteit op een andere manier waarnemen dan jullie, West-Europeaan. We vertrouwen de realiteit minder, omdat realiteit in onze regio vloeibaarder is.”

Komt dat door de val van het communisme?

“Het komt door veranderende grenzen. Mijn grootmoeder had vier paspoorten, ze veranderde constant van nationaliteit.

“Tegelijkertijd zijn we geen Oost-Europeanen. Wij zijn niet zoals Russen of Oekraïners, geïsoleerd van het Westen. Wij zijn altijd een bron van talent en ideeën voor het Westen geweest. En we hebben altijd een sterke band met de Duitse cultuur gehad, via de Habsburgers en Oostenrijkers.”

Uw familie komt uit Podolië, het huidige West-Oekraïne. Een groot deel van Jacob Franks leven speelt zich daar af. Is dat een van de redenen waarom u zich zo voelt aangetrokken door Jacob Frank?

“In eerste instantie was dat toeval. Maar toen ik opeens dorpsnamen herkende uit familieverhalen gaf me dat natuurlijk energie. Dit ging opeens ook over mijn eigen geschiedenis. Mijn hele familie werd na de Tweede Wereldoorlog gedwongen die streek te verlaten.”

Het Poolse Podolië werd in 1945 Sovjet-Unie. Miljoenen Polen werden weggestuurd, gedeporteerde Oekraïeners namen hun huizen in. Zoals veel Polen uit de regio, moest Tokarczuks familie naar het ‘nieuwe Polen’: Neder-Silezië, waar tot 1945 alleen Duitsers woonden. De hele Duitse bevolking werd verwijderd. De gedwongen Poolse vluchtelingen namen de verlaten Duitse huizen over.

“Mijn generatie is de derde Poolse generatie van Neder-Silezië. Nu pas durven we te praten over die geschiedenis. Tijdens het communistisch bewind was er eigenlijk geen samenleving daar, het was een collectief van mensen in voormalig Duits gebied. Sommige dorpjes zijn compleet vervallen, omdat men het psychologisch niet aankon om iets met die huizen te doen. Soms begrepen ze de landschappen niet, of de Duitse machines die waren achtergelaten. Mijn volgende boek zal daar waarschijnlijk over gaan.”

Voor Tokarczuk vormen die vergeten verhalen, van Joods erfgoed, multiculturele keizerrijken en volksverhuizingen, een bron aan herinneringen dat Europa nooit bestond uit onveranderlijke, homogene natiestaten. “Europa is vol met sporen van mensen die constant in beweging zijn, dat is deel van onze geschiedenis.”

Dat is de grote Europese paradox in De Jacobsboeken. Het beschrijft een Europa waarin grenzen verwaarloosbaar waren, niemand paspoorten nodig had en alleen bandieten een reis van Turkije naar Polen konden belemmeren. “Inderdaad, ook dat is Europa: wij vonden paspoorten en landsgrenzen uit. Wij Europeanen zijn reizigers maar we proberen reizigers ook constant te beheersen.” Het herinnert ons dat Europa’s huidige vluchtelingencrisis nooit had kunnen plaatsvinden in de grenzeloze en paspoortloze achttiende eeuw. Toch was ook toen xenofobie al sterk aanwezig: zo dwong Polen de Frankisten uiteindelijk katholiek te worden. En zo moet Europa telkens opnieuw op zoek gaan naar haar geschiedenis, haar verschillende identiteiten: “De Europese geschiedenis is een constante onderhandeling”.

Lees ook: 

Het lezen van ‘De Jacobsboeken’ is een avontuur dat van de lezer 900 bladzijden lang toewijding vraagt

 Toen ‘De Jacobsboeken’ in Polen verscheen, werd schrijfster Olga Tokarczuk het slachtoffer van een haatcampagne. Ze moest zelfs een tijd beveiligd worden. Vreemd, want haar roman speelt zich af in het Polen van de achttiende eeuw.

Staat Polen een  Polexit te wachten? 

Vandaag spreken Polen zich in lokale verkiezingen uit over hun nationalistische regering. Nationale en Europese verkiezingen volgen. Inzet: het lidmaatschap van de EU.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden