Schrijfster Iris Hannema was tien jaar lang op reis, ineens had ze er geen zin meer in

Beeld Iris Hannema

Zij was niet een paar weken op vakantie, maar tien jaar onderweg. Nu reisschrijfster Iris Hannema (32) een vast thuis heeft gevonden, komt ze pas echt aan leven toe.

Op zonnige dagen rijd je hier met zebrabelichting naar boven, in flitsen afwisselend blazend zonlicht en diepe schaduw, alsof de avond zijn veren al opgelucht geschud heeft. Op links, in de heilige oostelijke richting, zie je nu ons metaalgrijze huis liggen en dan vooral de geelfluorescerende parasol en het knaloranje beschermplastic voor de houtopslag, beide aandachttrekkend door hun artificiële treiterkleuren. De houtkleurige rolluiken zijn naar beneden, ze raken de grond als lange vrouwenrokken, en het huis van beton ziet er stuurs en dichtgegroeid uit.

Als ik de keukendeur van het dubbele slot afdraai en de vochtige kelderlucht binnenloop, moet ik lachen. Wat is het toch heerlijk om thuis te komen, roep ik tevreden naar mijn geliefde die nog in de tuin staat.

Het wasrek hadden we hier niet te drogen moeten zetten, zeg ik tegen hem, de kleren ruiken naar slecht gedroogde handdoeken.

We moeten nodig luchten, alles openzetten, al na een dag afwezigheid heeft het huis zich als een beer in zijn wintercocon gehuld, klaar om te gaan slapen.

Er moet muziek opgezet, keiharde blazers, opbeurend, ritme, Cubaans, maar dit is het nu, dit moet het nu blijven, alle muziek die op mijn laptop staat heeft zich gehecht aan een herinnering, een locatie ver van hier, andere mensen, een ander ik.

Hier past stilte het best.

Drie maanden ben ik nu in Frankrijk, gesetteld in het huis op de berg met het kruis van de Alpenregio Savoie op de buitenmuur, boven aan de gevel de nog altijd werkende zonnewijzer. Twee keer was er even sprake van een zomerseizoen aan de kust, Bretagne of Corsica, naar onze grote liefde, de immer bewegelijke zee, het prikkende zout, de zilte geur van het eeuwige leven.

Met de mogelijkheid van een nieuw avontuur op komst, laaide de mij zo bekende reactie op, lijkend op dat wat opwelt bij een heftige ruzie, een wild kloppend hart en snelstromend bloed. Maar wat me deze keer verhitte was niet de mogelijkheid van een toekomstige reis, maar de heftigheid niet te willen vertrekken, thuis te willen blijven.

Was ik wellicht getemd door mijn leeftijd, tweeëndertig? Gekalmeerd? Versaaid? In verwarring? Ik hield toch verdorie zo van die onrust van bewegen en voorwaarts gaan, de verandering van exterieur, nooit lang ergens te blijven, nergens thuis te zijn, overal als los zand rond stuiven? Dat was toch niet ineens overgewaaid?

Verontrust googelde ik fotomateriaal om mezelf aan te sporen en op te zwepen: 'Côte de la Bretagne', 'Meilleurs plages de Corse'. Prachtfoto's verschenen, van roestbruine kliffen, bunkers in duinen tot een azuurblauwe zee waarin de wolkenlucht gespiegeld wordt, het rulle wit zand uiteen kammend.

En, en? prikte ik mezelf, dat is toch te gek? Maar ik kreeg mezelf er deze keer niet enthousiast voor gemaakt, integendeel. Mijn wil droeg me juist op mijn rugzak nu eens even niet in te pakken, maar lekker te laten liggen daar boven op die kledingkast, absoluut geen lange autoritten te maken, niet op zilveren glimmende vliegtuigen te gaan wachten, al helemaal geen boten meer te nemen en ook geen onverdraaglijke hitte tegemoet te reizen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Iris Hannema

Voor de eerste keer na tien jaar reizen dacht ik aan alle moeite die verplaatsen met zich meebrengt, hoe ik altijd had afgezien, op mijn qui vive was geweest. Het is opvallend hoe lang je niet kunt zien dat rusteloosheid niet door beweging, maar door het tegenovergestelde transformeert in rust. Ik besefte dat reizen ook kan verzadigen, dat ik nooit echt aan leven was toe gekomen omdat ik onderweg te hard bezig was geweest met overleven.

Daar was ik nu hard aan toe, eens een gewoon leven leiden, zodat ik daarna ook weer zou kunnen vertrekken, mijn werk als reisschrijver zou kunnen vervolgen, maar dan met een thuis waar ik naar zou terug- verlangen. Ik dacht aan de vissersschepen die op open oceaan wiebelen tot je groen ziet en dat de vissers intens houden van de zee omdat ze weten dat de haven op ze wacht en land onbeweeglijk is.

Mijn ouders, die in Haarlem wonen, zegden toe ook best in Bretagne of op Corsica langs te willen komen, maar ik wenste ze nu eens niet te ontmoeten op een reisbestemming. Argentinië, Los Angeles, Turkije, Haarlem, altijd was ik op doorreis of herstellende, melancholisch, onrustig, niet-thuis, klaar om weer te gaan.

Nu wilde ik mijn tuinhek voor hen openduwen, mijn hond geruststellen, mijn Franse geliefde aan hen voorstellen, ze bij ons thuis verwelkomen, verwennen en daarmee mijn actuele staat-van-zijn laten zien: een gekalmeerd innerlijk, zigeuner-af, schrijfster gebleven en bovenal zoveel gelukkiger dan voorheen.

Ik kan intussen zelfs koken, niet all-round maar ik begin er best handig in te worden, iets waar ik in mijn reisjaren nauwelijks de gelegenheid voor heb gehad. Op reis zijn keukens voor zelfkoks nauwelijks bereikbaar, ironisch genoeg de uitgelezen plek in huis om na te denken en samen te komen. Wat ik ook al zo graag doe is de was, een wasmachine binnen handbereik, alles wat ik wens kan meteen gewassen worden, de luxe.

En boodschappen, het hangen op een karretje en dan stapvoets langs die volle schappen in zo'n gigantische hypermarché. Bij de groente en het fruit lees ik graag de bordjes met de plaats van herkomst: Costa Rica, Spanje, Guatemala, Jordanië, Nieuw-Zeeland.

Jullie liever dan ik, denk ik nu grinnikend.

Qua uiterlijk ben ik nog dezelfde, mijn haarkleur is misschien wat donkerder omdat ik me niet meer in de allesblekende zonnewereld bevind. De ware verandering is dun en aderig, van binnen, en niet opvallend plomp en zichtbaar, zoals ik verwacht had. Als ik terugdenk aan mijn reizen, zie ik iemand die rent, die haast heeft, weinig toeschietelijk is, doet wat ze wil en nergens bij wil horen. Ik krijg de behoefte mezelf in retrospectief te laten schrikken en te bevrijden uit de luchttunnels waarin ik toen liep. Een stug voorkomen en een behoeftige ziel, ik vermomd als egel, een ongeëvenaarde laat-me-met-rust-uitstraling en tegelijkertijd een tergend alleen voelen, behoeftig, op zoek naar een idealistisch soort liefde.

Ik besloot te leren thuiskomen, iets wat ik al die reisjaren zo gevreesd had, angst om in te dutten, dat mijn leven zou kapseizen van saaiheid en er zonder avontuur geen geluk meer zou zijn. Wat nooit bij me was opgekomen, is dat je ook een thuis kunt hebben én reiziger kunt zijn, kunt vertrekken zonder te willen ontsnappen.

Met een huis, een stukje land, een man en een hond, is het of er een masker af is, ik echt durf te zijn, niet meer zo proberend en gemaakt omdat het gejaagde eraf is. Dat wat je van nature kunt en uit automatisme goed past, geeft niet dezelfde voldoening als de kunst van gedachten te veranderen. Ik besloot geen slaaf meer te zijn van het mechanische stemmetje dat me al die jaren voortjoeg en nariep: 'Hé, je moet weg! WEG!'

Het leverde rust op en een fantastisch berguitzicht over het Le Granier massief.

Pas een maand na aankomst haalde ik al mijn kleren uit mijn rugzak en legde ze te rusten in de kast. Wat nou als ik toch plots weg zou willen, dacht ik, maar dat moment kwam niet, dus koos ik zomaar een lome middag en er was werkelijk niets bijzonders aan geweest.

Intussen zijn we samen in bouwmarkten en in de Franse Ikea geweest, op zoek naar stoelen, een koffietafeltje en meer kledingopslag. Wie had dat ooit gedacht, wij hier, had ik tegen Francisque gezegd toen we kastdeur na kastdeur opentrokken en opbergkisten op zitbestendigheid uittestten. We waren honderden keren in elkaars gezelschap geweest, maar waren nog nooit eerder samen in een Ikea.

"Mis je de haaien?" had ik gevraagd.

"Nee, jij?" vroeg hij.

"Ik ook niet", had ik in alle eerlijkheid geantwoord.

We schaften een mosterdkleurige stoel aan en we waren er uitzinnig blij mee.

Op de meidag dat mijn ouders voor de eerste keer zouden komen aanrijden, het weer reeds zacht en zonnig, maar nog van een soepele lentewarmte, moest ik bijna overgeven van de zenuwen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Iris Hannema

Een maandlang hadden mijn vader en ik heen en weer gemaild over wat ze allemaal mee zouden nemen. Een boodschappenlijst groeide. Om te beginnen werden alle zaterdagedities van de vier dagelijkse kranten al een tijdje bewaard en de kilo's boeken opgestapeld die via mijn uitgever binnenkwamen en door mij veelvuldig online gekocht werden en bij hen thuis afgeleverd. Voor de speciale aanvragen die ik nogal eens had, alle boeken van één schrijver of schrijfster, liep mijn vader, nadat hij gemaild werd dat mijn bestelling binnen was gekomen, naar mijn favoriete boekhandel in Haarlem.

Daarnaast werd ingekocht en in de achterbak gelegd: potten pindakaas (mét nootjes), chocoladevlokken (zwart-witte), rolletjes zalmpaté van de Haarlemse visboer (gekoeld bewaren, sorry-sorry), Manneke Pisdropjes (de lekkerste die van Van der Pigge), korrelthee (mama weet welke), cheese-onionchips (family-pack!), deodorant en gedroogde vis voor de honden die ik hier niet kon vinden, een bijl van Finse makelij en een plasticbeschermhoes voor de auto. Een idee van mijn vader was het Holland-verrassingspakket voor mijn Franse geliefde: rookworst, pannenkoekenmix, stroopwafels.

Ik wist dat mijn ouders ook zenuwachtig zouden zijn.

Twee jaar geleden ontmoette ik Francisque op een atol aan de andere kant van de wereld en nu pas zouden zij hem voor de eerste keer ontmoeten. Voor onze hond gold hetzelfde, voormalig paradijsbewoner, nu Frans staatsburger.

De verrassing was dat hun komst, hun bezoek, hun aanwezigheid, precies zo voelde zoals het zou moeten, alsof we gewoon thuis in Haarlem waren, er niets veranderd was ondanks de gewisselde locatie. Het was fijn en hoopvol, zoals altijd, ook al waren ze nu bij mij, chez moi.

Wat je doet als je reist, is je eigen leven als een partje van een mandarijn tussen die van anderen uit pulken zodat er plaats wordt gemaakt voor afzondering en buitenstaanders. Die zijnsvrijheid had ik het verslavendste aspect van reizen gevonden, maar het bevredigde me niet meer, dat wist ik nu zeker.

Toen wij mijn ouders na een week weer uitzwaaiden, de remlichten om de heuvel verdwenen als twee lichtgevende rode parels, het schaduw-zonlicht in, was ik verdrietig en gelukkig. Hun afscheidskaart met dankwoorden hing al in de woonkamer aan de muur.

Ik was nu thuis en zij gingen naar huis.

Iris Hannema (1985) is schrijfster en wereldreizigster en bezocht in haar eentje meer dan honderd landen. Eerder verschenen bij De Arbeiderspers haar reisboeken 'Miss Yellow Hair', 'Hello!' en 'Het bitterzoete paradijs'. Volg Iris tijdens haar reizen via @irishannema.

Reageren?

Kan een reis of vakantie u niet lang genoeg duren, gaat u graag exotisch ver weg of bent u meer van de 'staycation'? (zie de tips van Iris Hannema hiernaast). Mail het ons in maximaal 120 woorden via tijdpost@trouw.nl

Tien keer op reis volgens Iris Hannema (terwijl je lekker thuisblijft!)

1. Uit die telefoon, stekkers eruit, ook die van de wifi, deurbel en de televisie. Een succesvolle thuisreis, een staycation, speelt zich af zonder telefoontjes, bezoekjes en berichtjes van vrienden, familie of collega’s en geen sociale media, werkmail of sociale verplichtingen. Suggestie voor de voicemail: ‘Wij zijn er even tussenuit, lekker even helemaal thuis.’

2. Kampeer in eigen tuin. Hoe zonde is het dat we al onze prachtige kampeerspullen slechts gebruiken op campings, locaties waarnaartoe gereisd moet worden. Nee, we gaan anders leren denken, we draaien het kompas om: huiswaarts. Ga ’s avonds op je rug liggen in je eigen gras (kies dus liever niet voor tuintegels) en staar naar onze eigen Hollandse sterrenhemel.

3. Schrijf een reisverhaal en u heeft slechts twee onderwerpkeuzes: uw eigen huis of uw straat (tot de hoek!). Een reisverhaal begint met observeren, kijk dus met geheel andere ogen en beschrijf wat u ziet, in detail, raak alles aan, probeer kleuren te beschrijven, ruik aan alles (u mag op de computer schrijven, maar zonder internetverbinding)

4. Etens-exotiek. Haal in deze thuis-vakantie-periode alleen boodschappen die normaal gesproken niet op uw KOPEN!-lijstje voorkomen. Het doel is de koelkast te kunnen openen en geen flauw idee te hebben wat er zal gebeuren als u die vreemde verpakkingen van die vreemde producten zult afhalen en ermee aan de slag gaat.

5. Stel de siësta in. Houd de Franse middagstop aan, tussen twaalf en twee is niemand bereikbaar en is alles dicht, punt uit. Het is even wennen, het lichaam ’s middags te rusten leggen, ogen dichtdoen, tot rust komen als het avond is, maar u zult al snel merken hoe verfrissend het is.

6. Knoop gesprekjes aan met onbekenden. Alle bezienswaardigheden ten spijt, zelfs in eigen stad, de enige herinneringen die met de tijd niet vergaan, zijn de ontmoetingen. De verhalen van mensen kleuren een plek, dus thuis geldt dat ook. Babbel ze!

7. Maak foto’s van je holistay, alsof u op vakantie bent, een reportage van wat u doet, selfies, wat u kookt, wat u opvalt. Probeer te fotograferen wat u anders nooit op de foto neemt. En u zult zien: ineens blijkt dat u nog nooit een foto heeft gemaakt van uw eigen bed in sfeervol avondlicht.

8. Ga aan de grote schoonmaak. Niet dat we op vakantie per se zitten te wachten op gerimpelde chloorhanden en een loeiende stofzuiger, maar stel wel op orde op zaken. Neem de tijd om het huis uit te mesten, ruimte te maken, opnieuw te beslissen: is dit ballast of heeft het een functie?

9. Geen haast! Niets van wat u onderneemt mag maar enige vorm van haast in zich dragen. Zodra u zich opgejaagd voelt (dat doen wij dus vooral zelf, alles snel-snel willen), stopt u direct de bezigheid en sluit eventjes de ogen. Kalm, niets moet, en zo gaan we verder: ontspannen als dobberend op een luchtbedje.

10. Bezoek dan eindelijk eens… die ene plek in eigen stad waar u nou nog nooit toe gekomen bent. Alle toeristen tijgen ernaar toe maar u, trotse bewoner, heeft hét museum/ de kathedraal/toren uit tijdgebrek nog nooit van binnen gezien. Dat zal veranderen, toerist in eigen stad, olé-olé!

Beeld Iris Hannema
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden