Schrijfkramp

Een writer’s block is een akelige aandoening: je gaat ervan drinken, roken en snoepen. En als je pech hebt, verlies je je inspiratie voorgoed. De remedie: blijven schrijven, desnoods rotzooi.

In je hoofd zit een meesterwerk, maar het scherm van je computer blijft leeg. Je gedachten zijn briljant, maar op papier verschrompelt al je brille tot kreupel proza en clichés. Je voelt je rot, je gaat de was ophangen, loopt naar de winkel voor een onzinboodschap, je propt je vol met chips en begint ten slotte vreselijk te zuipen.

En midden in de nacht, na negen glazen wijn, doemt in je dronken hoofd toch dat meesterwerk weer op: het zit er, je weet het zeker, maar je kunt er nét niet bij. De volgende ochtend sta je op met een vreselijke kater en de verlammende angst dat je vandaag wéér geen fatsoenlijke zin zult produceren. Het ziektebeeld is duidelijk: je hebt een writer’s block.

Misschien ben je een beginnende schrijver en geeft deze wetenschap je troost: de beste schrijvers worstelen met een writer’s block. Oek de Jong publiceerde jarenlang niets, de bron van Maarten Biesheuvel lijkt definitief opgedroogd, Geerten Meijsing kan pas schrijven als hij zijn weerzin met een halve liter whisky heeft verjaagd.

Zij delen allemaal de ervaring die Joost Zwagerman in zijn roman ‘Chaos en Rumoer’ als volgt beschrijft: „Maar telkens wanneer hij op het punt stond om met aarzelende vingers het toetsenbord van zijn tekstverwerker te beroeren, was het alsof er een schaduwgedaante in hem opstond die hem van binnenuit bij zijn polsen pakte en hem honend begon toe te fluisteren. Dat hij het niet kon, schrijven. Nooit hád gekund. Dat al zijn pogingen hopeloos en meelijwekkend waren. Dat hij maar beter kon stoppen.”

Tijdens al die frustrerende uren achter de computer vraag je je vast af: waarom doe ik dit, wat is hier leuk aan, wat heb ik toe te voegen aan die immense boekenberg. Weet dan – en dat is niet troostend – dat die zelftwijfel waarschijnlijk nooit overgaat. Zelfs niet als je al zo’n indrukwekkend oeuvre hebt geschreven als Mensje van Keulen.

„Ik denk nog wel eens: Ik wou dat ik gewoon achter een kassa zat”, zegt zij desgevraagd. Want dat werk is heel concreet: je slaat de prei en de salami en het wc-papier aan, geeft wisselgeld terug en klaar ben je. Hoe anders is het leven van een schrijfster als Van Keulen: „Ik heb voortdurend last van een writer’s block. Ik zit vast met het personage, of met de hele structuur van m’n roman, dan rijst het probleem tot een immense zwartheid.”

Om die zwartheid te verjagen ging Van Keulen vroeger verschrikkelijk veel roken: „Ik ging ook ’s nachts drinken en ik snoepte, ik dacht dat ik dat allemaal nodig had om verder te kunnen.” Nu is ze gestopt met roken, en weet ze dat drank en snoep óók niet helpen, maar schrijven blijft voor haar een worsteling: „Daar zit ik dan, met ijshanden en ijsvoeten en een verkrampte nek omdat ik verder wil komen.” Dat lukt tot nog toe altijd, maar de prijs is hoog, vindt Van Keulen: „Ik weet niet wat ik op m’n sterfbed zal zeggen: Het was allemaal niet de moeite waard. Of: Toch fijn dat ik steeds heb doorgezet.”

Weerzin, wanhoop en angst: die drie woorden vind je in bijna elke beschrijving van het writer’s block terug. Volgens Harry Mulisch – die overigens ook al een tijdje geen boek meer publiceerde – bestaat een schrijversblok vooral uit angst voor het schrijversblok: „Dát verlamt.” Dat klinkt als de self fulfilling prophecy die je ook in alledaagse situaties in het café of op kantoor kan treffen: je bent bang om een rood hoofd te krijgen en je kríjgt een rood hoofd. Je bent zo bang dat je een sollicitatiegesprek zult verknallen dat je het daardoor dus verknalt.

Maar schrijvers en kunstenaars hebben het extra moeilijk, zegt psycholoog én schrijver Gerrit Breeuwsma: „Want zij moeten iets maken van niks. Dat is iets anders dan naar kantoor gaan.” Als schrijver heb je geen collega’s, geen agenda, geen functioneringsgesprek, je krijgt maandenlang geen feedback, je weet ook niet precies aan welke kwaliteitscriteria je werk moet voldoen. Je hebt alleen je eigen hoofd en je eigen talent, en twijfel je daaraan, dan loop je vast.

Volgens Breeuwsma is er nog een angst die schrijvers kan verlammen: de angst voor het reader’s block. Want stel dat je boek ooit afkomt, en dat lezers eraan beginnen. Dan kunnen zij zomaar vastlopen in een saaie eerste pagina en je boek onuitgelezen in een hoek smijten. „Het probleem dat de schrijver heeft met de eerste zin – dat hij die niet goed op papier krijgt en daarom niet verder komt – dat heeft de lezer ook. Hij kan elk moment met lezen stoppen.” En dat schrikbeeld kan jou als schrijver zo onzeker maken, dat je maar weer gaat roken of drinken of snoepen.

Behalve tot ongezonde leefgewoonten kan zelftwijfel achter het toetsenbord ook leiden tot zelfonderzoek: waarom schrijf je eigenlijk, waarom kwel je jezelf zo, wat is je diepste drijfveer? Maar dat soort gewroet in je eigen psyche kan ook gevaarlijk zijn, zegt Breeuwsma: „Schrijvers zijn vaak bang om na te denken over hun schrijverschap. Want als je te veel graaft in jezelf, raak je dan je bron van inspiratie niet kwijt?” Verbeelding moet niet geremd worden door een al te groot bewustzijn, onbevangenheid lijkt de sleutel tot die duistere kracht die je ‘inspiratie’ noemt.

Het is een vicieuze cirkel: je hebt een writer’s block, gaat daarom tobben over je inspiratie en raakt die daardoor misschien kwijt. De ontsnapping uit die cirkel is even moeilijk als eenvoudig, zegt schrijver Marcel Möring: „Je moet gewoon gaan zitten en schrijven. Het hoeft niet per se goed te zijn, je moet als schrijver ook vulmateriaal maken.” Niet wachten op die briljante ingeving, maar heel gedisciplineerd desnoods rotzooi gaan tikken. Slechte zinnen en passages kun je later altijd béter maken, zo luidt zijn overtuiging.

Zelf heeft Möring nooit een writer’s block, maar hij kent collega's die niet kunnen werken omdat er drie huizen verderop geboord wordt. Daar heeft hij, met zijn calvinistische arbeidsethos geen last van: „Het scheelt misschien ook dat ik aan één oor doof ben.” Doorzetten dus, en niet gaan drinken en zeuren, vindt Möring: „Je moet ook bedenken wat het alternatief is: als het schrijven niet lukt, dan moet je voor een baas gaan werken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden