Schraal sociaal beleid Oost-Europa

door Wilma van Meteren

Het sociale vangnet is in de Oost-Europese landen veel krapper dan in de rest van de Europese Unie. Minder burgers kunnen aanspraak maken op sociale voorzieningen en dan ook nog voor kortere tijd.

Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht en de Wereldbank. Vooral de ontwikkelingen in Estland, Hongarije en Polen zijn nauwlettend gevolgd. De resultaten zijn gisteren gepresenteerd op een conferentie in Maastricht.

De studie laat zien dat de nieuwe EU-landen een eigen koers varen in hun sociaal beleid. Hoewel de aanpak in ieder land verschilt, heeft die wel duidelijk Europese trekken. Ook na de val van de Muur is sociale bescherming nog altijd een belangrijk pijler in de samenlevingen.

Onderwijs en gezondheidszorg zijn voor de individuele burger vrijwel gratis. De erfenis van de Europese en socialistische traditie, zeggen de onderzoekers. Maar ook voor nieuwe verschijnselen zoals werkloosheid (die bestond officieel niet in het communistische tijdperk) zijn – schrale – voorzieningen getroffen. De uitgaven aan sociaal beleid neemt overal een flinke hap uit het bruto binnenlands product (bbp), hoewel de Baltische landen daarin veel zuiniger zijn dan andere nieuwe EU-lidstaten.

Grote delen van de bevolking zijn afhankelijk van de sociale voorzieningen. Zo ontving in 2003 35 procent van de Poolse bevolking op een of andere manier sociale steun (waaronder ook kinderbijslag). Dat is wel tien procentpunt minder dan in 2000. Anders dan elders in de EU heeft Polen de kinderbijslag gekoppeld aan het gezinsinkomen. Ook in andere landen steekt zo nu en dan de discussie op of dit systeem niet eerlijker is. Maar hoogleraar Chris de Neubourg, leider van het onderzoek, waarschuwt dat nu meer kinderen onder de armoedegrens leven.

Volgens De Neubourg toont de studie en ook andere onderzoeken aan dat er een duidelijk relatie is tussen de omvang van het sociale beleid en armoede. Een land als Estland, dat heeft gekozen voor een liberale markteconomie, telt veel armen en de kloof tussen rijk en arm is er, ook voor Europese begrippen, groot. Bijna een op de vijf Estse kinderen leeft in armoede. De hoogleraar wijst er overigens op dat ook binnen de oude EU grote verschillen in inkomens bestaan.

Het onderzoek legt bloot hoezeer de vergrijzing het oosten van de EU parten kan gaan spelen. Het meeste ’sociale’ geld gaat nu al op aan pensioenen en zorg. De migratie versterkt het probleem in landen als Estland. In Hongarije moet iedere werknemer betalen voor bijna twee landgenoten die niet werken.

Het sociale hervormingsproces in het oosten is nog volop gaande. Veel discussie is er over de arbeidsparticipatie van ouderen en gehandicapten en het vroegpensioen. Ook of degenen die profiteren van de sociale voorzieningen wel die steun verdienen is zo’n onderwerp. Het valt de landen niet altijd mee het idee van de bevolking dat de staat haar noden moet lenigen, te verzoenen met de mentaliteit van zelfredzaamheid in het kapitalistische systeem, aldus De Neubourg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden