Schouwen-Duiveland wint Europese prijs duurzaamste kustgemeente

Koeien op Schouwen-Duiveland. ( FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Schouwen-Duiveland investeert in natuurgebieden en cultureel erfgoed om toeristen te trekken. Het Zeeuwse eiland werd deze week tot duurzaamste kustgemeente van Europa gekroond.

Er grazen koeien en paarden op de plek in Renesse waar de familie Ruitenberg dertig jaar een bloeiende camping dreef. De gemeente wilde dat de natuur er haar eigen gang kon gaan. Zelfs bomen pasten daar niet bij, want het bos dat op de grond van de camping stond, is gekapt. Aan de andere kant van het dorp bouwde zoon Marc Ruitenberg een nieuw vakantiepark.

Het natuurbeheer op Schouwen-Duiveland valt internationaal in de smaak. De Europese organisatie voor kust- en zeebeheer EUCC kroonde het eiland deze week tot meest duurzame kustgemeente van Europa. Dat er maar elf gemeenten zich voor de verkiezing hadden aangemeld, doet niets af aan de trots van wethouder Ad Verseput van toerisme. Schouwen-Duiveland is immers ’duurzamer’ dan enkele Spaanse en Portugese kustgemeenten, en Nederlandse tegenstrevers als Ameland, Katwijk en Noordwijk. Volgens Verseput was de jury onder andere blij met de pendelbusjes die in Renesse naar het strand rijden. „We wilden minder druk op de wegen naar het strand. Dan is een transferium met gratis busjes een goede oplossing.”

Maar wie denkt dat op Schouwen-Duiveland alles in het teken staat van het milieu, komt bedrogen uit. Officiële eco-campings, die alles in het werk stellen om zo weinig mogelijk energie te gebruiken, kent het eiland niet. De typische jongerencampings in Renesse en Scharendijke zijn beeldbepalend. Wie het eiland via de Brouwersdam oprijdt, ziet vlak naast de weg camping Duin en Strand liggen. Jongeren rijden aan met aanhangers vol bier. Als ze willen, kunnen ze bij aankomst meteen beginnen met drinken, want er staan vaste tenten op de camping. Sommigen bouwen de vreemdste bouwwerken van de lege kratten.

Op Schouwen-Duiveland zijn nog steeds parken met rijen witte caravans die vaste gasten trekken die er het hele seizoen verblijven. „Deze vorm van toerisme zie je langzaam verdwijnen. De doelgroep vergrijst”, zegt wethouder Verseput. De caravanparken zijn in de loop der jaren steeds ruimer opgezet. „Elke caravan heeft een staplaats van minstens 300 m2. Het was voor sommige campingshouders even slikken toen we deze regel invoerden.” Volgens Verseput komt de moderne consument niet af op alleen zon, zee en strand. „Het is belangrijk dat je hier de ruimte hebt. Steeds meer mensen komen om te fietsen, vissen of duiken.”

Een van de dingen waarvan de Europese jury onder de indruk is, is het educatieve gehalte van veel attracties. Bij het bos Westerschouwen staat de Ecoscope, waar volwassenen en kinderen alles kunnen zien over de natuur. Even ten zuiden van het eiland ligt het voormalige werkeiland Neeltje Jans. Er is een park met een informatiecentrum over de Deltawerken en een zeehondenshow.

Het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk is sinds vorige maand vier keer zo groot als voorheen. Het museum bestaat nu uit vier caissons in plaats van één. De enorme betonnen blokken zijn ooit door de geallieerden vervaardigd als voorbereiding op een invasie bij Oostende, die nooit is doorgegaan. De caissons kwamen in 1953 van pas bij het dichten van het gat in de dijk bij Ouwerkerk, een van de zwaarst getroffen dorpen tijdens de watersnoodramp.

Een van de nieuwigheden in het Watersnoodmuseum is de multimediale inrichting van caisson 2. Namen van 150 slachtoffers van de watersnoodramp worden geprojecteerd in de ruimte. Als een bezoeker een naam opnoemt, start een computer met een systeem voor spraakherkenning een geluidsbandje. Je hoort een korte versie van het levensverhaal van een van de 150 ingevoerde slachtoffers, zoals het is ingestuurd door nabestaanden. Museumdirecteur Jaap Schoof droeg verhalen aan over zijn oma en tante. Sinds premier Balkenende het museum vijf weken geleden opende, heeft het al 10.000 bezoekers getrokken.

Een belangrijk nieuw wandel- en fietsgebied ligt in het zuiden van het eiland. Onder de naam Plan Tureluur kochten de overheid, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten de afgelopen tien jaar steeds meer boeren uit. De zandgrond was niet erg vruchtbaar, dus dat was geen straf. De natuurbeheerders zetten steeds meer land onder water, wat niet alleen gunstig is voor de tureluur. Ook andere vogels broeden graag in het gebied. Zo komen er steeds meer toeristen speciaal voor de natuur. Omdat camping- en hotelhouders de laatste tijd vragen over vogeltjes krijgen, geeft de koepel voor recreatieondernemers Recron zijn leden informatie over de lokale natuur.

De boeren zijn niet helemaal weg uit het Tureluur-gebied; er grazen vleeskoeien die uiteindelijk gewoon worden geslacht. Het gebied wordt de komende jaren naar het zuiden uitgebreid. „Het uitkopen van boeren en campings kost een hoop gemeenschapsgeld”, zegt houder van een vakantiepark Marc Ruitenberg. „Wat het precies oplevert, is niet precies in muntjes uit te drukken. Toch weet ik zeker dat het het eiland meer oplevert dan kost.”

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden