Schouten / Paulus & Mariska

Met een zekere regelmaat kijk ik naar Kabouter Plop, om te zien hoeveel beter de kabouterwereld vroeger in elkaar zat en om de kinderen van nu te betreuren die blootgesteld zijn aan dom hupsende en overbodige zinnen uitsprekende volwassenen in kabouterkiel en met puntmuts op.

Het is de laatste jaren troosteloos gesteld in de kabouterwereld, dat concludeer ik verder uit de totaal ontaarde kabouters die in ’Jiskefet’ nogal eens vanaf de tribunes invectieven naar het toneel schreeuwden en zo nu en dan zelfs slaags met de mens dreigden te raken. Nee, dan Paulus de Boskabouter, het manneke waarmee ik ben opgegroeid. Voor mijn vader, een overtuigd volgeling, betekenden de vijf radiominuten op vrijdagavond een moment van volstrekte overgave. Wij werden geacht allemaal aanwezig te zijn als Paulus met Oehoeboeroe – ’helendal nogal wel zo tamelijk’ – en Salomo de raaf het opnam tegen de eufemistische heks Eucalypta. Om te zien wie wij precies voor ons hadden, werden de bijbehorende Paulusboekjes uit de bibliotheek gehaald en ik denk dat ’Paulus en het draakje’ of het epos ’Paulus en de eikelmannetjes’ meer voor mij hebben betekend dan de hele lagere school of de Varkensbaaicrisis. Paulus was weliswaar van een immense braafheid en een hoge morele standaard, maar hij combineerde deze weinig inspirerende eigenschappen met een soort onnozelheid, een goed vertrouwen dat keer op keer garant stond voor kleine, maar prikkelende avontuurtjes. Gehele overtuigd van het goede in de heks, gunde hij Eucalypta haar misdaden steevast gevolgd door penitentie, daarbij sceptisch gadegeslagen door de twee grote vogels, die als een soort lijfwachten de kleine humanist bewaakten. Na de radio volgde de televisie en daarmee zette ook direct Paulus’ neergang in. Van een universum met lessen voor groot en klein werd het nu opeens een kinderserie met lelijke poppen en verkeerde stemmetjes. De ondergang van Paulus in het toenemende technologisch universum belichaamt het hele tekort van onze cultuur, iets met geestelijke eigenschappen ontwikkelde zich tot een vulgair kijkspel. Ik keerde me van de kabouter uit mijn jeugd af. Dat ik in plaats van Paulus de Boskabouter nu Mariska Veres boven mijn bed hing kan ik niet zeggen, maar ondanks mijn geringe belangstelling voor haar muziek zag ik wel dat ze een icoon van de vroege jaren zeventig was. Mooi maar nog niet bezoedeld door de ratrace van bekende Nederlanders, talkshows en reality-soaps belichaamde ze met haar zwart-omkohlde ogen ook zoiets als een sluimerend hippie-ideaal. Met haar zou je wel in een Volkswagenbusje de woestijn willen intrekken. Boven m’n bed niet, maar in de Rijam-schoolagenda van die dagen kon je niet om haar heen en het liedje ’Venus’ met haar stemgeluid is zoiets als de ’Eine kleine Nachtmusik’ van de Nederlandse pop. Dit weekend overleed zowel Jean Dulieu, de schepper van Paulus de Boskabouter en daarmee vertegenwoordiger van een naoorlogs vredesgevoel, als Mariska Veres, zangeres en schoonheidsideaal van de babyboomers. Bij elkaar voelde hun overlijden aan als een definitieve streep onder een tijdje dat het aangenaam was in Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden