schouten / Moderne ouderenzorg

Ik werd tot m’n verbazing uitgenodigd op het feestje van de huisgenote van mijn oudste dochter. Zeer vereerd. Ze wordt eenentwintig jaar. „Er komen wel voornamelijk jongeren hoor”, waarschuwt Sarah mij.

Ja, dat snap ik. In mijn tijd (daar moet ik ook eens mee ophouden, met dat ‘in mijn tijd’) nodigden eenentwintigjarigen hun ouders helemaal niet uit, uit afkeer en schaamte en generatiekloof. Dat is voorbij. Maar helemaal vanzelf gaat het kennelijk toch nog niet. Ze wil natuurlijk niet dat ik de hele avond als een muurbloem met verwrongen gelaat naar ongewenste muziek sta te luisteren.

Of is misschien bang dat ik mijn oog op een van haar vriendinnen laat vallen, zoals Kevin Spacey in ‘American Beauty’ en de vader in Grunbergs ‘Tirza’, verhalen van deze tijd met vaders van deze tijd. Wat gebeurt er eigenlijk op je eenentwintigste dat er zo’n groot feest van moet komen? Meerderjarig ben je inmiddels al op je achttiende. Die leeftijd werd verlaagd in 1988, ik was toen al vierendertig en heb er geen profijt van gehad.

Toch voelt eenentwintig nog als iets bijzonders, alsof je dan pas helemaal vrij bent. Ik las ergens dat je tot je eenentwintigste ‘jongmeerderjarige’ bent en je ouders nog een onderhoudsplicht hebben. Eerder voor de ouders dus een reden om op die leeftijd van hun kinderen een feestje te vieren. Kunnen ze eindelijk die twoseater kopen. Er is trouwens wel een voorwaarde aan de uitnodiging verbonden. O ja? We moeten verkleed. Ik ook? Ja, jij ook. Geen ontkomen aan. Nu niet aan wijlen mijn oma denken die denk ik nooit naar een feestje is geweest, en die ik alleen ken in een zwarte, hooggesloten jurk.

Ook mijn ouders waren geen feestbeesten en verkleed heb ik ze al helemaal nooit gezien. Zelfs mij doen verkleedpartijen steevast denken aan het vreselijke carnaval, ieder jaar rond mijn eigen verjaardag. Moet dat nou, een verkleedfeestje? Is dat niet kinderachtig? Nee, juist leuk. Vijfendertig jaar geleden wisten wij niet hoe snel we alles wat aan onze kindertijd herinnerde de deur uit moesten doen, maar tegenwoordig gaan de verkleedkisten onder twintigers weer gul open.

Wat ‘jongmeerderjarigen’ aan volwassenheid gewonnen hebben, compenseren ze kennelijk met grotere restanten jeugd. „Ga maar als ouwe hippie”, stelt Sarah voor, „dan hoef je er niet veel aan te doen, ha ha.” En aan haar moeder stelt ze voor dat die als ‘Gooische vrouw’ gaat, ook niet al te zeer bezijden de waarheid. „Hè nee toch, ik ben toch geen kak”, protesteert de Gooische vrouw-in spe. „Als Willemijn”, preciseert Sarah. „Parelkettinkje, haarband”.

Het moet ook flink overdreven zijn, dat niet iemand vraagt: en, als wie ben jij? Bij nader inzien wordt de ouwe hippie voor mij verworpen. „Ga maar als Indiana Jones.” Kaki-hemd, afritsbroek, ik heb het allemaal van verre en vreemde vakanties, alleen die hoed niet. Maar ik moet wel een veldfles aan m’n riem hangen en een verrekijker om, want ook hier dreigt het gevaar dat men mij onverkleed acht. Roerend toch, die zorg van jongeren voor ouderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden