Schotse jugendstil werkt in Europese vormgeving door

'Glasgow 1900 Art & design', t/m 7 februari 1993 in het Van Goghmuseum, Amsterdam, ma t/m za 10-17u, zo 13-17u.

'Voor zakenvrouwen heeft onze zaak aan Ingram Street een speciale relaxruimte.' Deze tekst op het in 1917 door Jessie Smith ontworpen reclameblaadje van de succesvolle Glasgowse keten 'Miss Cranston's lunch en tearooms' is te zien op de tentoonstelling 'Glasgow 1900, Art & Design' in het Van Goghmuseum. Alle hier getoonde schilderijen en vormgeving zijn vanuit Glasgow zelf gestuurd, als wederdienst voor de uitleen van Van Goghs in 1990.

De tekst over de tearoom zegt iets over de vooruitstrevende sfeer in het Glasgow van rond de eeuwwisseling. In deze sinds 1850 explosief gegroeide havenstad stoorde men zich veel minder aan traditie dan in oudere Engelse of Schotse steden. Vrouwenemancipatie was een van de manieren waarop Glasgow zijn progressiviteit toonde. De beroemde kunstacademie, de Glasgow School of Art, had een aparte en druk bezochte afdeling voor vrouwen. Met haar sinds 1878 uitstekend lopende horecaketen was Catherine Cranston zelf het wandelende voorbeeld van een geslaagde zakenvrouw. Haar trendsettende zaken liet ze inrichten door Charles Rennie Mackintosh en George Walton, die stonden voor een vormgeving die hypermodern en typisch Schots tegelijk was door een unieke combinatie van Japanse, Keltische en symbolistische invloeden en een verregaande vorm van abstractie.

Samen

Hoe die bijzondere combinatie kon ontstaan en het feit dat in Glasgow rond de eeuwwisseling vele kunstenaars en kunstenaressen samen het klimaat schiepen waarin een vormgever als Mackintosh wereldberoemd werd, toont de expositie duidelijk. Veel van Mackintosh' ontwerpen zijn samen met zijn vrouw Margaret Macdonald gemaakt, die met hem, haar zus Frances en diens man Herbert MacNair het kunstenaarscollectief de 'Glasgow Four' vormde.

Van de sombere hoeve op het schilderij 'Brig o'Turk' (1882) van de Schotse schilder George Henry tot de haast schokkend modern aandoende, rechtlijnige kassa die Mackintosh voor Cranstons Chinese tearoom ontwierp (1911), lijkt een enorme stap. Verbanden bestaan er echter wel degelijk. De schilderijen van Henry en zijn collega's, de 'Glasgow Boys', een groep Schotse schilders die zich op de internationale, moderne beeldende kunst richtte, zijn een verrassend deel van de expositie. In een periode van vijftien jaar maakte deze groep een ontwikkeling door van sombere landschappen naar sterk geabstraheerde, kleurige en lichtende schilderijen, vergelijkbaar met die van de Franse post-impressionisten. Naast alle Franse kunst en de sombere, natte en Hollandse landschappen van de Haagse School uit dezelfde tijd zijn de doeken van de Boys echter buitengewoon verrassend en verfrissend.

De invloeden zijn vergelijkbaar met die in Frankrijk - impressionisme, japanse prenten, symbolisme en Cezanne - maar de verwerking daarvan heel eigen. Bovendien voegden de Boys daar een eigen 'nationale' invloed aan toe: de Keltische. Het enorme schilderij 'De druiden' van George Henry en Edward Hornel is een merkwaardige combinatie van felle kleuren, decorativiteit, symboliek en een haast griezelige, nationalistische mystiek. De prachtig bewerkte, houten lijst met ingesneden sikkels en runen wijst op de belangstelling voor de toegepaste kunsten en de samenwerking tussen de verschillende disciplines. De lijst is een belangrijk deel van het schilderij.

Het idee achter deze in Glasgow populaire versmelting van disciplines kwam van de Engelse Arts & Crafts-beweging. De ontwerpen van de Glasgow School of Art waren echter veel minder traditioneel. Behalve dat de Glasgowse moderne vormgeving van gebouwen, drukwerk, meubels, kleding, schalen en sieraden veel sterker geabstraheerd waren, leken ze niet langer op bestaande Europese stijlen, terwijl die van de Arts & Crafts-beweging dat vaak wel doen. De Schotse jugendstil of art nouveau was dan ook letterlijk een 'nieuwe kunst'.

Aan de getoonde ontwerpen is dat af te lezen. De duidelijk gebruikte meubelen, spiegels, geborduurde kussens en lampekappen doen haast aandoenlijk ambachtelijk aan, maar hun motieven zijn origineel. Ze leverden zeer bruikbare stof voor een Europese moderne vormgeving, waarvan tot vandaag de dag de sporen zichtbaar zijn. Een remake van Mackintosh' stoel met de hoge rugleuning (circa 1900) is nog steeds in produktie bij de Italiaanse meubelfirma Cassina en de door Jessie Newbery zo vlijtig geborduurde, gestileerde rozen zijn na het veelvuldige gebruik van Gustav Klimt in Wenen nog steeds het symbool van de jugendstil.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden