Schotse hooglanders / Wegens succes naar de destructor

Het gaat goed met de Schotse hooglanders in de Veluwezoom. Zo goed zelfs dat er te veel zijn. Maar volgens Europese regels mogen de dieren niet elders worden uitgezet. Natuurmonumenten hoopt dat de overheid een oplossing vindt, anders moeten deze winter 100 tot 150 gezonde dieren worden gedood en vernietigd.

door Hans Schmit

Drie zware jongens liggen op het zandpad; een vierde staat er naast, bij een drinkpoel. De poel is een oud hessengat met lemen bodem, in vroeger eeuwen gegraven langs handelsroutes om de paarden onderweg te kunnen laten drinken. De zware jongens maken deel uit van een kleine herengroep die zich rond de drinkpoel ophoudt. Een grote zandkuil iets verderop is het resultaat van de behoefte om elkaar van tijd tot tijd flink te imponeren door in de bodem te graven en te rollen.

Buitenstaanders worden met gesnuif, gestamp en gegraaf geweerd, zegt Harm Piek, beleidsmedewerker van Natuurmonumenten. Maar menselijk bezoek aan hun plek laat de langharige runderen volstrekt onverschillig. De camera's en microfoons die voor hun snuit worden gehouden, lijken ze niet eens op te merken.

Het groepje stieren op de Terletse Heide behoort tot de ongeveer 230 Schotse hooglanders die zich vrij op 3900 hectare van het nationaal park de Veluwezoom kunnen bewegen. Twintig jaar geleden werden in Nederland op twee plaatsen de eerste grote grazers uitgezet, vanuit de gedachte daarmee natuurlijker processen in de toen nog zo aangeharkte Nederlandse natuur op gang te brengen. Runderen en paarden hebben immers eeuwenlang in Europa rondgezworven en met hun gegraas voor een grote variatie in het planten- en dierenleven gezorgd.

In de Nederlandse natuur leven nog wel andere grazers, zoals edelhert, ree en wild zwijn, maar het rund vormde een ontbrekende schakel. Omdat het oeros en het wilde paard zijn uitgestorven, mochten vanaf 1982 in de Oostvaardersplassen Heckrunderen en in een klein deel van het nationaal park de Veluwezoom Schotse hooglanders hun gang gaan. Beide soorten runderen zijn verwant aan de oeros, zijn robuust, gehard en zelfreddend, kalven makkelijk af, kunnen het hele jaar buiten blijven en zijn weinig vatbaar voor ziektes.

Hoewel het experiment destijds veel weerstand ondervond -met name in jagerskringen gruwde men bij de gedachte dat het loeien van koeien het burlen van het edelhert zou overstemmen-, kon vijf jaar later het licht definitief op groen worden gezet. Begeleidend onderzoek maakte duidelijk dat de effecten van de begrazing positief zijn en tot een grotere natuurlijke verscheidenheid leiden. Ook de runderen zelf hielden en houden goed stand.

Harm Piek: ,,In de Veluwezoom begonnen we met tien hooglanders op 170 hectare. De oppervlakte waarop de dieren grazen is daarna toegenomen tot 3900 hectare; de kudde is uitgegroeid tot zo'n 230 dieren. De kudde leeft geheel zelfstandig, kent een natuurlijke opbouw met evenveel mannelijke als vrouwelijke dieren. Ook de leeftijdsopbouw is in evenwicht: de dieren mogen oud worden. Er lopen hooglanders van achttien jaar, terwijl runderen in de landbouw niet ouder worden dan een jaar of vier, vijf. Hoewel het nazaten zijn van gedomesticeerde dieren, vertonen ze verschijnselen van verwildering. Er is echter één probleem: op de Veluwezoom is niet het hele jaar door voldoende voedsel voor zoveel dieren te vinden. Er is geen sprake van overbegrazing, maar van overbevolking.''

Dat hangt mede samen met het karakter van de Veluwezoom: een bos- en heidecomplex op armere zandgronden. In de Oostvaardersplassen doen zich dergelijke problemen niet voor, zegt Staatsbosbeheer. De Oostvaardersplassen zijn groter en voedselrijker en de kudde Heckrunderen stabiliseert zich. Wel houdt Staatsbosbeheer nauwlettend in de gaten of de omvang van de kudde de draagkracht van het gebied niet overschrijdt, maar dat is (nog?) niet het geval.

De overbevolking op de Veluwezoom dateert van het midden van de jaren negentig. Om verhongering te voorkomen, is Natuurmonumenten in 1996 begonnen met bijvoederen. Niet van harte, maar de vereniging vindt het uit oogpunt van dierenwelzijn niet acceptabel de dieren van honger te laten sterven. Bijvoederen is echter geen oplossing, weet ook Harm Piek: ,,Je gooit hooi neer en het wordt gevreten door de sterksten. De zwakkeren, voor wie het bedoeld is, komen niet aan de beurt. Hoewel dat een bekend verschijnsel is, hebben we ons dat in het begin niet zo gerealiseerd. Bovendien verstoort bijvoederen de sociale structuur in de kudde.''

De laatste jaren haalt Natuurmonumenten de zwakste dieren die de winter niet zullen doorkomen, uit de kudde weg om ze te laten doden. Welke dieren dat zijn, wordt bepaald aan de hand van een conditiescore die door de dierenarts wordt gemaakt. Zo zijn vorige winter veertig dieren afgevoerd. Harm Piek: ,,Het beste is natuurlijk dat er weer evenwicht komt tussen de omvang van de kudde en de draagkracht van het gebied. Daarvoor moet het aantal dieren echter worden teruggebracht tot ongeveer honderd. De boventallige dieren kunnen het beste worden verplaatst naar andere natuurgebieden. Er zijn mogelijkheden genoeg, terwijl er ook veel vraag uit het buitenland is. Deze dieren hebben al het proces van zelfredzaamheid meegemaakt; dat geeft ze een voorsprong. En ze zijn zeer gezond en vrij van ziekten.''

Het probleem is echter dat de Schotse hooglanders in de Veluwezoom en de Heckrunderen in de Oostvaardersplassen niet levend mogen worden verplaatst. Alleen een directe rit naar het slachthuis is op grond van de Europese regels toegestaan. Daarna volgt onherroepelijk de destructor: het vlees mag onder geen beding op de markt komen, ook niet als ecovlees voor plaatselijk gebruik.

Op grond van de Nederlandse regels zijn de dieren in 1982 aangemerkt als 'niet-gehouden' runderen. Ze hoefden daarom ook niet, in tegenstelling tot 'gehouden' dieren op de boerderij, geoormerkt te worden. In de jaren negentig is de nationale registratie voor vee vervangen door Europese regels. Nederland heeft daarbij vergeten (of in ieder geval nagelaten) een uitzonderingspositie te bedingen voor de 'niet-gehouden' hooglanders en Heckrunderen. Andere landen hebben dat wel gedaan: zo vallen de Spaanse vechtstieren buiten de Europese regels. De Nederlandse 'natuurrunderen' bestaan echter in de ogen van Brussel in het geheel niet.

Natuurmonumenten heeft bij de overheid aan de bel getrokken en overleg met het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij heeft de afgelopen zomer geleid tot een aantal mogelijke oplossingen. Natuurmonumenten hoopt dat minister Veerman en staatssecretaris Odink nog voor de winter een oplossing aandragen. Harm Piek: ,,De beste oplossing is in onze ogen aanpassing van de Europese regelgeving. Dat zal echter niet op korte termijn kunnen worden gerealiseerd. De tweede mogelijkheid is de dieren die je eruit haalt in quarantaine te zetten, te onderzoeken en te registreren. Dat is eerder gebeurd in 1998 toen toestemming is verleend 45 hooglanders van de Slikken van Flakkee over te brengen naar Tiengemeten.''

Alle dieren vangen en aan de hand van DNA-onderzoek de afstamming bepalen, zodat ze alsnog een oormerk kunnen krijgen, is volgens Natuurmonumenten onmogelijk. Harm Piek: ,,Je krijgt in zo'n groot gebied niet alle dieren in een vangkraal. Je moet een enorme rodeo houden, de dieren krijgen stress en je komt, gezien de risico's voor de vangers, in conflict met de Arbowet. En als je er één niet vangt, bestaat de hele kudde niet, zo zot is de regelgeving. En als ze eenmaal een oormerk hebben, moet je aan alle veterinaire verplichtingen voldoen, dus een paar keer per jaar vangen om te enten.''

Wanneer het ministerie geen uitzondering maakt, zit er niets anders op dan dat de dieren worden gedood en naar de destructor gaan. Natuurmonumenten is daar uiterst ongelukkig mee, maar kan het ook niet tegenhouden. Harm Piek: ,,Niet wenselijk maar wel beter zou het zijn als in dat geval het vlees van de dieren wordt gebruikt als voedsel voor roofdieren in dierentuinen. Dat mag ook niet, maar het zou de pijn iets verzachten. Het vlees krijgt dan in ieder geval een zinvolle bestemming.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden