Schot is liefst ook (beetje) Brit

De Britse premier Cameron is vandaag in Schotland, dat in 2014 mag stemmen over onafhankelijkheid.

De zon is al achter de met sneeuw bedekte toppen van de Schotse Hooglanden gezakt als Danny Hamill en Michael McInally, sigaret in de hand, na een dag zware hoveniersarbeid in stilte voldaan over de vallei staren. Het uitzicht vanaf het hooggelegen Stirling Castle, het Schotse koninklijke hof van de Stuarts in de zestiende eeuw, over de vallei van de rivier de Forth, lijkt op een ansichtkaart.

In de verte, op een uitstekende rotspunt in het midden van het dal, koestert een hoge toren zich in het licht van grote schijnwerpers. Het is de 67 meter hoge Victoriaans-gotische toren ter nagedachtenis aan Schotlands grootste vrijheidsstrijder en Braveheart, William Wallace. Hij moest zijn opstand tegen de Engelse overheerser, Edward I, in 1305 bekopen met een gruwelijke marteldood.

Een andere grote volksheld kijkt over hun schouders mee: het beeld van Robert the Bruce. Deze koning redde de Schotse onafhankelijkheid toen hij in 1314 het veel grotere Engelse leger versloeg in de slag om Bannockburn, dat direct aan de andere kant van Stirling ligt. Daar komen jaarlijks honderden nationalisten uit het hele land bij elkaar om de historische overwinning te herdenken.

Het is dus niet verwonderlijk dat Stirling een bolwerk is van het Schotse nationalisme en de Schotse Nationalistische Partij (SNP). Als het aan die partij en haar charismatische leider en Schotlands premier Alex Salmond ligt, dan kiezen de Schotten in 2014 - 700 jaar na de Slag om Bannockburn - in een referendum voor een onafhankelijk Schotland.

"Ik weet het niet", zegt Hamill. "Hoe moet dat bijvoorbeeld met defensie? Ik denk niet dat wij ons eigen leger kunnen hebben. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe wij ons een onafhankelijk Schotland kunnen veroorloven. Wij krijgen nu miljarden van de Britse regering. Ja, we hebben olie, maar waar komt verder het geld vandaan? Er is hier heel weinig industrie. Kijk naar de werkloosheidscijfers. Die zijn afschuwelijk", zegt hij, terwijl zijn vriend instemmend knikt.

"Begrijp me niet verkeerd, ik zou heel graag willen dat het zou lukken, die onafhankelijkheid. De Britse regering heeft hier alle kolenmijnen, staalfabrieken en scheepswerven gesloten. Als onze industrie weer nieuw leven ingeblazen kan worden, dan is het land beter af. Ik wil 'Schots' invullen en niet 'Brits' als ik bij de Amerikaanse immigratiedienst sta." Zijn hart wil onafhankelijkheid, zegt Hamill, maar zijn geest is rationeler.

En dat geldt voor veel Schotten. Zij geloven niet dat Schotland - dat van de regering in Westminster per inwoner 1600 pond meer aan overheidsgeld ontvangt dan de buren in het zuiden - alleen van olie en de export van tweed, shortbread en whisky kan leven. De publieke sector was er de afgelopen tien jaar verantwoordelijk voor meer dan 30 procent van de economische groei.

Volgens de laatste peilingen is de helft van de Schotten tegen onafhankelijkheid. Slechts vier op de tien Schotten is voor. Het aantal twijfelaars steeg licht nadat de minister-president met zijn nimmer aflatend gevoel voor publiciteit en sentiment de door hem gewenste referendumvraag bekendmaakte. Dat was op Burns Night, 25 januari, de dag waarop de Schotten tijdens grote diners met haggis (het nationale gerecht van orgaanvlees), whisky en gedichten het leven van hun nationale volksdichter Robert Burns (1759-1796) eren.

'Bent u het ermee eens dat Schotland een onafhankelijk land moet zijn', luidt de vraag die Salmond over twee jaar aan het volk wil voorleggen. Een suggestieve vraag, volgens alle critici. Maar zeker als die kritiek uit een Engelse mond komt, wordt dit door de meester-tacticus die Salmond is, neergesabeld met het verwijt dat Schotlands toekomst een Schotse aangelegenheid is waar de Engelsen zich niet mee moeten bemoeien.

Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat er ooit een referendum zou komen. Alle andere politieke partijen, zowel in het Schotse parlement als in het parlement in Westminster, zijn altijd tegen een referendum geweest. Zij zijn de standvastige verdedigers van de meer dan driehonderd jaar oude vrijwillige unie tussen de Engelsen en de Schotten. Die ontstond toen de Schotse koning James VI de Engelse kroon erbij kreeg en in 1707 beide parlementen samenvoegden. Dat duurde tot 1999: toen gunde Westminster de Schotten zelfbestuur en een eigen parlement. En in dat parlement heeft de SNP sinds mei 2010 de helft plus één zetels. Met die absolute meerderheid claimt de partij het mandaat om haar vurige wens voor een referendum te vervullen.

"Zelfbestuur is niet genoeg", zegt David Campbell, ooit leraar Engels en nu schrijver en professioneel verhalenverteller, over het Schotse parlement dat nu bijna dertien jaar bestaat. De Schotse regering heeft zeggenschap over onder andere onderwijs, gezondheidszorg, justitie en huisvesting. Maar belasting heffen kan de Schotse regering niet: voor haar inkomsten is ze volledig afhankelijk van de regering in Londen.

"Wij willen voor ons eigen huis zorgen in plaats van huurders te zijn waarbij wij volgens iemand anders zijn regels moeten leven", zegt Campbell, gezeten voor de haard in zijn huis in het centrum van Edinburgh. Hij is gekleed in de groenbruine kilt van zijn clan, groene kousen, en een bijpassende fleece muts.

Hij zegt niet anti-Engels te zijn. Maar, stelt hij, met dat anti-Engelse definiëren veel Schotten, openlijk of onderhuids, hun identiteit. Ze zetten zich daarmee af tegen het onrecht dat hen door de Engelsen is aangedaan, van de gedwongen verhuizingen van de Hooglanders in de achttiende en negentiende eeuw tot de invoering van de beruchte poll tax (een vaste in plaats van variabele lokale belasting) door de voormalige Britse premier Margaret Thatcher.

Intussen kan ook de schrijver - tussen het citeren van frasen van Burns door - het echter niet laten voortdurend voorbeelden te geven van het Engelse juk op de Schotse schouders. Zo kan hij zich nog herinneren hoe het op school verboden was om Schots te praten. Of hoe vrienden slaag kreeg als zij Gaëlisch spraken op het schoolplein.

Dat is allemaal veranderd; maar nog hebben veel Schotten weinig op met de volksvertegenwoordigers in Londen. Dat de laatste Labour-premier en minister van financiën beiden Schots waren, doet daar niets aan af. "Uiteindelijk gaat het erom wie de baas is over de huishoudportemonnee", zegt Campbell.

De Ieren kwamen in 1916 in opstand tegen de overheersers uit Londen en wonnen in 1922 hun onafhankelijkheid. India volgde in 1947, en in de onafhankelijkheidsgolf in jaren zestig volgden veel andere Gemenebestlanden. De Schotse nationalisten waren in die tijd niet meer dan een sekte. Maar naarmate het Britse rijk meer op zijn retour raakte, groeide wel degelijk het Schotse nationalisme. In de glorietijd van het Britse rijk was daar nog geen sprake van.

De Schotse industrie had altijd onevenredig van het Britse rijk geprofiteerd. Er werd wel gezegd dat het de Schotse officieren en ambtenaren waren die het rijk bestuurden. "Het Britse rijk en leger zorgden voor een zekere trots die het gevoel voor 'Britishness' voedde", zegt professor John Curtice van Strathclyde University. Maar die Schotse industrie raakte na de jaren twintig in verval. "Daardoor ontstond ruimte voor de Schotten om hun eigen identiteit te herontdekken. Allerlei aspecten van de Schotse cultuur, Keltische zang en dans en volksliedjes en verhalen werden herontdenkt. Het gevoel van Britishness is nu zwak. De Union Jack laat de Schotten onverschillig."

Net zoals overal ter wereld rust de onafhankelijkheidsbeweging ook in Schotland op veel meer dan alleen een sterk gevoel voor de eigen nationale identiteit. "Mensen willen uiteindelijk onafhankelijkheid als ze ervan overtuigd zijn dat ze dan beter af zijn", zegt Curtice. De hele discussie over onafhankelijkheid is dan ook een gecalculeerd debat over de economie, de verdeling van de olie, het aanhouden van het pond, en het verdelen van de staatsschuld - het waren de Schotse banken RBS en HBOS die met miljarden aan staatssteun moesten worden gered. Londense politici voeren vooralsnog een zeer negatieve campagne: de Schotten zullen nooit op eigen benen kunnen staan, betogen zij.

Het was de vondst van olie voor de Schotse Noordzeekust in de jaren zeventig die het idee van economische zelfstandigheid en onafhankelijkheid verder aanwakkerde. Maar: "Verbolgenheid over Thatchers radicale economische beleid en ideolgie uit de jaren tachtig waarmee ze volgens de Schotten de welvaartsstaat afbrak, was de echte prikkel voor de wens tot zelfbestuur", zegt Tom Devine, een vooraanstaand Schotse historicus. Thatchers conservatieve partij wordt in Schotland diep gewantrouwd. Sinds de iron lady heeft Schotland nog slechts één conservatief Lagerhuislid. "Zonder Thatcher betwijfel ik of er een Schots parlement was gekomen", zegt Devine.

Labour dacht door de Schotten in 1999 zelfbestuur te geven, de nationalistische beweging in de kiem te smoren. Tot 2005 lukte dat: de SNP telde niet mee, Labour regeerde ten noorden en ten zuiden van de grens en dankzij de gunstige economische tijden kwam er steeds meer geld voor Schotlands publieke sector. Tot jaloezie van veel Engelsen zijn de Schotse universiteiten gratis, betalen de Schotten geen eigen bijdrage voor medicijnen en betalen ouderen niet voor thuiszorg.

Maar nu is er opnieuw een conservatieve regering in Londen en is het de Schotten duidelijk dat onder het strenge bezuinigingsregime in Londen de geldstroom uit het zuiden - 38 miljard euro per jaar, block grant genoemd - niet meer veilig is. En de olievoorraden mogen dan afnemen - Salmond houdt de Schotten intussen voor dat het land 'het Saudi-Arabië van de alternatieve energie' kan worden. Hij heeft de gave om mensen als ze twintig minuten naar hem luisteren vrijwel alles te laten geloven.

Dat is niet de enige reden waarom de SNP de wind in de zeilen heeft. De partij doet het in de regering eenvoudigeweg ook redelijk goed. Salmond is nu 4,5 jaar aan de macht en nog steeds wordt er in veelal lovende woorden over hem gesproken.

Maar ook Salmond heeft zich moeten aanpassen: globalisering als argument voor onafhankelijkheid - kapitaal, geld en arbeid beweegt zich vrij en daarin kan ook een kleine natie van vijf miljoen Schotten zich handhaven - is door de financiële crisis lang niet zo sterk meer. Salmond is al teruggekomen van zijn wens om zich bij de eurozone aan te sluiten. En ook de belofte van Salmond, gedaan in zijn eerste jaren als premier, dat Schotland op eigen benen kan staan door te profiteren van de 'boog van voorspoed' die spande tussen de Baltische staten, IJsland en Ierland, houdt niet meer stand. Salmond belooft de Schotten nu dat zij de koningin, de BBC en het Britse pond zullen behouden. Maar door het pond zal ook een onafhankelijk Schotland toch tot begrotingsafspraken met de Engelsen moeten zien te komen.

Aan die Engelse kant neemt intussen de afgunst over de 'overgesubsidieerde' Schotten toe. Die afgunst wordt al aangewakkerd sinds Schotland (en ook Wales en Noord-Ierland) zelfbestuur kregen. De Engelsen - die zich altijd Brits noemen, en niet Engels - hebben geen eigen parlement. Schotse Lagerhuisleden stemmen mee in Westminster, over bijvoorbeeld het Engelse onderwijsbeleid, terwijl de Engelsen geen stem hebben in het Schotse parlement. Hetzelfde geldt voor Wales, dat net ook meer bevoegdheden heeft gekregen. Het zijn weeffouten die om een oplossing vragen, maar tot op heden modderen de politici in Westminster het liefst op karakteristieke wijze verder. Er zijn in Engeland intussen meer voorstanders voor Schotse onafhankelijkheid te vinden dan ten noorden van de grens. Behalve onder politici.

Opvallend genoeg, blijkt uit peilingen, wil de 'zwijgende meerderheid' in Schotland helemaal geen onafhankelijkheid. De meerderheid vraagt om maximaal zelfbestuur. In deze 'derde weg', devo max genoemd, krijgen de Schotten volledige autonomie en mogen ze ook belastingen heffen. Vlag, koningin, munt, leger, paspoorten en grenzen blijven hetzelfde, maar Schotland moet wel de eigen broek ophouden. Het is een kaart die Salmond voorlopig als goed alternatief achter de hand houdt. De politici in Westminster moeten er niets van hebben dat deze optie ook in het referendum wordt meegenomen. Zij willen zo snel mogelijk een duidelijk ja of nee. Salmond vindt het 'ondemocratisch' om devo max uit te sluiten; de Schotten moeten alle tijd krijgen voor de belangrijkste beslissing in meer dan driehonderd jaar.

"Het debat zal straks alleen nog maar over devo max gaan", voorspelt Devine. "Ik zou erg verbaasd zijn als er een onafhankelijk Schotland komt. Maar er zal uiteindelijk een herschikking van Groot-Brittannië komen. Noord-Ierland zal zich ooit aansluiten bij de Ierse republiek. Wat we nu zien zijn de weëen van de geboorte van een nieuwe staatsinrichting. Over tien of twintig jaar hebben wij een federale staat."

De gepensioneerde Hamill vertrouwt er niet op dat Schotland volledige autonomie krijgt als devo max straks niet op het referendumpapier staat. Dat is op dit moment het grootste politieke gevecht. "Gelukkig krijgen wij twee jaar de tijd om alle argumenten af te wegen", zegt hij terwijl hij het historische Schotse landschap de rug toekeert. "Er zullen veel ideëen in ons hoofd geplant worden. Goede en slechte."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden