Schopenhauer / 'Daar zag ik Arthur '

Dit is de vierde aflevering van een korte serie ter gelegenheid van de vertaling van Schopenhauers hoofdwerk: De wereld als wil en voorstelling.

Op mijn veertigste ben ik in mezelf gedoken, ik ben de sfinx gepasseerd, de wachter van de ziel. Ik heb de diepe dalen van mijn innerlijk verkend, en daar kwam ik Arthur tegen. Maar die wachter, in zijn gedaante van leeuw met mensenkop, die staat er niet voor niets, heb ik geleerd. Het is een catharsis van hier tot ginder geweest om te ontdekken dat het leven van Arthur Schopenhauer, de alom bewonderde filosoof, ook zijn zwarte kanten had.

In mijn werk speelt de vraag naar de betekenis van verslavingen een grote rol. Ieder mens heeft vanaf zijn geboorte een aantal dwingende behoeften: zuurstof, vocht, voedsel, warmte. Die behoeften zijn op te vatten als primaire verslavingen. Verslavingen, zowel de primaire als de pathologische (drugs, koffie) symboliseren de geestelijke verrotting van de mens.

Is verrotting positief of negatief? In de natuur kunnen we zien dat verrottingsprocessen schatkamers zijn van de evolutie. Bijvoorbeeld: door de druk van afgevallen bladeren ontstaat steenkool waaruit uiteindelijk diamanten voortkomen. Mijn boek is bedoeld voor mensen die werkelijk geïnteresseerd zijn meer inzicht te krijgen in de innerlijke drijfveer van hun leven. Eet- en vochtverslaafd zijn we natuurlijk allemaal, doch zoals bekend, drugs- en oorlogsverslavingen nemen gigantische vormen aan, alsmede seks- en sportverslavingen die veelal met een lachje en een kwinkslag worden afgedaan: dat is gezond, daar blijf je jong bij. Dat ik een antwoord op deze grote problematiek wens te geven komt doordat ik meer dan twintig jaar de sfinx heb moeten beleven.

Ontbreken verzorging en liefde dan zal een kind door vervuiling in de gewone zin van het woord of door emotionele vervuiling het zeer moeilijk krijgen om überhaupt in leven te blijven. Als je die lijn doortrekt naar de secundaire, diepe verslaafden, beleven zij elke keer dat zij niet aan hun gerief kunnen komen, een lijfelijk en geestelijk verrottingsproces dat bekend staat als cold turkey, een allerellendigst lijden dat uiteraard veel gevoelsschade kent.

Wij zijn filters, voor mijn part koffiefilters, van God; wij drinken het gefilterde gekookte zwarte water dat het lijden, de zwaartekracht van het aardse, inhoudt. De achterblijvende drab in het filter is het onverteerde voedsel dat we elke dag, tenminste als we geen constipatie hebben, in de wc-pot deponeren. Deze hoop die we elke dag plegen, staat voor het nog onbewuste weten dat verrotting lijden inhoudt maar wel degelijk vruchtbaar is. Het land van de boer wordt tenslotte niet voor niets bemest. Het geeft namelijk hoop op goede oogst. Het mestoverschot symboliseert de karaktervervuiling van de mens.

De geestesspiegel daarvan is dat het onderliggend bewustzijn de bruidssluier is van God, die over de aarde sleept waardoor hij vies wordt maar die eropuit is dat hij zal worden opgetild door Zijn bruidsjonkers en meisjes waarvan de geestelijke spiegel is dat hij wordt gewassen.

Inhoudelijk ga ik dus tegen Arthur in maar ik heb van verschillende kanten wel gehoord dat mijn stijl met die van hem overeenkomt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden