Schopenhauer / Brahman en Atman

Dit is de negende aflevering in een serie ter gelegenheid van de vertaling van Schopenhauers hoofdwerk: De wereld als wil en voorstelling.

Schopenhauer stelt de universele, blinde wil die volgens hem aan alle verschijnselen ten grondslag ligt, gelijk met het Brahman van de Indische Upanishaden. Hij leerde die Upanishaden kennen via een gebrekkige vertaling, en werd er zeer door gefascineerd. Hij stelde ze op één lijn met het werk van Plato en Kant. Brahman is het dragende kosmische principe, de kracht die alles doordringt. Brahman wordt in de Upanishaden meestal gelijkgesteld met Atman - de naam die Schopenhauer aan zijn hondje gaf. Atman is het grote, universele Zelf, dat de diepere identiteit van alles uitmaakt en dat zuivere kennis is. Maar Schopenhauer zet deze begrippen behoorlijk naar zijn hand. Brahman/Atman heeft niet het karakter van wat Schopenhauer de 'wil' noemt: een innerlijk tegenstrijdige, blinde kracht die zich rusteloos uitdrukt in velerlei individuele, met elkaar strijdende manifestaties. Het is eerder een heldere, geestelijke rust die op de bodem van elk bewustzijn aanwezig is. Door meditatie kan de mens zich daarvan bewust worden, en zich losmaken van zijn beperkte ik, dat de bron is van alle lijden.

Schopenhauer stelt de wil ook gelijk met de 'dorst', de begeerte, in het oudste Boeddhisme. Hij had niet zo'n helder inzicht in het verschil tussen het hindoe-denken, waartoe de Upanishaden behoren, en het boeddhisme. Zijn kennis van de Indische filosofie was nogal gebrekkig, gemeten naar de huidige stand van onze kennis. Als westers denker plaatst hij alles ook veel meer in een materialistisch en naturalistisch perspectief.

Volgens Schopenhauer kan definitieve rust worden bereikt in de ascetische ontkenning van de wil. In dit streven naar rust ligt zijn aanknopingspunt met Indische wegen tot bevrijding. Maar bij Schopenhauer is het verlossingsperspectief een noodzakelijk sluitstuk van zijn wijsgerig systeem, waarin leven niets dan lijden is. Dat systeem wordt door hem zo doorgesystematiseerd dat je het gevoel krijgt te worden doodgeslagen. De radicale oplossing die hij aanwijst past helemaal bij zijn wereldbeeld: eindelijk rust! Maar het is de vraag of de Indiërs dat nu bedoelen met de vrede van Brahman en van het boeddhistische nirvana. Die zijn op z'n minst meer open en minder bitter. Schopenhauer is een cynicus. Het boeddhisme wijst ook wel op de absurditeiten en tegenstrijdigheden van het bestaan, maar hij heeft er kennelijk plezier in die te onthullen. Misschien ontwijken de meeste schopenhauerianen wel daarom zijn religieuze perspectief van de verlossing: er wordt al te duidelijk dat je dit soort cynisme niet tot het uiterste kunt doorvoeren.

Toch heeft dat doorsystematiseren wel iets verhelderends. Doordat hij het allemaal zo radicaliseert schept hij ook duidelijkheid.

Schopenhauer kan deuren openmaken die je misschien geneigd zou zijn een beetje dicht te houden, omdat het te bedreigend is. Dat lijkt op de ontnuchterende benadering van het boeddhisme.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden